79

Robotisering zonder belastingheffing?

NEW HAVEN – Het idee van een belasting op robots is afgelopen mei gelanceerd in een ontwerprapport voor het Europees Parlement, voorbereid door Europees Parlementslid Mady Delvaux van de Commissie voor Juridische Zaken. Erop wijzend hoezeer robots de ongelijkheid kunnen vergroten, stelde het rapport dat er een “noodzaak voor het introduceren van vereisten voor jaarverslagen” zou kunnen bestaan, “inzake de omvang en het deel van de bijdrage van robotica en kunstmatige intelligentie aan de economische resultaten van een bedrijf, voor doeleinden van belastingheffing en sociale zekerheidspremies.”

De publieke reacties op het voorstel van Delvaux zijn overwegend negatief geweest, met uitzondering van Bill Gates, die het steunde. Maar we moeten het idee niet zomaar afwijzen. Alleen al het afgelopen jaar hebben we de proliferatie gezien van apparaten als Google Home en Amazon Echo Dot (Alexa), die een paar aspecten van de huishoudelijke hulp vervangen. Op dezelfde manier zijn de Delphi en nuTonomy onbemande taxidiensten in Singapore taxichauffeurs gaan vervangen. En Doordash, dat kleine zelfsturende auto's van Starship Technologies gebruikt, vervangt de mensen die restaurantmaaltijden bij mensen thuis bezorgen.

Als deze en andere arbeids-vervangende innovaties succes hebben, zullen de oproepen om ze te belasten frequenter worden, als gevolg van de menselijke problemen die ontstaan als mensen hun baan verliezen – banen waarmee ze zich nauw identificeren, en waarop ze zich misschien jarenlang hebben voorbereid. Optimisten wijzen erop dat er altijd nieuwe banen zijn geweest voor mensen die door technologie zijn vervangen; maar nu de robotrevolutie versnelt, worden de twijfels over hoe goed dit zal werken snel groter. Een belasting op robots, zo hopen de pleitbezorgers, kan dit proces vertragen, op z'n minst tijdelijk, en middelen opleveren om aanpassingen te financieren, zoals trainingsprogramma's voor arbeiders die hun baan zijn kwijtgeraakt.

Zulke programma's kunnen net zo cruciaal zijn voor een gezond menselijk leven zoals we dat kennen als ons werk. In zijn boek Rewarding Work, heeft Edmund S. Phelps het fundamentele belang onderstreept van het behoud van een “plaats in de samenleving – een roeping.” Als veel mensen niet langer in staat zijn werk te vinden om een gezin te onderhouden, heeft dat verontrustende gevolgen. Phelps benadrukt dat “het functioneren van de hele gemeenschap schade kan ondervinden.” Met andere woorden: er zijn externaliteiten van de robotisering die enige overheidsinterventie kunnen rechtvaardigen.

Critici van een robotbelasting hebben beklemtoond dat de dubbelzinnigheid van de term “robot” het vaststellen van de belastingbasis moeilijk maakt. De critici onderstrepen ook de enorme, onmiskenbare voordelen van de nieuwe robotica voor de productiviteitsgroei.

Maar laten we niet zo snel op z'n minst bescheiden robotbelastingen uitsluiten tijdens de transitie naar een ander klimaat van leven en werken. Zo'n belasting zou deel moeten uitmaken van een breder plan om de gevolgen van de robotica-revolutie in goede banen te leiden.

Alle belastingen, met uitzondering van een “lump-sum tax,” zorgen voor ontwrichtingen in de economie. Maar geen overheid kan zo'n “lump-sum tax” – hetzelfde belastingbedrag voor iedereen, ongeacht inkomsten of uitgaven – invoeren, omdat die het zwaarst zou wegen voor degenen met de laagste inkomens en de armen zou vermorzelen, omdat die de belasting wellicht helemaal niet zouden kunnen betalen. Belastingen moeten dus verbonden zijn aan een of andere activiteit die duidt op het vermogen om belastingen te betalen. Welke activiteit dat ook is zal als gevolg daarvan worden ontmoedigd.

Frank Ramsey heeft in 1927 een klassieke studie gepubliceerd, waarin hij betoogde dat je, om de door belastingen teweeggebrachte ontwrichtingen tot een minimum te beperken, alle activiteiten zou moeten belasten; hij heeft ook voorgesteld hoe je de tarieven zou kunnen vaststellen. Zijn abstracte theorie is nooit een volledig operationeel beginsel geweest voor feitelijke belastingtarieven, maar vormt wel een krachtig argument tegen het uitgangspunt dat de belasting nul zou moeten zijn, behalve voor een paar activiteiten, of dat alle activiteiten tegen hetzelfde tarief zouden moeten worden belast.

Activiteiten die externaliteiten creëren zouden tegen een hoger tarief kunnen worden belast dan wat Ramsey voorstelde. Belastingen op alcoholhoudende dranken zijn bijvoorbeeld wijdverbreid. Alcoholisme is een groot social probleem. Het verwoest huwelijken, gezinnen en levens. Van 1920 tot 1933 probeerden de Verenigde Staten nog een veel verdergaand ingrijpen in de markt: het regelrechte verbod op alcoholhoudende drank. Maar het bleek onmogelijk de alcoholconsumptie te elimineren. De alcoholbelasting die aan het einde van de periode werd ingevoerd was een mildere vorm van ontmoediging.

Discussies over een robotbelasting zouden moeten overwegen welk alternatief we hebben om de toenemende ongelijkheid aan te pakken. Het ligt voor de hand om te denken aan een progressievere inkomstenbelasting en een “basisinkomen.” Maar voor deze maatregelen bestaat geen wijdverbreide steun. Als de steun niet breed genoeg is zal de belasting, zelfs als zij wordt ingevoerd, geen lang leven beschoren zijn.

Als de belastingen op hoge inkomens al worden opgetrokken, wat doorgaans in oorlogstijd gebeurt, blijkt dat slechts van tijdelijke aard. Uiteindelijk komt het op de meeste mensen als natuurlijk over dat het belasten van succesvolle mensen terwille van minder bedeelden vernederend is voor de laatsten; zelfs de ontvangers van uitkeringen willen die vaak niet echt. Politici weten dat: zij voeren doorgaans geen campagne met voorstellen om de hoge inkomens te confiskeren en de lage inkomens in de watten te leggen.

De belastingheffing moet dus worden herzien om de inkomensongelijkheid die het gevolg is van de robotisering op te lossen. Het kan politiek gezien aanvaardbaarder en dus duurzamer zijn om de robots in plaats van louter de mensen met hogere inkomens te belasten. En hoewel dit geen belasting is op individueel menselijk succes, zoals de inkomstenbelasting, kan dit in feite een hogere belasting op hogere inkomens impliceren, als die hoge inkomens worden verkregen dankzij activiteiten die het vervangen van mensen door robots inhouden.

Een gematigde belasting op robots, zelfs als een tijdelijke belasting die louter de adoptie van een ontwrichtende technologie vertraagt, lijkt een natuurlijk onderdeel van een beleid om de toenemende ongelijkheid aan te pakken. De inkomsten kunnen worden gebruikt voor loonverzekeringen, om mensen die door nieuwe technologie worden vervangen te helpen de overstap naar een andere carrière te maken. Dit zou in overeenstemming zijn met ons natuurlijke rechtvaardigheidsgevoel, en dus waarschijnlijk duurzaam blijken.

Vertaling: Menno Grootveld