40

Het Trump-deficiet

CAMBRIDGE – Het is een mythe die na de financiële crisis opgeld heeft gedaan dat op bezuinigingen gebrande conservatieve regeringen altijd voorstander zijn van budgettaire behoedzaamheid, terwijl op herverdeling gerichte progressieven grote overheidstekorten als 's werelds grootste 'gratis lunch' beschouwen. Ook al zit er wellicht een greintje waarheid in, dit simplistische perspectief gaat volstrekt voorbij aan de ware onderliggende politieke economie van de tekorten.

Feit is dat als één partij de touwtjes van de regering stevig in handen heeft, zij een krachtige prikkel ondervindt om te lenen ter financiering van haar prioriteiten, in de wetenschap dat zij niet per se degene hoeft te zijn die voor de kosten zal moeten opdraaien. We mogen dus verwachten dat de regering van de Amerikaanse president Donald Trump, conservatief of niet, agressief gebruik zal maken van begrotingstekorten om haar prioriteiten op het gebied van de belastingen en de bestedingen te financieren.

Het meest nauwkeurige raamwerk voor het denken over overheidstekorten in democratieën werd eind jaren tachtig voorgesteld door de Italiaanse wetenschappers Alberto Alesina en Guido Tabellini, min of meer gelijktijdig met twee Zweden, Torsten Persson en Lars Svensson. Hoewel hun benaderingen en détail enigszins verschillen, is de fundamentele gedachte dezelfde: Je geeft geld aan je vrienden zolang je dat kan. Als er later, als de oppositiepartij aan de beurt is, minder te verdelen valt, dan is dat jammer.

Je hoeft alleen maar naar de recente Amerikaanse economische geschiedenis te kijken om het inzicht van het Italiaans/Zweedse model bevestigd te zien – en om de absurditeit te staven van de beweringen dat Republikeinen er altijd op uit zijn het budget in evenwicht te brengen, terwijl Democraten altijd zullen proberen méér uit te geven dan het land zich kan veroorloven. In de jaren tachtig was de conservatieve held Ronald Reagan bereid enorme begrotingstekorten op de koop toe te nemen ter financiering van zijn ambitieuze plannen voor belastingverlaging, en dat deed hij ook nog eens in een tijdperk dat lenen niet goedkoop was.

In het eerste decennium van deze eeuw volgde een andere Republikeinse president, George W. Bush, in grote lijnen het schema van Reagan, door opnieuw de belastingen te verlagen en het begrotingstekort uit de hand te laten lopen. In 2012, op het hoogtepunt van het conflict tussen het door de Republikeinen gecontroleerde Congres en de Democratische president Barack Obama over de tekorten en de nationale schuld, kwam de Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney met een economisch plan dat tot gigantische tekorten zou leiden, ter financiering van belastingverlagingen en hogere militaire uitgaven.

Aan de andere kant van het politieke spectrum zorgde de Democratische president Bill Clinton feitelijk voor een begrotingsoverschot, tijdens wat de meeste academische economen als een zeer succesvol presidentschap beschouwen. Eind jaren negentig vroegen sommige onderzoekers zich af hoe de internationale markten zouden reageren als de VS geleidelijk al hun schulden zouden afbetalen. De daaropvolgende belastingverlagingen en de ongefinancierde oorlogen van Bush bewerkstelligden dat dit nooit een probleem werd.

Wat zorgt er dan voor dat de tekorten niet steeds verder oplopen als de partijen elkaar aan de top afwisselen en steeds meer geld lenen om hun aanhangers te helpen? In hoog-functionerende democratieën als de Verenigde Staten of Groot-Brittannië is de collectieve herinnering aan de problemen die veroorzaakt worden door hoge schulden gelukkig groot genoeg om enige steun te genereren voor een periodieke terugdringing van de verhouding tussen de schuldenlast en het bbp.W Maar zelfs in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zijn begrotingstekorten geen steriele, neutrale vormen van economische impulsen, zoals het klassieke Keynesiaanse model voorschrijft. Tekorten zijn daarentegen bijna altijd het product van stevige politieke gevechten over begrotingsprioriteiten.

Uiteraard kunnen in een voortdurend veranderende wereld de kosten van een grote schuldenlast in de loop der tijd veranderen. Nadat de rente tientallen jaren is gedaald, gaat hij plotseling stijgen.

Uiteenlopende houdingen jegens risico zijn een centrale factor in de eeuwige controverse over de vraag hoeveel stimulering van de economie optimaal is. Tot voor kort hebben veel linkse economische analisten en commentatoren aangedrongen op een enorme begrotingsimpuls voor de Amerikaanse economie, ook al zijn ze van de ene op de andere dag van gedachten veranderd (om precies te zijn: op de dag dat Trump werd verkozen). Niemand weet precies waar een redelijk midden tussen minder schulden en een stimulans van de economie precies ligt.

Nobelprijswinnaar en econoom Thomas Sargent en anderen hebben onlangs betoogd dat het optimale schuldenpeil voor de VS feitelijk heel dicht bij nul ligt, hoewel hij niet aanbeveelt om te proberen daar al spoedig op uit te komen, gezien het feit dat de Amerikaanse staatsschuld nu ruim 100% van het bbp bedraagt. De conclusie van Sargent is in tegenspraak met het idee (zeer onlangs nog uiteengezet in een hoofdredactioneel commentaar van de Economist) dat alle geavanceerde landen, in plaats van de schulden te stabiliseren, ernaar zouden moeten streven om Japan te imiteren (waar de nettoschuld ruim 140% van het bbp bedraagt, het hoogste niveau onder de ontwikkelde economieën).

Wat ertoe doet is niet alleen het schuldenpeil, maar ook de manier waarop daarmee wordt omgesprongen – een kwestie waar ik in een recent commentaar op ben ingegaan, toen ik me richtte op de juiste mix tussen lange- en kortetermijnleningen van de overheid. Sommigen, waaronder Robert Skidelsky, lijken te denken dat het bespreken van de manier waarop de staatsschuld het best kan worden afgelost neerkomt op het pleiten voor krappe begrotingen en bezuinigingen. Maar als de rente in het tijdperk van Trump omhoog schiet (wat zomaar zou kunnen), zal de Amerikaanse regering willen dat zij had gekozen voor minder kortetermijnschulden en méér langetermijnleningen.

Als het presidentschap van Trump betekent dat er weer flink geleend gaat worden – in samenhang met een snellere groei en een hogere inflatie – zou een scherpe stijging van de mondiale rente makkelijk het gevolg kunnen zijn, waardoor grote druk zal worden uitgeoefend op zwakke plekken in de hele wereldeconomie (bijvoorbeeld de Italiaanse staatsfinanciën) en op de bedrijfskredieten op de opkomende markten. Veel landen zullen profiteren van de Amerikaanse groei (als Trump tenminste niet tegelijkertijd handelsbarrières opwerpt). Maar iedereen die erop rekent dat de rente laag zal blijven, omdat conservatieve regeringen afkerig zijn van tekorten, heeft een geschiedenisles nodig.

Vertaling: Menno Grootveld