25

The Austerity Pandemic

NEW YORK – Tijdens de voorjaarsvergaderingen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank in Washington DC dit jaar heeft het IMF de Europese landen opgeroepen hun bezuinigingsbeleid te versoepelen en zich te richten op investeringen. Dit was een breuk met de retoriek uit het verleden. Maar in de wandelgangen van beide multilaterale instellingen werd gesproken van een dubbele moraal.

In feite blijven de meeste landen bezuinigen – met de steun van het IMF. Dus zelfs nu sommige noordelijke landen vragen beginnen te stellen over de bezuinigingsvoorschriften, nemen de zuidelijke landen (inclusief de Zuid-Europese) steeds vaker maatregelen om hun begrotingen af te slanken.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Volgens voorspellingen van het IMF bevindt driekwart van de 119 regeringen die in 2013 hun begrotingen inkrimpen (in verhouding tot het bruto binnenlands product) zich in ontwikkelingslanden (waaronder 21 lageinkomenslanden en 68 middeninkomenslanden). Naar schatting 80% van de burgers van ontwikkelingslanden zal worden getroffen door bezuinigingen, en de gevolgen daarvan zullen vermoedelijk gestaag toenemen tot in 2015. Gedurende deze tijd zal de omvang van de krimp aanzienlijk zijn, waarbij ruwweg een kwart van alle ontwikkelingslanden de uitgaven waarschijnlijk zal terugbrengen naar een niveau dat lager ligt dan dat van vóór de crisis.

Uit een onderzoek van de beleidsdiscussies uit 314 landenrapporten van het IMF die sinds 2010 zijn gepubliceerd – als onderdeel van een samenhangende update over de mondiale verschuiving in de richting van soberheid – blijkt dat veel aanpassingsmaatregelen vooral voorkomen in de ontwikkelingslanden, waar de burgers het meest kwetsbaar zijn voor de economische en sociale gevolgen van bezuinigingen.

De meest voorkomende aanpassingsmaatregel, die wordt overwogen door regeringen in 78 ontwikkelingslanden, is het terugdringen van de subsidies. De beraadslagingen over dit onderwerp gaan vaak – in 55 ontwikkelingslanden – vergezeld van een discussie over de noodzaak van een doelgericht sociaal veiligheidsnet om de hogere voedsel-, energie- of transportkosten voor de armste burgers te compenseren.

Maar het leggen van een sociale beschermingsvloer kost tijd, en regeringen lijken niet bereid om te wachten met het nemen van maatregelen. Op een moment dat de behoefte aan voedselhulp bijzonder hoog is, hebben sommige regeringen de voedselsubsidies ingetrokken en andere de subsidies voor landbouwbenodigdheden als zaden, mest en pesticiden verlaagd, waardoor de voedselproductie wordt gehinderd.

Op dezelfde manier dreigen salarisverlagingen en -plafonds in de publieke sector – zoals die momenteel worden nagestreefd door 75 ontwikkelingslanden – de voorzieningen voor de burgers te ondermijnen, vooral op lokaal niveau in arme landelijke gebieden, waar één enkele leraar of verpleegster kan bepalen of een kind onderwijs of medische verzorging krijgt. Dit gevaar wordt groter nu beleidsmakers in 22 ontwikkelingslanden hervormingen van de gezondheidszorg en in 47 ontwikkelingslanden veranderingen in de pensioenwetgeving overwegen.

Aan de inkomstenkant overwegen maar liefst 63 ontwikkelingslanden de BTW te verhogen. Maar het belasten van basisvoedsel- en huishoudproducten kan een disproportioneel effect uitoefenen op gezinnen in de lagereinkomensgroepen, wier beperkte besteedbare inkomens toch al aan de krappe kant zijn, zodat de bestaande ongelijkheid wordt verscherpt.

In plaats van op de uitgaven te bezuinigen, zouden de leiders van ontwikkelingslanden zich moeten richten op het bieden van goede werkgelegenheidsmogelijkheden en een betere levensstandaard voor hun burgers. Zij moeten erkennen dat bezuinigingen hen niet zullen helpen hun ontwikkelingsdoelstellingen te halen. Integendeel, die bezuinigingen zullen hun meest kwetsbare burgers schaden, de kloof tussen arm en rijk verbreden en bijdragen aan sociale en politieke instabiliteit.

De civiele onrust in de ontwikkelingslanden neemt al toe, van de Arabische Lente tot de gewelddadige voedselrellen die zich de afgelopen jaren in Azië, Afrika en het Midden-Oosten hebben voorgedaan. De bevolkingen reageren op de cumulatieve gevolgen van de aanhoudende werkloosheid, hoge voedselprijzen en verslechterende levensomstandigheden.

Dit hoeft echter helemaal geen tijdperk van bezuinigingen te zijn: de overheden, zelfs in de allerarmste landen, hebben mogelijkheden om een sociaal verantwoord economisch herstel te bevorderen. Tot de maatregelen die kunnen worden ingezet behoren onder meer een sanering van de schulden, een uitbreiding van de progressiviteit van de belastingen (op het individueel inkomen, vastgoed en bedrijven, inclusief die in de financiële sector) en het aan banden leggen van de belastingontduiking, het gebruik van belastingparadijzen en illegale geldstromen.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Uiteindelijk leidt het verlagen van de lonen en de huishoudinkomens, en het terugdringen van de openbare dienstverlening, tot het belemmeren van de menselijke ontwikkeling. Daardoor wordt de politieke stabiliteit bedreigd, de vraag omlaag gedrukt en het herstel op de lange baan geschoven. In plaats van te blijven vasthouden aan een beleid dat meer schade toebrengt dan goed doet, moeten beleidsmakers een nieuwe benadering overwegen – één die feitelijk bijdraagt aan de sociaal-economische vooruitgang van hun landen.

Vertaling: Menno Grootveld