5

Eerst checks en balances, dan pas wegen en bruggen

WASHINGTON, DC – Tijdens de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 waren Hillary Clinton en Donald Trump het erover eens dat de Amerikaanse economie te maken heeft met een gebrekkige infrastructuur. Beide kandidaten riepen vervolgens op tot ruimere investeringen om het publieke kapitaal van het land te renoveren en te verbeteren. Nu de regering-Trump haar eerste begrotingsschets aan het voorbereiden is, zullen initiatieven op dit terrein een centraal aandachtspunt zijn.

De Verenigde Staten zijn niet het enige land dat hiermee kampt. Infrastructuurgaten zijn zelfs een nog dringender probleem in de rest van de wereld. Andere geavanceerde economieën moeten eveneens de kwakkelende investeringen nieuw leven inblazen, en opkomende economieën moeten zich voorbereiden op bevolkingsgroei, toegenomen consumptie en een hogere vraag naar vervoersmogelijkheden.

Initiatieven die in de nasleep van de mondiale financiële crisis van 2008 zijn genomen, beginnen nu vruchten af te werpen. In de Europese Unie heeft het Juncker Plan – dat gebruik maakt van EU-fondsen om te helpen riskantere en vernieuwender projecten te financieren – ten doel om tussen 2016 en 2018 ruim $300 mrd aan infrastructuurinvesteringen te genereren.

En er is zelfs sprake van een nog omvangrijker beweging in de richting van infrastructuurinvesteringen in de opkomende economieën – met name in China, dat zowel in eigen land als in het buitenland allerlei projecten opzet. De afgelopen jaren heeft China de aanzet gegeven tot met binnenlands geld gefinancierde instellingen als het Silk Road Fund en tot de oprichting van nieuwe internationale financiële instellingen als de Asian Infrastructure Investment Bank.

Als het goed gebeurt, kunnen investeringen in infrastructuur nieuw leven inblazen in kwakkelende economieën en zichzelf terugverdienen, door de bedrijvigheid in de particuliere sector een impuls te geven en de economische groei te bevorderen. Maar als het slecht wordt aangepakt, kunnen de uitgaven aan publieke infrastructuur tot corruptie en verspilling leiden, waarbij de belastingbetalers moeten opdraaien voor de rekening van “bruggen die nergens heen gaan.” Adequaat uitgevoerde infrastructuurinvesteringen omvatten méér dan louter financiering; alle duizenden details van de selectie, het ontwerp en de implementatie van een project moeten eveneens nauwkeurig worden beheerd.

En op dit vlak zijn de sleutels tot succes niet louter professionele vaardigheid en technocratische expertise, maar ook transparantie en een vrije pers. Burgers moeten worden voorzien van de juiste gegevens over een project, zodat ze de voortgang ervan in de gaten kunnen houden en de beleidsmakers kunnen dwingen het openbaar belang te ontzien.

In een nieuw boek voorspellen Tomas Hellebrandt en ik dat de consumentenuitgaven in het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika, India, China en andere opkomende Aziatische landen in 2035 zullen zijn verviervoudigd.

Mensen die $200 per jaar verdienen, geven slechts 1% van hun inkomen aan vervoer uit, tegen 18% bij mensen die $20.000 per jaar verdienen. De komende twintig jaar zal het aantal mensen dat $6.000 tot $20.000 verdient met ruim een miljard toenemen, en velen van hen zullen hun eerste auto kopen. Intussen zal het aantal mensen met een jaarinkomen van boven de $20.000 met bijna 800 miljoen individuen toenemen, waarvan er vele voor hun plezier zullen gaan vliegen.

De transportnetwerken in de opkomende economieën zullen snel moeten groeien om deze toenemende vraag te kunnen bijbenen. En hoewel geavanceerde economieën al een uitgebreide transportinfrastructuur en een stabiele populatie hebben, moeten hun netwerken dringend worden gerenoveerd en gerepareerd.

Opkomende landen kunnen alleen maar voldoende financiering voor infrastructuur bewerkstelligen als ze de rol van de particuliere sector uitbreiden; vooral pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen beschikken over ruime middelen. Maar om deze kans te kunnen benutten, moeten de vereisten voor dit soort beleggers worden versoepeld, zodat ze er gediversifieerde portefeuilles met infrastructuurprojecten op kunnen nahouden. Er moeten ook co-investeringsplatforms met multilaterale en regionale ontwikkelingsbanken worden opgericht, om de geloofwaardigheid van deze investeringen te bevorderen.

Om particuliere beleggers aan te trekken zullen overheden een stabiele toezichthoudende omgeving moeten creëren, die vrij is van willekeurige verstoringen. Tegelijkertijd zullen ze de belastingtechnische verplichtingen die aan projecten met particuliere participatie verbonden zijn moeten openbaren en monitoren, wat Chili nu al routinematig doet. Dit zal helpen voorkomen dat overheidsgaranties voor publiek-private partnerschappen begrotingskosten met zich meebrengen ter hoogte van één of meer procent van het bbp, zoals dat in Colombia, Indonesië en Portugal is gebeurd.

Overheden moeten een cultuur van transparantie bevorderen om ervoor te zorgen dat  financiering productief wordt ingezet, en niet illegaal wordt weggesluisd of om politieke redenen naar projecten met weinig toegevoegde waarde wordt geleid. Tenders en belangrijke onderdelen van contracten moeten met de regelmaat van de klok worden gepubliceerd, en tijdens het hele aanbestedingsproces en de looptijd van contracten moeten de boeken goed worden bijgehouden en aan alle kwaliteitscontroles worden voldaan.

Om fraude af te schrikken moeten overheden klokkenluiders belonen en tegen vergelding beschermen. Veel opkomende landen waar investeringen het hardst nodig zijn, moeten dringend het institutionele raamwerk hervormen voor de selectie en tenuitvoerlegging van infrastructuurprojecten. Maar corruptie raakt in zekere mate alle landen, dus geavanceerde landen moeten infrastructuurprojecten ook beschermen tegen onnodige particuliere inmenging en willekeurige bemoeienis van de overheid.

Het is in ieders belang de infrastructuurinvesteringen in opkomende economieën met succes te bevorderen. En omdat de opkomende economieën aan het front staan van de strijd tegen de klimaatverandering, zal de wereld zelfs nog meer profiteren als de investeringen in deze landen worden gericht op de zogenoemde groene infrastructuur. Het aanleggen van nieuwe metronetwerken in plaats van wegen draagt ertoe bij de kooldioxide-emissies de komende decennia omlaag te brengen.

Geavanceerde landen kunnen bij deze inspanningen helpen door onderzoek en ontwikkeling van groene technologie te ondersteunen, en door financiële prikkels te geven voor klimaatvriendelijke infrastructuurinvesteringen, via exportkredietagentschappen en multilaterale en regionale ontwikkelingsbanken. Met een open en transparant internationaal aanbestedingssysteem zouden de meest efficiënte technologieën dan vanzelf boven komen drijven.

Infrastructuurinvesteringen beloven veel goeds, maar om van de voordelen te kunnen profiteren, moeten beleidsmakers in de opkomende economieën hun institutionele raamwerken voor de aanbesteding versterken. En de beleidsmakers in de geavanceerde economieën moeten bekende checks en balances in stand houden en toepassen, om de projectselectie een gelijk speelveld te bieden en de implementatie van begin tot eind te kunnen monitoren.

De hierboven weergegeven meningen zijn die van de auteur en vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de opinie van het IMF of zijn Executive Board, dan wel die van IMF Management.

Vertaling: Menno Grootveld