22

Ter verdediging van de mondialisering

LONDEN – Onlangs was ik in het mooie Chili voor een Futures Congress, en had ik de kans om naar het zuiden te reizen, naar de punt van Latijns-Amerika. Ik heb onlangs ook een radio-documentaire voor de BBC gemaakt, getiteld “Fixing Globalization” (“Het repareren van de mondialisering”), waarvoor ik dwars door Groot-Brittannië ben getrokken. Ik was op zoek naar ideeën om bepaalde aspecten van de mondialisering te verbeteren, en sprak daarnaast over specifieke problemen met bekende deskundigen. In beide gevallen zag ik dingen die mij ervan overtuigden dat het hoog tijd is om de mondialisering te hulp te schieten.

Chili is vandaag de dag het rijkste land van Latijns-Amerika, met een bbp per hoofd van de bevolking van zo'n $23.000 per jaar – vergelijkbaar met dat van de Midden-Europese landen. Dit is een behoorlijke prestatie voor een land dat zo zwaar afhankelijk is van de koperproductie, en het onderscheidt Chili van veel van zijn buurlanden. Net als veel andere landen wordt Chili geconfronteerd met economische problemen, en laat het groeitempo te wensen over; toch heeft het land veelbelovende kansen over de grenzen heen.

Toen ik bijvoorbeeld leiding gaf aan een onderzoek naar anti-microbiële weerstand, kwam ik erachter dat koper krachtige anti-bacteriële eigenschappen heeft, en dat het een ideaal materiaal is voor gebruik in gezondheidszorgfaciliteiten waar bacteriën zich dikwijls makkelijk verspreiden. Dit betekent dat koperproducenten als Chili, Australië en Canada de mondiale gezondheidszorg kunnen verbeteren – en de export kunnen verhogen – door betaalbare koperen infrastructuur te leveren voor ziekenhuizen en andere medische centra in de wereld.

Chili is ook een schatkamer aan kennis als het gaat om het beleid ten aanzien van aardbevingen en tsunami's. Tijdens mijn reis bracht ik een bezoek aan La Serena, dat in 2015 werd getroffen door de op vijf na krachtigste aardbeving die ooit is geregistreerd. Maar bij de daaropvolgende tsunami kwamen slechts elf mensen om, hoewel er op veel andere plaatsen zeker veel meer doden zouden zijn gevallen. De geavanceerde voorbereiding en de snelle reactie van de Chileense officials lijken het verschil te hebben gemaakt. Met zó veel institutionele ervaring kan Chili een waardevolle hulpbron zijn voor andere landen die te kampen hebben met seismische verschijnselen.

La Serena is ook dichtbij een van 's werelds beste plekken om naar de sterren te kijken, wat astronomen van over de hele wereld trekt. In feite wordt er in Chili opmerkelijk veel samengewerkt tussen wetenschappers uit de hele wereld, deels omdat het land net ten noorden van de Zuidpool ligt – een gebied waar al heel lang sprake is van wetenschappelijke en ecologische samenwerking.

Afgezien van Chili is het interessant dat de Chinese president Xi Jinping dit jaar de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos bijwoont. Omdat Donald Trump tot president van de Verenigde Staten is verkozen en Groot-Brittannië zich uit de Europese Unie terugtrekt, dacht ik dat de gloriedagen van dit elitaire gebeuren achter ons lagen. De aanwezigheid van Xi duidt er echter op dat China aan het onderzoeken is waar het zichzelf op het wereldpodium kan positioneren, en van welke aspecten van de mondialisering het land kan profiteren, nu de westerse machten zich steeds meer naar binnen keren.

De Chinese ambassadeur in Groot-Brittannië wees er al op in mijn radioprogramma: China is voor minstens 70 landen nu al de grootste importeur – ja, importeur – en neemt wereldwijd ongeveer 10 tot 11% van alle importen voor zijn rekening. Ondanks de veronderstelde economische problemen zal China vóór het einde van dit decennium vermoedelijk een grotere importeur zijn dan de EU, en de VS daarna waarschijnlijk ook snel inhalen.

Bovendien is de economische ongelijkheid tussen de landen van de wereld de afgelopen twintig jaar scherp gedaald, deels dankzij de opkomst van China, en deels dankzij de economische ontwikkeling in Azië, Latijns-Amerika en elders. In 2010 hadden de Verenigde Naties reeds de Millenniumontwikkelingsdoelstelling bereikt van het halveren van de mondiale armoede in 2015, en recente voorspellingen duiden erop dat de armoede in 2050 overal zal zijn verdwenen, behalve in Afrika.

Dit zal niet kunnen gebeuren zonder de mondialisering. Vooral de Afrikaanse landen zullen meer handel met elkaar moeten gaan drijven, en er wordt gesproken over het instellen van een Afrikaanse vrijhandelszone. Maar dat zou wel eens lastig kunnen blijken nu de anti-handelssentimenten in opkomst zijn. Zijn de critici van de mondialisering – degenen die haar ten onrechte voor een nulsomspel houden – soms tegen het uitroeien van de armoede in de wereld?

Beleidsmakers kunnen iets doen om de ongerustheid over de mondialisering tegen te gaan. Om te beginnen moet de schijnbaar eindeloze groei van de winsten als percentage van het mondiale bbp een halt toegeroepen worden. Iedereen die vindt dat dit radicaal klinkt, moet nog maar eens in de economieboeken duiken. Hogere winsten moeten nieuwkomers immers verleiden de markt te betreden, zodat die vervolgens de winsten van de gevestigde bedrijven kunnen laten afbrokkelen door de concurrentie met ze aan te gaan. Het feit dat dit nu niet gebeurt duidt erop dat er op sommige markten vals wordt gespeeld, of dat zij eenvoudigweg hebben gefaald. Beleidsmakers moeten hier met strengere regelgeving op reageren. Het huidige klimaat is bijvoorbeeld, zoals ik al eerder heb betoogd, veel te lankmoedig als het gaat om aandelenterugkoopprogramma's.

Tegelijkertijd moeten beleidsmakers maatregelen nastreven om de lonen van de laagstbetaalden te verhogen, wat feitelijk zou kunnen helpen de productiviteit een impuls te geven, omdat kapitaal dan minder duur wordt in verhouding tot arbeid. En zoals Wereldbank-president Jim Yong Kim onlangs tegen mij zei: we moeten de afdwinging van wetten over handelsakkoorden versterken, en meer doen om noodlijdende binnenlandse sectoren te helpen die het nakijken hebben als gevolg van deze akkoorden.

Dit doet mij denken aan een droevig verhaal dat ik hoorde van een paar ontslagen werknemers van Goodyear Tire in Wolverhampton, in de Britse West Midlands. Zij vertelden mij dat er advertenties voor hun verloren gegane banen op een mededelingenbord waren geplaatst, en dat ze opnieuw naar die banen konden solliciteren als ze naar Mexico wilden verhuizen. De werknemers vermoedden dat het voor het bedrijf makkelijker was om zijn fabriek in Groot-Brittannië te sluiten dan om nog minder productieve fabrieken in Frankrijk of Duitsland te sluiten. Veranderingen zoals deze kunnen beslist beter worden afgehandeld.

Tenslotte moeten beleidsmakers prioriteit verlenen aan ontwikkelingsprojecten als het Britse “northern powerhouse” en de “Midlands engine.” Ook elders zouden meer van zulke initiatieven moeten worden gelanceerd.

Ondanks de vele problemen die zij met zich meebrengt heeft de mondialisering van de wereld een betere plek gemaakt dan zij anders zou zijn geweest. En we hebben de mondialisering nog steeds nodig als we de armoede willen uitroeien en een hogere levensstandaard voor iedereen willen bewerkstelligen.

Vertaling: Menno Grootveld