7

Een agenda voor mondiaal financieel activisme

LONDEN – Er staan twee belangrijke gebeurtenissen op de kalender deze maand: de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten op 8 november, en de herfstboodschap van de Britse minister van Financiën Philip Hammond op 23 november. Het moge duidelijk zijn dat de tweede niet zo groot zal zijn als de eerste, maar deze zal desalniettemin ook buiten het Verenigd Koninkrijk belangrijke consequenties hebben.

Tot nu toe heeft de economie dit jaar om aandacht moeten wedijveren met emotionelere zaken, zoals persoonlijke aanvallen in de Amerikaanse verkiezingen, en de beslissing van de Engelse stemmer om de Europese Unie te verlaten. Maar zowel in de VS als Groot-Brittannië – en niet alleen daar – kunnen we de komende tijd verwachten meer over actief financieel beleid te horen te krijgen, vooral wat betreft infrastructuur.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

In het communiqué uitgegeven na de G20 top in september, noemden de leiders van de groep herhaaldelijk stappen om de mondiale groei aan te jagen door middel van investeringen in infrastructuur, en bepleitten meer coördinatie tussen monetair, financieel, en structureel beleid. Alhoewel recente data uit de VS en China – en verrassend genoeg ook uit de eurozone en Groot-Brittannië – suggereren dat de bbp-groei in het vierde kwartaal beter zou kunnen worden dan de moeizame prestaties eerder dit jaar, bestaat er nog steeds een sterk argument voor fris beleid om de wereldeconomie te versterken.

Nadat ik onlangs het Engelse Review on Antimicrobial Resistance (AMR) geleid heb, en na lang en diep te hebben nagedacht over onderwijsinitiatieven, ben ik van mening dat het tijd is voor een avontuurlijker antwoord op zowel lange termijn als cyclische uitdagingen, vooral voor ontwikkelingslanden. En na het lezen van het commentaar van Jeffrey D. Sachs onlangs, ‘The Case for Sustainable Investment’ wordt mijn overtuiging alleen nog maar bevestigd dat beleidsmakers en sleutelspelers in ontwikkelingsfinanciën hier een enorme kans hebben.

Financieel activisme hoeft niet op te houden bij infrastructuur. In het Review on AMR, hebben we laten zien dat het mondiale bbp de volgende 34 jaar een verlies van 100 biljoen dollar zou kunnen lijden als we bepaalde interventies in de volksgezondheid niet tussen nu en 2050 doen. Deze interventies zouden wereldwijd ongeveer 40 miljard dollar per tien jaar kosten, wat betekent dat de benodigde investering om 100 biljoen in verloren groei te voorkomen slechts 0,1% van het huidige mondiale bbp bedraagt. Zoals een opmerkzame bevriende investeerder mij uitlegde zou dit het equivalent van 2500% rendement zijn.

Investeringen in gezondheid en onderwijs zijn cruciaal voor de lange termijn vooruitzichten van de ontwikkelingswereld. Als iemand die nauw geassocieerd is met de BRICS landen (Brazilië, Rusland, India, China, en Zuid-Afrika) is het voor mij duidelijk dat de Nieuwe Ontwikkelingsbank (NDB) – ofwel de BRICS Ontwikkelingsbank zoals deze voorheen bekend stond – deze en andere opkomende economieën zou kunnen en moeten helpen om samen te werken op deze twee onderwerpen.

Het Review on AMR concludeerde dat tegen 2050 tien miljoen jaarlijkse doden toe te schrijven zullen zijn aan medicijnresistente infecties, en dat medicijnresistente vormen van tuberculose hiervan een kwart zou kunnen veroorzaken. Het lijkt niet meer dan redelijk dat de NDB stappen zou aankondigen om de farmaceutisch onderzoek naar nieuwe behandelingen en vaccins voor TBC te ondersteunen, vooral voor medicijnresistente vormen, gegeven dat TBC met name voorkomt in de BRICS. En behalve de BRICS zullen de andere landen met lage inkomens die de NDB probeert te helpen zonder een proactieve aanpak zelfs nog meer te verduren krijgen.

Overeenkomstig hebben veel mensen in de BRICS en landen met lage inkomens geen toegang tot kwalitatief lager onderwijs, dus het argument voor een grote uitgaven injectie in deze sector zou helder moeten zijn. Sachs maakt hetzelfde punt, en voormalig Brits premier Gordon Brown, die nu Speciaal Gezant van de Verenigde Naties is voor Mondiaal Onderwijs heeft geroepen om meer creatieve financieringsmethoden en sociaal ondernemen in deze sector.

De NDB, de Wereldbank, De International Finance Corporation, en de Aziatische Infrastructuur Investeringsbank zouden allen de activistische financiële beleidsrichting die ontwikkelde landen nu voor zichzelf weggelegd zien moeten overwegen. En ze zouden een stap verder moeten gaan, omdat de beleidsimperatieven waar ze mee te maken krijgen uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden zijn.

In het Westen weerspiegelt de draai naar financieel activisme de brede erkenning dat monetair activisme zijn nut overleefd heeft, tenminste in de marge. Zeker, centrale banken moeten technisch doen wat er maar nodig is om aan hun inflatiedoelstellingen te voldoen, maar excessieve kwantitatieve verspoeling heeft hoge kosten opgelegd, en lijkt een kleine groep te hebben bevoordeeld ten koste van de massa.

Nu monetair activisme zijn uiterste houdbaarheidsdatum gepasseerd is, is een actief financieel beleid dat grotere uitgaven aan infrastructuur omvat een van de resterende mogelijkheden. Maar het is geen manier om voor een dubbeltje op de eerste rij te zitten, zoals veel van de aanhangers ervan vaak suggereren, omdat beleidsmakers de hoge staatsschulden in grote gedeeltes van de ontwikkelde wereld niet kunnen negeren.

Het zal interessant zijn om te zien hoe Hammond de weg naar hogere uitgaven aan infrastructuur zal navigeren, onderwijl trouw blijvend aan de koers van financiële prudentie van de Conservatieve Partij. En als wat de VS betreft, wanneer we verder kijken dan de optrekkende dampen van het schandelijke verkiezingsseizoen, lijkt het erop dat beide kanten voor meer uitgaven aan infrastructuur zijn.

In dit geval zou de volgende regering van de VS (ongeacht wie er wint), samen met een nieuw leiderschap in Groot-Brittannië dat ermee worstelt om zijn post-Brexit ‘openheid’ te demonsteren, financieel activisme moeten uitbreiden verder dan binnenlandse infrastructuur naar mondiale ontwikkeling meer in het algemeen. Zo zou de Wereldbank bijvoorbeeld met de juiste steun nieuwe investeringsvehikels net zoals het AMR, of wereld-educatie obligaties kunnen creëren die toekomstige ontwikkelingen zouden ondersteunen en de toekomstige mondiale groei veiligstellen die anders wellicht verloren zou gaan.

Fake news or real views Learn More

De VS en Groot-Brittannië moeten beiden laten zien dat ze verder kunnen kijken dan hun hoogst gevoelige – en eerlijk gezegd bekrompen – binnenlandse politieke problemen. En ze moeten in gedachten houden dat zonder de exportmarkten die de BRICS en andere opkomende landen representeren, alle pogingen om hun economieën eer in evenwicht te brengen vergeefs zullen zijn.

Vertaling Melle Trap