reisch2_INA FASSBENDERAFP via Getty Images_fossil fuels INA FASSBENDER/AFP via Getty Images

Wat is er nodig om fossiele brandstoffen uit te bannen?

WASHINGTON, DC – Te midden van recordhittegolven, steeds intensievere en geldverslindende extreme weersomstandigheden en de steeds alarmerender waarschuwingen dat de klimaatverandering ons letterlijk de das zal omdoen, wordt de roep om af te stappen van fossiele brandstoffen steeds luider. Maar de fossiele-brandstofindustrie verdubbelt haar investeringen in nieuwe olie- en gasprojecten en grote bedrijfsfusies, komt terug opklimaatbeloften en doet valse beloften dat ze kan blijven pompen zonder te vervuilen. We moeten af van fossiele brandstoffen. Maar hoe?

Het antwoord zal waarschijnlijk niet komen van de conferentie over klimaatverandering van de Verenigde Naties (COP28) in Dubai, die dit jaar door oliestatien wordt georganiseerd. Deze conferentie zou een politieke toezegging kunnen opleveren om geleidelijk een einde te maken aan het gebruik van fossiele brandstoffen, maar zal geen pad uitstippelen naar een fossielvrije toekomst. Om iets te doen aan wat de secretaris-generaal van de VN António Guterresde vergiftigde wortel van de klimaatcrisis’ heeft genoemd, moeten we verder kijken dan de UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) om nieuwe fora te smeden die geschikt zijn voor dit doel.

Het goede nieuws is dat Guterres, de paus, tal van nationale regeringen en instanties als het Internationaal Energie Agentschapzich hebben aangesloten bij de groeiende wereldwijde roep om een uitfasering van kolen, olie en gas. Op de UN Climate Ambition Summitin september erkenden regeringen dat de klimaatcrisis een crisis is rond fossiele brandstoffen. De vraag is niet of we van olie en gas af moeten, maar hoe.

Het slechte nieuws is dat de fossiele-brandstofindustrie, gestimuleerd door recordwinsten in de nasleep van de Russische invasie in Oekraïne, ongevoelig lijkt voor dergelijke druk. Erger nog, deze kolossale winsten worden opnieuw geïnvesteerd in meer olie- en gaswinning. Terwijl de klimaatrampen voor onze ogen toenemen, wedt de industrie die verantwoordelijk is voor bijna negentig procent van de kooldioxide-uitstoot erop dat haar vuile producten nog tientallen jaren een steunpilaar van de wereldeconomie zullen zijn.

Om verandering af te dwingen, moeten we de economische kwetsbaarheid blootleggen die gecreëerd wordt door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, en de bredere tol die dit eist van de mensenrechten. De afhankelijkheid van olie, gas en kolen maakt gemeenschappen kwetsbaarder voor ontwrichtingen van de energievoorziening, die van invloed zijn op alles van verwarming en transport tot de voedselprijzen. Dergelijke ontwrichtingen komen het hardst aan bij de meest verarmde bevolkingsgroepen, terwijl ze de winsten van de industrie opstuwen.

Het is goed om in gedachten te houden dat fossiele-brandstofbedrijven in de tien jaar voorafgaand aan de oorlog in Oekraïne minder goed presteerden dan de markt. Dat decennium van achteruitgang weerspiegelde langetermijntrends in de energietransitie die niet zijn veranderd door de recente winststijging. Met een wereldwijde piek in de vraag naar fossiele brandstoffen, die zich naar verwachting zal voordoen rond 2030, blijven olie en gas een slechte gok.

Subscribe to PS Digital
PS_Digital_1333x1000_Intro-Offer1

Subscribe to PS Digital

Access every new PS commentary, our entire On Point suite of subscriber-exclusive content – including Longer Reads, Insider Interviews, Big Picture/Big Question, and Say More – and the full PS archive.

Subscribe Now

Een deel van het probleem is dat regeringen op de prijsvolatiliteit hebben gereageerd door de subsidies voor fossiele brandstoffen te verhogen in plaats van belastingen op onverwachte winsten op te leggen. Ze zijn ook doorgegaan met het goedkeuren van nieuwe olie- en gasprojecten, waaronder offshore in beschermde oceaangebieden. De geplande productie is het dubbele van wat verenigbaar is met de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5° Celsius boven het pre-industriële niveau; er is gewoon geen ruimte voor nieuw olie- en gasaanbod als de wereld een klimaatramp wil voorkomen.

Fossiele brandstoffen lijken alleen concurrerend met de steeds goedkopere hernieuwbare energiebronnen omdat de productie ervan gesubsidieerd is en de producenten ervan afgeschermd zijn van de kosten die gepaard gaan met de schade die ze veroorzaken. De negatieve externe effecten van de industrie, die lange tijd werden gedragen door gemeenschappen in de frontlinie, worden nu opgelegd aan mensen over de hele wereld in de vorm van bosbranden, orkanen, overstromingen en droogtes. Als we de fossiele-brandstofbedrijven zouden dwingen de verliezen te dragen die ze al lang zagen aankomen, en als we publieke middelen zouden inzetten voor hernieuwbare oplossingen, dan zouden olie- en gasbedrijven worden ontmaskerd als de risicofactoren die ze zijn.

Dit wijst op een ander groot probleem: corporate capture. Hoewel klimaatsrechtszaken essentieel zijn om de industrie aansprakelijk te stellen, is de uitdaging niet alleen om vervuilers te laten betalen voor de schade die ze veroorzaken. We moeten ook hun buitensporige invloed op het klimaatbeleid verminderen. Ondanks de beste inspanningen van bewegingen zoals Kick Big Polluters Out, heeft de fossiele-brandstofindustrie niet alleen een zetel bij de klimaatonderhandelingen van dit jaar; ze zit zelfs aan het hoofd van de tafel.

Daar zit immers Sultan Al Jaber, de CEO van de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, die momenteel zijn eigen uitbreidingsplannen nastreeft. Al Jaber, voorzitter van COP28, wil de fossiele-brandstofindustrie afschilderen als de held, en niet als de schurk, in de strijd tegen de klimaatverandering. Toch is dit een bekende overlevingsstrategie voor een industrie die op de langere termijn in verval is. Hetzelfde geldt voor het pleidooi van de VAE voor een ‘alles-van-het-bovenstaande’-aanpak die hernieuwbare energie promoot als aanvulling op fossiele brandstoffen in plaats van als vervanging ervan, en die pleit voorkoolstofafvang en -compensatie, ondanks overvloedig bewijs dat geen van beide leidt tot significante emissiereducties.

In tegenstelling tot wat Al Jaber eerder dit jaar suggereerde, ligt het probleem niet alleen bij de uitstoot van fossiele brandstoffen; het ligt bij de fossiele brandstoffen zelf. Als we ons alleen richten op koolstof, negeren we alle andere negatieve gevolgen van fossiele brandstoffen, waaronder hun invloed op de gezondheid, zoals de acht miljoen vroegtijdige sterfgevallen door luchtvervuiling per jaar.

Hoewel fossiele brandstoffen voor het overgrote deel verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering, is ons klimaatregime onder leiding van het UNFCCC er niet in geslaagd om ze aan te pakken, zelfs niet voordat de industrie de voorzittershamer in handen kreeg. Decennialang heeft het internationale orgaan dat de leiding zou moeten hebben over de uitfasering van fossiele brandstoffen de kwestie op opvallende wijze vermeden. Noch in het VN-klimaatverdrag van 1992, noch in het klimaatverdrag van Parijs van 2015 wordt olie, gas of steenkool genoemd.

Deze omissie was geen toevallige vergissing. Het is een symptoom van een diepere crisis in het wereldwijde klimaatbeheer. Omdat UNFCCC-besluiten een consensus vereisen tussen de 198 leden, kunnen machtige landen vooruitgang blokkeren en zorgen voor resultaten met de kleinste gemene deler, of helemaal geen resultaten.

COP28 onderstreept nog eens de noodzaak van alternatieve processen om de afname van fossiele brandstoffen te beheersen, vrij van de invloed van degenen die ervan profiteren. Elke dag herinnert ons er weer aan waarom we geleidelijk moeten stoppen met olie, gas en kolen. Gelukkig bieden initiatieven zoals het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty, de Beyond Oil and Gas Alliance en de Global Parliamentarians’ Inquiry nieuwe ideeën over hoe we dit kunnen doen. Regeringen moeten zich inzetten voor een forum gewijd aan het uitfaseren van fossiele brandstoffen, zodat het echte werk van het beëindigen van het tijdperk van fossiele brandstoffen kan beginnen.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/e0M6HkRnl