4

Red Parijs van REDD+

BERLIJN – Het is dertig jaar geleden sinds de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties het Actieplan voor het Tropisch Regenwoud lanceerde, het eerste mondiale intergouvernementele initiatief om ontbossing tegen te gaan. Sindsdien is de ontbossing onverminderd doorgegaan en de meest recente internationale inspanning om deze te stoppen – een initiatief onder de naam Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation (REDD+) – lijkt niet effectiever te gaan worden. Verre van het beschermen van ’s werelds bossen is het meest opmerkenswaardige resultaat van deze twee overeenkomsten ironisch genoeg de productie van kastenvol dure consultancy-rapporten geweest.

REDD+ werd gecreëerd als onderdeel van het VN Kaderverdrag over Klimaatverandering, en de overeenkomst die de doorvoering ervan zal overzien wordt verwacht tijdens de VN-klimaatconferentie in Parijs voltooid te worden. Maar als wereldleiders de ontbossing serieus een halt toe willen roepen zouden ze in plaats daarvan van REDD+ moeten afzien en moeten vervangen door een mechanisme dat de onderliggende aandrijvers van ontbossing op grote schaal aanpakt.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

De gebreken van REDD+ komen duidelijk naar voren in de benadering van het probleem dat het zou moeten oplossen. De ruime meerderheid van de projecten behandelt mensen die in het woud wonen en keuterboeren als de grootste oorzaken van ontbossing. De projectontwikkelaars van REDD lijken in het bijzonder geporteerd te zijn van projecten die zich richten op het beperken van traditionele boerenpraktijken, terwijl ze verder terugdeinzen om pogingen te ondernemen om de echte oorzaken van de ontbossing weg te nemen: de uitbreiding van de industriële landbouw, enorme infrastructuurprojecten, grootschalige houtkap, en een op hol geslagen consumptie.

Deze tekortkomingen worden geïllustreerd door het Socio Bosque Program, een REDD+ initiatief in Ecuador, waarbij pogingen om bosgemeenschappen en keuterboeren te controleren geheel voorbijgaan aan de veel grotere potentiele schade door industriële activiteiten. Onder dit programma tekenen gemeenschappen die afhankelijk zijn van het woud een overeenkomst voor vijf jaar met het ministerie van Milieu, waarbij ze het gebruik van het woud beloven te beperken in ruil voor kleine financiële vergoedingen. Tegelijkertijd maakt de documentatie van het programma deze overeenkomst expliciet ongeldig wanneer het gebied onder zijn jurisdictie wordt opgeofferd voor olie-exploitatie of mijnbouw. Vandaag worden keuterboeren uit het woud geweerd als onderdeel van het gevecht tegen klimaatverandering; morgen kunnen dezelfde bossen worden gekapt om bedrijven de gelegenheid te geven de fossiele brandstoffen te winnen die de onderliggende oorzaak van het probleem zijn.

Er is een verontrustende reden voor de starre focus op boeren en woudbewoners en voor de prominente plek van deze benadering op de agenda’s van internationale agentschappen en klimaatonderhandelaars. Het blijkt dat REDD+ veel minder met het stoppen van ontbossing te maken te heeft dan met de geïndustrialiseerde landen in staat stellen door te gaan met vervuilen.

De benadering achter dit initiatief is onderdeel van een bredere inspanning om een markt voor emissierechten te creëren, die vervuilers zou toestaan om door te gaan met de uitstoot van broeikasgassen wanneer ze een certificaat kunnen laten zien waarop staat dat ze hebben bijgedragen aan het tegenhouden van een gelijke hoeveelheid uitstoot elders. De wouden die worden beschermd door REDD+ zijn belangrijke producenten van deze verhandelbare certificaten om te mogen vervuilen, bekend als koolstofkredieten. En de implementatie van REDD door middel van experimentele projecten voorziet voorstanders van deze aanpak van een solide basis om hun agenda verder uit te bouwen.

Voor de geïndustrialiseerde landen zijn koolstofkredieten een makkelijke manier gebleken om hun internationale toezeggingen onder overeenkomsten zoals het Kyoto Protocol waar te maken. Als de REDD kredieten in Parijs worden goedgekeurd zouden landen en bedrijven kleine boeren in Ecuador of elders kunnen betalen om bomen te beschermen waarvan programma’s als REDD+ beweren dat ze anders gekapt zouden zijn – waarmee ze de noodzaak tot moeilijke structurele veranderingen om de uitstoot in eigen huis terug te dringen uit de weg gaan. Onder de regels die deze transacties overzien doet het feit dat er in werkelijkheid geen uitstoot wordt teruggedrongen er niet toe; van belang is dat de verhandelbare toestemming om te vervuilen is verkregen.

Helaas zullen maar weinigen in Parijs gestimuleerd zijn om deze aanpak aan de kaak te stellen. Voor regeringen bieden programma’s zoals REDD+ een mogelijkheid om politiek kostbare veranderingen te vermijden. En voor internationale milieugroeperingen zoals The Nature Conservancy, Conservation International, het Wereldnatuurfonds, en de Wildlife Conservation Society biedt het programma toegang tot internationale ontwikkelings- en filantropische fondsen.

Fake news or real views

De grootste begunstigden zijn natuurlijk de bedrijven wier honger naar land het grootste gedeelte van de grootschalige ontbossing aanjaagt. Naast ze toe te staan om door te gaan met bomen omhakken zolang ze de benodigde de benodigde koolstofkredieten kunnen laten zien, verlegt REDD ook nog eens doeltreffend de schuld voor ontbossing van zichzelf op de schouders van de gemeenschappen die het grootste belang hebben bij het welzijn van de wouden op lange termijn.

Als de klimaatonderhandelaars die elkaar in Parijs ontmoeten echt geïnteresseerd zijn in het stoppen van ontbossing en het onder controle brengen van de klimaatverandering zouden ze de stekker uit REDD+ moeten trekken en de onderliggende oorzaken van deze problemen moeten aanpakken. In plaats van de levens en acties van mensen en kleine boeren in het woud te willen controleren zou men zich in Parijs moeten concentreren op het beëindigen van grootschalige ontbossing en het in de grond laten zitten van fossiele brandstoffen.