0

Verhoog de effectiviteit van de ontwikkelingshulp

PARIJS – Er is nog nooit zo hard gepoogd een einde te maken aan de armoede in de wereld als nu. In 2014 bereikte de officiële ontwikkelingshulp voor het tweede achtereenvolgende jaar een historisch hoogtepunt van $135 mrd, volgens nieuwe cijfers van de OESO. Dit duidt erop dat de geavanceerde economieën zich blijven inspannen voor het stimuleren van de mondiale ontwikkeling, ondanks hun eigen recente problemen.

Tel bij dit alles de substantiële uitgaven van Arabische en Latijns-Amerikaanse landen en China op, in de vorm van investeringen en leningen, en het is duidelijk dat de geldstromen naar de ontwikkelingslanden een ongekend niveau hebben bereikt. Toch mag de vreugde over deze cijfers het zicht niet belemmeren op de mogelijkheden om deze fondsen effectiever in te zetten.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

De officiële hulp van de donorlanden heeft ertoe bijgedragen de extreme armoede en kindersterfte te halveren en de vooruitgang op vele andere fronten te bevorderen. Maar het begint nu duidelijk te worden dat de duurzame ontwikkelingsgelden niet zullen volstaan om de extreme armoede in 2030 de wereld uit te helpen en de nieuwe Sustainable Development Goals(Duurzame Ontwikkelingsdoelen) van de Verenigde Naties te implementeren, waarover later dit jaar overeenstemming moet worden bereikt.

Het geld dat vandaag de dag aan hulp wordt uitgegeven zou aanzienlijk meer gewicht in de schaal leggen als het zou worden aangewend om de binnenlandse belastinginkomsten en de particuliere investeringen in de van hulp afhankelijke landen te mobiliseren. Dit gebruik van officiële hulpgelden kan beter worden uitgedrukt in de nieuwe indicator die op 8 april door de OESO is geïntroduceerd: de Total Official Support for Development(Totale Officiële Steun voor Ontwikkeling).

Ontwikkelingslanden halen gemiddeld 17% van hun bbp binnen in de vorm van belastingen, tegen 34% in de lidstaten van de OESO. Sommige landen komen zelfs niet verder dan 10%. Een groot deel van de verloren gegane belastinginkomsten verdwijnt in illegale geldstromen en eindigt in het buitenland.

Afrika verliest bijvoorbeeld zo'n $50 mrd per jaar aan illegale geldstromen, veel meer dan het aan ontwikkelingshulp ontvangt. Als de ontwikkelingslanden slechts 1% extra van hun bbp aan belastingen zouden kunnen binnenhalen, zou dat resulteren in tweemaal zo veel geld als het totaalbedrag aan officiële ontwikkelingshulp – en dat zou allemaal naar onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid of contante geldinjecties kunnen gaan.

Het rendement van geld dat in de versterking van belastingsystemen wordt gestoken kan verbluffend zijn. In Kenia is uit het OESO-project Tax Inspectors Without Borders(Belastinginspecteurs Zonder Grenzen) gebleken dat iedere dollar die werd uitgegeven aan de bestrijding van belastingontduiking $1,290 aan extra inkomsten opleverde. Op dezelfde manier heeft een half miljoen dollar aan belastinghervormingen op de Filippijnen ruim $1 mrd aan extra belastinginkomsten binnengebracht. Toch gaat vandaag de dag slechts 0,1% van alle ontwikkelingshulp, net iets minder dan $120 mln, naar de ondersteuning van de belastingstelsels van ontwikkelingslanden.

Ontwikkelingshulp kan, mits op de juiste manier aangewend, ook particuliere beleggingen mobiliseren, als het geld wordt besteed aan het terugdringen van risico's. Garanties, zachte leningen en beleggingen, geruggesteund door ontwikkelingshulp, kunnen helpen beleggers aan te trekken, zoals is gebeurd met zonne-energieprojecten in Mali en fabrieken in Ethiopië. In 2014 meldde Andris Piebalgs, destijds  Europees Commissaris voor de Ontwikkeling, dat giften ter waarde van €2,1 mrd ($2,2 mrd) “sinds 2007 naar schatting een vliegwielwerking van €40,7 mrd in 226 projecten hadden opgeleverd.”

Het is ook belangrijk te bedenken dat het geld juist die gebieden moet bereiken waar het het hardst nodig is. Ook al bereikte de hulp vorig jaar opnieuw een recordniveau, de fondsen die aan 's werelds minst ontwikkelde landen werden gegeven daalden feitelijk. Langdurige programma's in landen die iets beter af waren kregen grotere bedragen toebedeeld, terwijl een hele reeks armere landen opnieuw over het hoofd werd gezien.

Als de wereldleiders elkaar in juli in Addis Abeba ontmoeten voor de Topconferentie voor de Financiering van Duurzame Ontwikkeling, moeten ze overeenkomen de hulpgelden ten goede te laten komen aan landen met weinig toegang tot andere financieringsbronnen, die de grootste moeite hebben met het aantrekken van beleggers en er de zwakste belastingstelsels op na houden. Kwetsbare groepen, zoals etnische en religieuze minderheden en inheemse plattelandsbevolkingen die moeite hebben de armoede achter zich te laten, verdienen daarbij speciale aandacht.

De 29 lidstaten van de Ontwikkelingshulpcommissie van de OESO hebben beloofd de daling van de hulp aan 's werelds armste landen het hoofd te zullen bieden. Deze donorlanden hebben tevens beloofd te zullen voldoen aan de VN-doelstelling om minstens 0,15% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen. Bovendien zijn ze nieuwe regels overeengekomen die ervoor moeten zorgen dat er meer geld tegen zachtere voorwaarden naar de armste landen vloeit, en dat er nieuwe waarborgen in het leven worden geroepen om deze landen in staat te stellen hun schulden terug te betalen.

Fake news or real views Learn More

Wij zijn de eerste generatie in de menselijke geschiedenis die over de middelen beschikt om iedere persoon op de planeet uit de abjecte armoede te trekken. Er is genoeg geld in de wereld. Het is alleen van cruciaal belang om het verstandiger te besteden.

Vertaling: Menno Grootveld