2

Het mondialiseren van duurzame ontwikkeling

WASHINGTON, DC – De vraag hoe de wereld een einde kan maken aan de extreme armoede en het menselijk welzijn kan verbeteren zal in 2015 opnieuw urgent aan de orde zijn, als de Millennium Development Goals (Millennium Ontwikkelingsdoeleinden, MDGs) verlopen en een nieuwe reeks doelstellingen – de voorgestelde Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, SDGs) – zal moeten worden opgesteld en ingevoerd.

Het zogenoemde “Synthesis Report” (“Synthese-rapport”) van secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties, waarin wordt uiteengezet wat de belangrijkste onderdelen zijn van de post-2015-agenda, biedt sterke richtlijnen ten aanzien van de vraag hoe duurzame ontwikkeling eruit zou moeten zien en wat de wereldleiders de komende vijftien jaar moeten doen om die te verwezenlijken. Na twee jaar van voorbereidingen met betrekking tot het “wat” van duurzame ontwikkeling, moeten we ons in het komende jaar richten op hoe die tot stand kan worden gebracht.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

De centrale ambitie is niet kinderachtig: de uitroeiing van de extreme armoede tegen het jaar 2030. Om dat mogelijk te maken, moeten de SDGs het 20e-eeuwse ontwikkelingsmodel achter zich laten, waarin rijke landen geld gaven aan arme landen, grotendeels om de hongerigen te voeden en de gezondheidszorg en het onderwijs te verbeteren. De MDGs waren op verschillende van deze terreinen opmerkelijk succesvol. Maar het beeld is sindsdien aanzienlijk veranderd. Een nieuwe reeks opkomende economieën – waaronder China, India, Brazilië en Zuid-Afrika – haast zich om zich te moderniseren. De particuliere sector neemt een grotere rol op zich in de economische ontwikkeling. En de achteruitgang van de leefomgeving bedreigt de verworvenheden van de afgelopen decennia.

De SDGs zullen verder moeten gaan dan het idee van een planeet die sterk is verdeeld tussen degenen die hulp geven en degenen die hulp ontvangen. De nieuwe doelen moeten rekening houden met een snel globaliserende wereld, waarin alle landen zowel bezittingen als behoeften hebben. De hedendaagse problematiek strekt zich verder uit dan tot louter gezondheidszorg, voedsel en onderwijs. De SDGs zullen deze zaken in overeenstemming moeten brengen met de wensen van een groeiende mondiale middenklasse, de effecten van de verschuivende politieke en economische macht, en de uitdagingen van de duurzame ontwikkeling, waarin ook de klimaatverandering een rol speelt.

Drie ingrediënten zullen essentieel zijn voor het verwezenlijken van deze doelstellingen: financieringsmechanismen, handel en partnerschappen. Veertig jaar nadat de rijke landen hebben beloofd 0,7% van hun bbp aan hulp te besteden, blijven hun feitelijke toezeggingen beperkt tot nog niet de helft daarvan. Hoewel de meeste opkomende economieën niet langer van hulp afhankelijk zijn, blijft die van cruciaal belang voor de lageinkomenslanden. Niettemin zal de verschuiving in de richting van duurzame ontwikkeling, zelfs als de hulpdoelstellingen zouden worden gehaald, veel meer kosten dan wat louter door deze hulp kan worden gedekt. We moeten op zoek gaan naar nieuwe geldbronnen, ervoor zorgen dat de overheidsuitgaven op één lijn worden gebracht met de duurzame ontwikkelingsagenda, en ons richten op die gebieden waar dit geld het meeste kan bewerkstelligen.

In een groot deel van de ontwikkelingslanden worden de investeringen in duurzame ontwikkeling gecompliceerd door het feit dat de belastingtarieven te laag zijn om te kunnen betalen voor wat nodig is. Dit is niet altijd louter een zaak van het verhogen van de belastingen; het is ook vaak een zaak van het innen van wat mensen en bedrijven verschuldigd zijn. Het sluiten van mazen in de wet en het tegengaan van belastingontduiking zijn twee manieren om ervoor te zorgen dat belastingen ook daadwerkelijk worden geïnd. De OESO schat dat een dollar aan hulp die wordt besteed aan de verbetering van de belastinginning gemiddeld $350 aan inkomsten oplevert. Een gezamenlijke inspanning die voortbouwt op door de G8 genomen initiatieven zou het moeilijker maken om belastingontduiking te verbergen die afhankelijk is van belastingparadijzen of het witwassen van geld.

Overheden kunnen niet in hun eentje een duurzame toekomst regelen.De particuliere sector heeft ook een belangrijke rol te spelen op het gebied van energie, landbouw en stedelijke ontwikkeling, inclusief transport- en watersystemen die de innovatie kunnen bevorderen en die een motor kunnen zijn voor de economische ontwikkeling. Hoewel de particuliere financieringsniveaus de internationale publieke financiering ver achter zich laten, vergt het richten van deze particuliere fondsen op programma's die de armsten bereiken en het milieu beschermen de juiste beleidsinitiatieven, zoals een prijs voor fossiele brandstoffen, zekerheid op het gebied van de regelgeving en het verstandig gebruik van publiek geld.

De handel stimuleert de binnenlandse productie en genereert inkomsten die de ontwikkeling kunnen helpen betalen. Er is de afgelopen vijftien jaar belangrijke winst geboekt op het gebied van de toegang tot de markten: 80% van de export van ontwikkelingslanden naar ontwikkelde landen is nu tariefvrij, terwijl de gemiddelde importtarieven overal zijn gedaald.

Maar barrières die niet uit tarieven bestaan kunnen de exporterende landen meer kosten dan die importtarieven. Nodig is een internationaal partnerschap dat lageinkomenslanden helpt bij de integratie in de gemondialiseerde marktplaats, terwijl de arbeids- en milieunormen worden verbeterd. De SDGs kunnen politiek momentum creëren voor deze inspanningen, die dan door de Wereldhandelsorganisatie in december kunnen worden geïnstutionaliseerd.

Voor het duurzaam maken van de ontwikkeling zullen tussen nu en 2030 ook versnelde innovatie en de verspreiding van technologie nodig zijn. Een mondiaal partnerschap kan de investeringen in onderzoek en ontwikkeling een impuls geven en de informatiestroom tussen wetenschappers, zakenmensen en beleidsmakers versoepelen.

Zulke nieuwe en creatieve partnerschappen kunnen tot vooruitgang leiden inzake complexe problemen, die overheden, de burgermaatschappij of de particuliere sector niet allemaal kunnen of zullen oplossen. De GAVI Alliance (voorheen de Mondiale Alliantie op het gebied van Vaccins en Inentingen), een partnerschap waarbij internationale organisaties, filantropische initiatieven, overheden, bedrijven en onderzoeksorganisaties zijn betrokken, heeft sinds 2000 440 miljoen kinderen ingeënt en ruim zes miljoen sterfgevallen helpen voorkomen. We moeten dit soort partnerschappen verbeteren en uitbreiden naar andere uitdagingen, zoals die van de infrastructuur, landbouw en energie.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Tussen nu en september 2015, als staatshoofden bijeen zullen komen voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, hebben we een historische kans om de wereld op een duurzamer pad te zetten dat de armoede zal uitroeien en de welvaart voor iedereen zal vergroten. Ambitieuze doelstellingen bieden een stevige basis voor een betere toekomst. De komende maanden zullen leiders echter moeten samenwerken om de wereld op de juiste koers te zetten om deze visie te verwezenlijken.

Vertaling: Menno Grootveld