2

Je data of je leven

LONDEN – Het nieuwe horloge van Apple houdt je gezondheid in de gaten. Google Now verzamelt de informatie die nodig is om je ideale vertrektijd naar het vliegveld te berekenen. Amazon vertelt je welke boeken je wilt hebben, welke boodschappen je nodig hebt en welke films je leuk zal vinden en verkoopt je het tablet dat je in staat stelt om ze te bestellen en meer. Je licht gaat aan als je dicht bij huis komt en je huis past zich aan jouw ideale kamertemperatuur.

Dit amalgaam aan en synthese van digitale services en hardware is ontworpen om ons leven makkelijker te maken en hebben dit zonder twijfel gedaan. Maar zijn we ermee gestopt om fundamentele vragen te stellen, zowel aan onszelf als aan de bedrijven die we met al deze zaken vertrouwen? Hebben we de potentiele kosten van al dit comfort en gemak wel genoeg overwogen en onszelf afgevraagd of de prijs die we betalen het wel waard is?

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Elke keer dat we een nieuw apparaat toevoegen geven we een stukje van onszelf weg. We doen dit vaak met zeer weinig kennis van wie dit krijgt en nog met veel minder of we hun ethiek en waarden delen. We hebben misschien een oppervlakkig begrip van wat de bedrijven achter dit gemak met onze data doen; maar achter de marketing hebben de echte mensen die deze organisaties runnen geen gezicht en geen naam. We weten weinig over ze, maar zij weten zeker wel veel over ons.

Het idee dat bedrijven kunnen weten waar we zijn, wat we hebben bekeken of de inhoud van onze medische dossiers kennen was een generatie geleden nog een algemene gruwel. De grote reeks details die een persoon definieerde was breed gedistribueerd. De bank wist wat, de belastingdienst wist iets, maar ze spraken niet met elkaar. Nu weten Apple en Google alles en slaan het op een handige plaats op. Dat is fijn voor het gemak, maar niet zo fijn als ze beslissen die informatie te gebruiken op manieren waar we het niet actief mee eens zijn.

En we hebben grond om het oordeel van bedrijven in het gebruik die data in twijfel te trekken. Het verzet tegen het nieuws dat Facebook de newsfeeds van mensen gebruikte om te testen of waar ze naar keken hun stemming veranderde was daar bewijs van. Ik herinner me niet dat ik ergens heb aangevinkt dat ik dat goed vond. Onlangs verduisterden hackers foto’s die werden gestuurd via Snapchat, een service die vooral wordt gebruikt door jongeren en die belooft dat alle files na het bekijken automatisch gewist worden.

Vergelijkbaar werden gezondheidszorggegevens altijd gezien als privé zodat patiënten open kaart zouden spelen met gezondheidsspecialisten. Nu de grenzen tussen de gezondheidszorg en technologiebedrijven vervagen lobbyen sommige producenten van z.g. wearables en de software die ze besturen ervoor dat hun producten er van uitgezonderd worden om als medische toepassingen gezien te worden, en daarmee van de vereiste regelgeving voor betrouwbaarheid en dataprotectie.

Privacy is slechts een onderdeel van een grotere discussie over het eigendom van data en het monopolie op data, veiligheid en concurrentie. Deze gaat ook over controle en lotsbestemming. Het gaat over keuze en het proactief beslissen hoe de data van mensen gebruikt worden en hoe mensen hun eigen data gebruiken.

Meer volwassen bedrijven hebben formele protocollen ingevoerd, met ethiek-functionarissen, risicocomités en andere structuren die kunnen overzien hoe data verzameld en gebruikt worden, alhoewel niet altijd succesvol (dit is natuurlijk vaak een proces van trial and error). Kleine nieuwe bedrijven hebben wellicht noch zulke protocollen noch de mensen (zoals bijvoorbeeld onafhankelijke directieleden) om deze op te leggen. Als er serieuze ethische fouten plaatsvinden zullen veel consumenten de service niet langer gebruiken, afgezien van hoe beloftevol het business-model ook is.

We houden van nieuwe applicaties en proberen ze uit, waarbij we de toegang tot ons Facebook of Twitter weggeven zonder veel gedachten vuil te maken over de migratie van onze persoonlijke gegevens van grote bedrijven met een bepaalde manier van toezicht naar kleine bedrijven zonder strenge structuren en beperkingen. Consumenten geloven of verwachten dat iemand dit ergens in de gaten houdt, waar wie is dat dan precies?

In Europa is er geen uitgebreide wetgeving om persoonlijke data te beschermen en een groot gedeelte van de rest van de wereld heeft zelfs geen rudimentaire beveiliging. Na deze kwestie de laatste maanden met wetgevers in verschillende landen verkend te hebben is het meer dan duidelijk geworden dat velen van hun geen compleet begrip hebben van talloze zaken die in de overweging meegenomen moeten worden. Het is een lastig onderwerp om aan te pakken en dit wordt belemmerd door lobbypogingen en incomplete informatie.

Op de korte termijn zouden jonge bedrijven ethiek niet als een marketingtruc moeten zien maar als een kernvraag. Alle organisaties zouden moeten investeren in ethiekfunctionarissen of enig controleproces door mensen die alle implicaties van een geweldig klinkend idee kunnen inschatten. Wetgevers moeten zichzelf en het publiek onderwijzen en meer toezicht uitoefenen. Zo zou er net zoals veel landen een generatie geleden deden met veiligheidsriemen een campagne voor openbare veiligheid gekoppeld kunnen worden met wetgeving om ‘two step-verification’ uit te leggen en te promoten.

Op de langere termijn, terwijl we terecht naar internettoegang voor iedereen op aarde toe gaan, moeten we ons afvragen: hoeveel van onszelf zijn we bereid weg te geven? Wat gebeurt er als delen verplicht wordt, wanneer het geven van toegang tot een persoonlijk Facebookaccount een vereiste voor een baan wordt en je geen gezondheidszorg krijgt tenzij een patiënt zijn Fitbit-datageschiedenis overdraagt?

Fake news or real views Learn More

Als dat de toekomst is die we willen zouden we die doelgericht moeten betreden en met ons volle bewustzijn en niet achteloos in de rondte moeten lopen totdat we in een gat vallen, naar boven kijken en ons afvragen hoe we daar gekomen zijn.

Vertaling Melle Trap