0

Het Afrikaanse onderwijs moet op de schop

DUBAI – Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties heeft onderwijs de 'allerbeste investering' genoemd die landen kunnen doen om “welvarende, gezonde en eerlijke samenlevingen” op te bouwen. Nergens is dit inzicht relevanter dan in Afrika, waar grootschalige investeringen in onderwijs de afgelopen jaren tot aanzienlijke vooruitgang hebben geleid op het gebied van de alfabetisering, het schoolbezoek en de doorstroom naar de universiteit. Maar het continent heeft nog een lange weg te gaan.

Volgens UNICEF woont het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika ruim de helft van de 58 miljoen kinderen in de hele wereld die niet naar school gaan, met name meisjes en jonge vrouwen. Ruim één op de vijf Afrikanen in de leeftijdscategorie van 15 tot 24 is werkloos, slechts een derde heeft de basisschool doorlopen, en ondanks enige vooruitgang blijft het percentage dat hoger onderwijs heeft gevolgd laag.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Het feit dat veel sociale indicatoren stagneren of zelfs een neergang vertonen is bijzonder teleurstellend, gezien het feit dat Afrika veel van 's werelds snelst groeiende economieën herbergt. Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties is het aantal Afrikanen dat in extreme armoede leeft tussen 1990 en 2010 met bijna 40% gestegen, naar 414 miljoen mensen. Vier van de vijf sterfgevallen van kinderen onder de vijf doen zich voor in Afrika.

Toch zijn er redenen voor hoop. De komende decennia zal Afrika naar verwachting de snelste groei laten zien van het aantal rijke individuen. En uit twee recente onderzoeken van Standard Chartered Bank blijkt dat deze nieuwe rijken onderwijs als een topprioriteit beschouwen.

In het eerste onderzoek zeggen de meeste individuen met middeninkomens uit Nigeria, Ghana en Kenia dat ze de komende vijf jaar meer willen uitgeven aan het onderwijs van hun kinderen, ook al heeft zo'n 20% van hen zelf slechts minimaal onderwijs genoten. Een Chinees spreekwoord luidt dat alle ouders willen dat hun zonen draken zijn en hun dochters fenixen. Afrikaanse ouders zijn niet anders.

Uit het tweede onderzoek is gebleken dat Afrikaanse ondernemers met een hoge nettowaarde aan onderwijs de hoogste prioriteit hebben toegekend binnen hun charitatieve activiteiten. Ruim 90% houdt zich nu al bezig met onderwijs-gerelateerde filantropie. In Nigeria, waar 150 privé-vliegtuigen maar slechts vier geregistreerde filantropische instellingen zijn, heeft Aliko Dangote, de rijkste persoon in Afrika, de afgelopen twee jaar bijna $200 mln aan educatieve doelen geschonkens.

Andere inheemse filantropen, zoals Strive Masiyiwa en Nicky Oppenheimer, hebben ook aanzienlijke bedragen bijgedragen. Deze weldoeners zijn, naast particuliere ondernemingen en de publieke sector, van cruciaal belang als het erom gaat ervoor te zorgen dat alle jonge Afrikanen – niet alleen die uit rijke families – toegang krijgen tot kwaliteitsonderwijs.

Maar er is meer nodig dan alleen geld. De mensen moeten verder gaan dan het uitschrijven van cheques aan charitatieve instellingen; ze moeten actief bijdragen aan het bouwen van scholen, het financieren van cursussen en het opleiden van leraren. Gelukkig is dit nu langzaam aan het gebeuren.

Standard Chartered financiert bijvoorbeeld, samen met de Varkey GEMS Foundation, de opleiding van schooldocenten in Oeganda, op basis van de gedachte dat onderwijs van hogere kwaliteit vanzelf zal leiden tot betere onderwijsresultaten. En de MasterCard Foundation biedt financiële hulp aan achtergestelde Afrikaanse leerlingen en studenten om middelbare scholen en universiteiten te kunnen bezoeken.

Al deze spelers weten dat het soort stabiele, inclusieve groei dat ten grondslag ligt aan een goed opgeleide beroepsbevolking hen ongekende voordelen zal opleveren. Maar het bereiken van economisch succes op de langere termijn is niet alleen een kwestie van het verhogen van de alfabetiseringsgraad en van het percentage jongeren dat gaat studeren; het vereist ook een onderwijssysteem dat werknemers voorbereidt op de eisen van de snel veranderende arbeidsmarkt van de regio.

Dit betekent in de allereerste plaats dat ervoor moet worden gezorgd dat mensen praktische vaardigheden verwerven om de komende decennia als motor van de economische ontwikkeling te kunnen fungeren. Het is belangrijker om een groot aantal werknemers te hebben dat in staat is om widgets te maken, textiel te ontwerpen, gezondheidszorg te verlenen en enzymen te splijten dan een heel scala aan afgestudeerden in de geschiedenis of in de literatuurwetenschappen. Het betekent ook dat er, naar analogie van de voorbeelden van Singapore en Duitsland, duidelijke routes die onderwijs en werkgelegenheid met elkaar verbinden moeten worden gecreëerd.

Dangote heeft beschreven hoe duizenden universitair geschoolden solliciteerden naar een paar baantjes als vrachtwagenchauffeur bij zijn fabriek. Deze ervaring heeft hem ertoe gebracht zijn Dangote Academy op te richten, een centrum voor talentontwikkeling dat zich ten doel stelt het tekort aan industriële vaardigheden in Nigeria en elders op te vullen. Zulke initiatieven zijn van cruciaal belang voor het op één lijn brengen van het onderwijs met economische ontwikkeling en een grotere welvaart.

Fake news or real views Learn More

In 2040 zal Afrika een beroepsbevolking van 1,1 miljard mensen hebben – meer dan India of China. Met het juiste onderwijs, de juiste vaardigheden en kansen kan deze gigantische beroepsbevolking een snelle en duurzame economische groei voor de hele regio bewerkstelligen. Zonder deze ingrediënten zal het continent waarschijnlijk stijgende werkloosheid, grotere ongelijkheid, sociale wanorde en uiteindelijk conflicten en chaos ervaren.

Vertaling: Menno Grootveld