24

Gevaarlijk Amerikaans Neo-Protectionisme

NEW YORK – Amerikaans president Donald Trump staat op het punt om een beleidsfout te maken. Deze zal – vooral op korte termijn – pijn doen in landen in Sub-Sahara-Afrika, Latijns-Amerika en Azië, en in het bijzonder in opkomende economieën zoals China en Sri Lanka (die grote handelsoverschotten tegenover de Verenigde Staten hebben), en India en de Filipijnen (die grote bestemmingen voor outsourcing zijn). Maar niemand zal zo lijden als de VS zelf.

Het beleid in kwestie betreft een vreemd neoliberaal protectionisme – laten we het ‘neo-protectionisme’ noemen. Het is aan de ene kant een poging om binnenlandse banen te ‘redden’ door de tarieven op buitenlandse goederen te verhogen, de wisselkoersen te beïnvloeden, de instroom van buitenlandse werknemers te beperken, en negatieve stimuli voor outsourcing te creëren. Aan de andere kant omvat het neoliberale financiële deregulering. Maar dit is niet de manier om de arbeidersklasse van de VS op dit moment te helpen.

Amerikaanse werknemers hebben met grote uitdagingen te maken. Alhoewel de VS zich momenteel op een laag werkloosheidscijfer van 4.8% kan beroemen werken veel mensen slechts parttime, en is de arbeidsparticipatie (het aandeel van de beroepsbevolking dat werkt of werk zoekt) gedaald van 67,3% in 2000 tot 62,7% in januari dit jaar. Bovendien zijn de reële lonen al decennia grotendeels statisch; het reële mediane gezinsinkomen is momenteel hetzelfde als in 1998. Van 1973 tot 2014 is het inkomen van de armste 20% van de huishoudens zelfs licht gedaald, zelfs terwijl het inkomen van de rijkste 5% verdubbelde.

Een factor die deze trends aandrijft is de daling in productiebanen geweest. Greenville, South-Carolina is hier een goed voorbeeld van. Ooit beschouwd als textiel-hoofdstad van de wereld, met 48.000 mensen werkzaam in de industrie in 1990, zijn er nu nog maar 6.000 textielarbeiders over.