3

De volgende golf migranten

MANILLA – Stel je eens voor dat je boer bent. Je gewassen drogen uit terwijl weerpatronen wisselvalliger worden, het water uit je bron is te zout om te drinken, en de rijst op de markt is te duur om te kopen. Dus je verlaat je huis op zoek naar een beter leven.

Miljoenen mensen in kwetsbare gemeenschappen over de hele wereld hoeven zich zo een scenario niet voor te stellen; het overkomt ze op dit moment, nu een steeds onvoorspelbaarder klimaat zijn tol eist. En hun aantallen zullen waarschijnlijk explosief blijven stijgen terwijl de effecten van klimaatverandering intensiveren.

Maar de wereld is zelfs nog minder voorbereid op deze toekomstige klimaatmigranten dan Europa is voor de huidige golf mensen die uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika vlucht. De meeste klimaatmigranten zullen binnen de grenzen van hun eigen land herplaatst worden, maar anderen zullen geen andere keus hebben dan een toevluchtsoord in het buitenland te zoeken. Als de zeespiegel met meer dan een meter stijgt zullen hele bevolkingen van atollen in de Stille Oceaan en eilanden op koraalriffen moeten verhuizen.

Wanneer goed gepland en overzien kan migratie mensen helpen zich aan dit soort dreigingen aan te passen. Maar wanneer dit niet gebeurt kunnen deze tot humanitaire crises leiden. Het huidige beleid is over de gehele linie onvoldoende. Landen van herkomst en bestemming moeten het urgent makkelijker en veiliger maken voor mensen om te verhuizen, of om te blijven waar ze zijn als ze het niet kunnen betalen of de keuze niet hebben om te vertrekken.

Klimaatverandering zal een van de vele factoren zijn die toekomstige migratiegolven aan zal drijven. Alhoewel het steeds moeilijker zal worden om mensen die voor milieufactoren vluchten te onderscheiden van degenen die om andere redenen vertrokken zijn, is het een feit dat het klimaat een grotere rol zal gaan spelen qua migratie, terwijl langzaam vorderende dreigingen zoals erosie, en acute gevaren zoals orkanen, het levensonderhoud van steeds meer mensen bedreigen.

De meeste mensen die risico lopen wonen in Azië, dat op een unieke manier wordt blootgesteld aan de effecten van klimaatverandering. Negen van de tien landen op de wereld waar de meeste mensen in laaggelegen gebieden wonen (en die daarom risico lopen op overstromingen, stormvloeden, verzilting, en erosie) liggen in Azië, dankzij de massamigratie naar megasteden van de afgelopen decennia.

Een recente studie voorspelt dat de bevolking van Azië die in laaglanden woont tegen 2060 verdubbeld zal zijn, in vergelijking tot 2000, tot 983 miljoen zielen, en daarmee verantwoordelijk voor 70% van het wereldtotaal. Elders in de regio zal waterstress door verminderde regenval, verzilting, terugtrekking van gletsjers, en verwoestijning de watervoorraden treffen, levens bedreigen, en de water- en voedselprijzen opdrijven.

Deze dramatische scenario’s zullen misschien geen werkelijkheid worden wanneer de wereld erin slaagt om de klimaatverandering te verzachten. Maar geen enkel land mag achterover leunen. Vooral Aziatische landen moeten zich opmaken voor de slechtst denkbare scenario’s en vooruitziend nationaal beleid doorvoeren zoals het ‘migratie met waardigheid’ programma van Kiribati, dat onderwijs en stages biedt aan burgers van de laaggelegen eilandstaat in de Stille Oceaan om hun kansen op het vinden van een goede baan in het buitenland te vergroten.

Voorbereidingen op welk toekomstig scenario voor Azië dan ook vereisen meer complete data om de potentiele impact en timing van klimaatgerelateerde gebeurtenissen te beoordelen, en om hun effect om migratiepatronen in te schatten. Land-specifieke data zouden individuele regeringen in staat stellen om hun beleid aan te scherpen. Hieronder vallen grondiger nationale inventarisaties, die te vaak gemarginaliseerde gemeenschappen zoals bewoners van sloppenwijken over het hoofd zien. Deze inventarisaties moeten inclusief uitgevoerd worden, in nationale databases ingevoerd worden om vooruitgang te monitoren en kwetsbare populaties te identificeren, en gedeeld worden door de hele regio.

Regeringen moeten hun burgers voorlichten over de effecten van klimaatverandering, om degenen die willen blijven of het zich niet kunnen veroorloven om te vertrekken voor te bereiden. Landen van herkomst van migranten zouden over nationale risico-inschattingen voor rampen moeten beschikken (zodat ze eventuele verliezen kunnen berekenen), over uitgebreide gevarenplattegronden, en over systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor rampen om hun burgers gerust te stellen. En nieuwe huizen, wegen, bruggen, en andere infrastructuur, zoals watertoevoer, moeten zo gebouwd worden dat ze extreem weer kunnen weerstaan.

Tegelijkertijd moeten regeringen toegang bieden tot uitkeringen die mensen die vertrekken mee kunnen nemen zodat ze zichzelf in het buitenland kunnen bedruipen. En landen van bestemming moeten overwegen om noodarbeid voor verdreven werknemers te bieden, met als model het programma voor seizoenarbeiders van Australië en Nieuw-Zeeland. Landen van bestemming kunnen ook stedelijke werk- en trainingscentra opzetten voor nieuwkomers, waarvan velen de vaardigheden missen om een baan in de stad te vinden; en ze zouden de kwalificaties van degenen die wel over expertise beschikken moeten herkennen en ze helpen werk te vinden.

Het zal voor landen van bestemming essentieel zijn om te investeren in duurzame infrastructuur en basale diensten voor nieuwkomers. Sommige steden aarzelen om deze diensten aan te bieden, omdat ze vrezen dat dit nieuwe immigranten zal aantrekken. Maar deze houding drijft immigranten alleen maar achterbuurten in, wat nog grotere problemen schept. Een betere benadering is om migranten uit kwetsbare plattelandsgebieden richting nabijgelegen middelgrote steden te dirigeren die over afdoende diensten beschikken om ze te kunnen absorberen; dit op zijn beurt zal er voor zorgen dat megasteden onhoudbaar zullen groeien.

Een omvattende aanpak langs deze lijnen zou helpen om migratie tot een deel van de oplossing voor klimaatverandering te maken, en niet slechts tot een van zijn schadelijke effecten. Veel landen zullen voor dit soort plannen financiering nodig hebben, en het is bemoedigend dat de klimaatovereenkomst van 2015 in Parijs een werkgroep heeft gecreëerd om klimaatgerelateerde ontheemding aan te pakken. Een van zijn voornaamste doelen zou moeten zijn om te garanderen dat mechanismes voor financiering van aanpassing aan klimaatverandering migratiekwesties omvatten.

Voor nu bestaat de noodzaak tot een energieker mondiaal discours over dit nijpende probleem. Of door het klimaat veroorzaakte migratie soelaas of chaos zal brengen hangt af van het beleid en de investeringen waar we het nu over eens worden. We moeten nu actie ondernemen om kwetsbare gemeenschappen een stem in hun toekomst te geven.

Vertaling Melle Trap