3

De grootste vervuilers moeten betalen

JAKARTA – Eerder dit jaar veroorzaakten moessons in Myanmar modderstromen die honderden huizen wegspoelden en op grote schaal de oogst vernietigden. Er werden meer dan 1,3 miljoen mensen getroffen en er vielen honderd doden. In Vietnam had dezelfde zondvloed tot gevolg dat beerputten met gif uit kolenmijnen overstroomden, waarna dit door verschillende dorpen heen de Ha Long Bay (die op de Werelderfgoedlijst staat) instroomde; het dodental bedroeg 17. Nu dit soort weergebeurtenissen steeds frequenter en intenser worden is de noodzaak tot verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering groter dan ooit.

En vergis je niet: dit soort verschijnselen zijn op zijn minst gedeeltelijk het resultaat van klimaatverandering. Klimaatwetenschapper Kevin Trenberth van het Center For Atmospheric Research in de VS wijst er op dat tegenwoordig: ‘alle weergebeurtenissen worden beïnvloed door de klimaatverandering, omdat de omgeving waarin ze optreden warmer en vochtiger is dan voorheen.’

Aleppo

A World Besieged

From Aleppo and North Korea to the European Commission and the Federal Reserve, the global order’s fracture points continue to deepen. Nina Khrushcheva, Stephen Roach, Nasser Saidi, and other Project Syndicate contributors assess the most important risks.

Internationale klimaatonderhandelaars onderkennen dit tot zekere hoogte. De effecten waar de mensen in Myanmar en Vietnam mee te maken hebben worden gezien als de onvermijdbare kosten van het falen zich aan klimaatverandering aan te passen, door ambtenaren omschreven als ‘verlies en schade.’ Maar dit soort taal vat de volle reikwijdte van de consequenties niet – en vooral hun impact op mensenlevens. De doden in Myanmar en Vietnam zijn niet slechts ‘onvermijdbare kosten,’ en hun geliefden kunnen zich niet simpelweg aan hun verlies ‘aanpassen.’

Dit soort bloedeloze retoriek reflecteert de inadequate respons op klimaatverandering die internationale onderhandelingen tot nu toe hebben opgeleverd. Feit is dat Myanmar en Vietnam hun recente ‘verlies en schade’ waarschijnlijk bespaard zou zijn gebleven als de geïndustrialiseerde wereld het nodige had gedaan om klimaatverandering te stoppen, zoals ze een generatie geleden beloofden.

Het falen van zogeheten geavanceerde economieën om hun verplichtingen na te komen betekent dat Myanmar en Vietnam momenteel lang niet de meest kwetsbare ontwikkelingslanden zijn. De kleine eilandstaten in de Stille Oceaan zijn bijvoorbeeld niet in staat gebleken een afdoende verdediging op te werpen tegen de ’superspringtijen’ die hun land tegenwoordig aanvreten en er voor zorgen dat de zoetwater ‘bellen’ onder hun atollen brak worden. Hun bevolkingen – onder de armste ter wereld – betalen voor de klimaatverandering met hun levens en middelen van bestaan. En zonder de hulpmiddelen zich aan te passen zal hun lijden voortduren.

Maar het wordt nog perverser. Zij die de oorzaak van het probleem zijn – ’s werelds grootste vervuilers – blijven miljarden winst maken, terwijl ze enorme energiesubsidies van regeringen ontvangen (die in 2015 voorspeld worden de 5,3 biljoen dollar te bereiken, ofwel ongeveer tien miljoen dollar per minuut).

Dus wie zijn deze vervuilers? Volgens een studie uit 2013 door de wetenschapper Rick Heede kan bijna twee derde van de koolstofdioxide die sinds 1750 is uitgestoten worden herleid naar slechts 90 van de grootste fossiele brandstof- en cement-producerende entiteiten, waarvan de meeste nog bestaan. 50 hiervan zijn eigendom van investeerders, waaronder ChevronTexaco, ExxonMobil, Shell, BP, en Peabody Energy; 31 zijn staatsbedrijven, zoals Saudi Aramco en Statoil uit Noorwegen; en 9 zijn staten zoals Saudi-Arabië en China.

Met het besef van dit flagrante onrecht – om de destructieve kracht ervan nog maar buiten beschouwing te laten – is er een nieuw initiatief gelanceerd door het Carbon Levy Project, met steun van een groeiend aantal individuen en organisaties, om voor kwetsbare ontwikkelingslanden compensatie te eisen van de grote vervuilers. Het Carbon Levy Project stelt in het bijzonder een belasting op de winning van fossiele brandstoffen voor.

Zo een belasting is in overeenstemming met het internationaal recht, inclusief het ‘vervuiler betaalt’ principe, en zou een nieuwe en betrouwbare bron van inkomsten bieden – die op zou lopen tot miljarden dollars – voor de gemeenschappen die dit het meeste nodig hebben, overigens zonder regeringen daarmee vrij te stellen van het inzetten van publieke gelden. En door de kosten van de winning van fossiele brandstoffen te verhogen, zou dit bijdragen aan de uiteindelijke uitfasering van een sector waar geen plek voor is in een klimaatveilige wereld.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Gelukkig hoeft de wereld niet te wachten totdat morele overtuiging zal zegevieren. Fossiele brandstoffenproducenten en regeringen hebben al te maken met een steeds grotere juridische druk. Overlevenden van tyfoons in de Filipijnen dienden een klacht in bij de Mensenrechtencommissie van het land en riepen op tot een onderzoek naar de verantwoordelijkheid van de grote fossiele brandstoffenproducenten voor het veroorzaken van klimaatverandering. De Nederlandse organisatie Urgenda en bijna 900 medeaanklagers spanden met succes een rechtszaak aan tegen de Nederlandse regering, en dwongen deze zo een strenger klimaatbeleid te voeren. Een Peruaanse boer is nu van plan de Duitse kolenproducent RWE aan te klagen om deze de kosten van het beschermen van zijn huis te laten betalen, dat in het smeltstroomgebied van een gletsjermeer ligt. En de ondertekenaars van de People’s Declaration for Climate Justice van eilanden in de Stille Oceaan zijn vastbesloten om een zaak aan te spannen tegen de grote vervuilers vanwege activiteiten die resulteren in de vernietiging van hun thuis.

Als er geen actie wordt ondernomen, zullen dit soort rechtszaken alleen maar meer voorkomen en steeds moeilijker te verliezen worden. Big Oil, Big Gas, en Big Coal moeten verantwoordelijkheid nemen voor de klimaatverandering en echt gaan bijdragen aan aanpassing, of zich erop voorbereiden voor hun leven te moeten vechten – een strijd die ze op de lange termijn simpelweg niet kunnen winnen.