Middle school pupils AAron Ontiveroz/The Denver Post via Getty Images

Netwerkoplossingen voor onderwijshervorming

WASHINGTON, DC – Er zijn over de hele wereld ongeveer 250 miljoen kinderen die niet in de positie verkeren om naar school te gaan, en velen die wel toegang tot een klaslokaal hebben krijgen daar niet de benodigde vaardigheden om te slagen in het leven onderwezen. En ondanks een groeiende consensus over de systematische natuur van de uitdagingen die het onderwijs treffen is er veel minder overeenstemming over hoe deze systematische uitdagingen tegemoet te treden. Toch lijkt 2018 voor de mondiale inspanningen om de toegang tot onderwijs en de kwaliteit ervan te verbeteren een veelbelovend jaar te worden.

Exclusive insights. Every week. For less than $1.

Learn More

Een van de redenen hiervoor is de opkomst van zogenaamde peer-actienetwerken, die wereldwijd kennisdeling faciliteren en lokaal continue verbetering aanmoedigen. Dit soort netwerken kunnen wanneer goed georganiseerd deels een oplossing bieden voor de systematische uitdagingen van het onderwijs.

Er bestaan talloze peer-groepen die sommige van de grootste problemen van onze planeet aanpakken, maar twee daarvan die geassocieerd zijn met onze organisaties zijn het hier waard om uit te liichten. De eerste is het Joint Learning Network for Universal Health Coverage (JLN), een gemeenschap van praktijkmensen en beleidsmakers uit dertig landen ondersteund door Results for Development en andere ontwikkelingspartners. De andere is het Global Cities Education Network (GCEN) van de Asia Society, dat verbeteringen in urbane onderwijssystemen in Noord-Amerika en Azië faciliteert.

Deze internationale peer-netwerken hebben allebei al lokaal resultaat opgeleverd. Zo creëerde Denver Public Schools in Colorado – lid van CGEN – in 2016 bijvoorbeeld het CareerConnect programma, dat kansen voor leren op de werkvloer voor studenten aanbiedt. Het programma borduurt voort op lessen uit systemen voor beroepsonderwijs uit Hong Kong, Melbourne, en Singapore – allen steden die lid zijn van CGEN – zowel als uit Zwitserland, om mensen die hun diploma hebben gehaald voor te bereiden op het leven na de middelbare school.

Overeenkomstig heeft JLN een aanzienlijke vooruitgang geboekt in het richting een universele zorgdekking helpen van ontwikkelingslanden. Ondersteuning door het netwerk heeft leden in staat gesteld om technische barrières te slechten en politieke steun op nationaal niveau veilig te stellen. De overname van het JLN-model om functionarissen van nationale onderwijsministeries te ondersteunen zou in vele landen een vergelijkbare vooruitgang in het onderwijs kunnen produceren.

Beide netwerken bieden een mondiaal platform voor lokale praktijkmensen om oplossingen te ontwerpen en innovatie aan te drijven. En beide zijn georganiseerd rond vijf principes waarvan we geloven dat elke succesvolle peergroep – in het onderwijs of welke sector dan ook – deze zou moeten nastreven in hun eigen werk te incorporeren.

Ten eerste brengen netwerken leiders samen die met vergelijkbare kwesties te maken hebben maar in een verschillende context. Internationale peer-actienetwerken zijn het meest effectief wanneer ze intercultureel zijn; we hebben gevonden dat het verbinden van afzonderlijke groepen die naar overeenkomstige doelen toewerken vaak onverwachte oplossingen produceert die tevens robuuster zijn.

Ten tweede wordt de ‘peer’ component van deze netwerken sterkt benadrukt. Leden hebben allen een even grote stem in het stellen van prioriteiten en in discussies. Netwerk-leren is het meest succesvol wanneer deelnemers het gevoel hebben dat ze de uitkomsten mede bepalen.

Ten derde kan iedereen met de autoriteit en het vermogen om verandering te beïnvloeden lid worden. Zo vereisen veel uitdagingen qua onderwijsplanning op nationaal of stedelijk niveau bijvoorbeeld zowel politieke als technische oplossingen. Voor een effectief netwerk moeten beleidsmakers en praktijkmensen samenwerken om oplossingen voor gedeelde uitdagingen te vinden.

Ten vierde hebben het JLN en het CGEN zich geëngageerd aan het meten van de collectieve en individuele vooruitgang. Alhoewel het peilen van succes binnen het onderwijs lastig kan zijn, en dan vooral binnen verschillende contexten, moeten peer-actienetwerken georiënteerd zijn op het behalen van resultaten, en dat betekent het meten van hun effectiviteit. Verder moeten er prestatiemetingen qua aansprakelijkheid worden afgeleid uit systemen die deelnemers al in eigen land gebruiken.

Als laatste streven deze netwerken ernaar om duurzaam te zijn. Grootschalige en beklijvende verandering aandrijven door middel van een netwerk vergt van elke sector, maar vooral het mondiale onderwijs, een consistente visie, staf, en financiële hulpmiddelen. Deelnemers aan peergroepen kunnen niet tegelijk én beleidsmaker of veldwerker zijn én samen een netwerkorganisatie leiden. Begrotingen voor centrale teams om de technische ondersteuning voor leden en de operaties van het netwerk te beheren zijn voor succes cruciaal.

Helaas wordt er momenteel maar zeer weinig onderwijsfinanciering opzij gezet voor investeringen in nieuwe leernetwerken. Het vergroten van de investeringen in peer-actienetwerken zou de leiderschaps- en uitvoerende capaciteit die van cruciaal belang zijn om de leerkansen overal ter wereld uit te breiden kunnen verstevigen, een sleuteldoel van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.

Er bestaan geen eenvoudige oplossingen om hoogkwalitatief onderwijs aan te bieden aan elk kind op aarde. Maar zoals de groei van peer-actienetwerken laat zien staan mondiale leiders op het gebied van educatie hierin echter niet alleen. Wanneer gelijkgezinde beleidsmakers en professionals ideeën delen en samenwerken aan oplossingen worden de onderwijsuitdagingen van deze wereld iets minder afschrikwekkend.

Vertaling Melle Trap

http://prosyn.org/cORi1i7/nl;

Handpicked to read next