Dollar sign electrifying light in parking lot Donald Iain Smith/Getty Images

De oude aantrekkingskracht van nieuw geld

NEW HAVEN – De cryptocurrency-revolutie, die in 2009 is begonnen met bitcoin, claimt nieuwe soorten geld uit te vinden. Er zijn nu bijna 2000 cryptocurrencies, en miljoenen mensen in de hele wereld zijn daar enthousiast over. Wat is de oorzaak van dit enthousiasme, dat zich tot nu toe niet uit de weg laat slaan door waarschuwingen dat de revolutie een schijnvertoning is?

Je moet in het achterhoofd houden dat de pogingen om geld opnieuw uit te vinden een lange geschiedenis kennen. De sociologe Viviana Zelizer zegt in haar boek The Social Meaning of Money: “Ondanks het algemeen gedeelde idee dat ‘een dollar nu eenmaal een dollar is,’ scheppen mensen overal waar we kijken voortdurend andere soorten geld.” Veel van deze innovaties brengen echte opwinding teweeg, althans voor even.

Als hét ruilmiddel overal ter wereld is geld, in zijn diverse vormen, rijk aan mystiek. We hebben de neiging de waarde van mensen erin weer te geven. Je kunt er beter dan wat ook zaken mee opsommen. En toch bestaat het vaak uit niets meer dan stukjes papier die maar blijven circuleren. De waarde ervan is dus afhankelijk van het vertrouwen in die stukjes papier. Je zou het geloof kunnen noemen.

Het scheppen van een nieuw soort geld kan worden gezien als de uitdrukking van het geloof van een gemeenschap in een idee, en in de pogingen om de verwezenlijking daarvan tot stand te brengen. In zijn boek Euro Tragedy: A Drama in Nine Acts betoogt de econoom Ashoka Mody dat de werkelijke publieke rechtvaardiging voor het scheppen van de Europese munt in 1992 een soort “groepsdenken” was, een geloof “dat is ingebed in de menselijke psyche” dat “alleen al het bestaan van een gemeenschappelijke munt … de impuls zou creëren voor landen om samen te komen in een nauwere politieke omhelzing.”

Nieuwe ideeën voor geld hebben vaak een revolutionaire glans, en gaan vergezeld van een dwingend, makkelijk te begrijpen verhaal. In 1827 opende Josiah Warner de “Cincinnati Time Store” die koopwaar verkocht in eenheden van arbeidsuren, op basis van “arbeidsbiljetten,” die leken op papiergeld. Het nieuwe geld werd gezien als een getuigenis van het belang van werkende mensen, tot hij de winkel in 1830 moest sluiten.

Twee jaar later probeerde Robert Owen, die soms wordt omschreven als de vader van het socialisme, in Londen de National Equitable Labour Exchange op te richten, die gebaseerd was op arbeidsbiljetten, of “tijdgeld,” als munteenheid. Ook in dit geval onderstreepte het gebruik van tijd in plaats van goud of zilver als een maatstaf van waarde het primaat van de arbeid. Maar net als Warners tijdswinkel mislukte het experiment van Owen.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Op dezelfde manier stelden Karl Marx en Friedrich Engels voor dat de belangrijkste communistische belofte – “het afschaffen van privébezit” – gepaard zou gaan met een “communistische afschaffing van het kopen en verkopen.” Het was echter onmogelijk geld af te schaffen, en geen communistische staat heeft dat ooit gedaan. In plaats daarvan hebben ze, zoals bleek uit een recente tentoonstelling in het British Museum, “The Currency of Communism,” papiergeld uitgegeven, met levendige symbolen van de werkende klasse erop. Ze moesten iets anders met geld doen.

Tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig stelde een radicale beweging genaamd Technocracy, die geassocieerd was met de Columbia Universiteit, voor om de door goud geschraagde dollar te vervangen door een maatstaf voor energie, de erg. In het boek The A B C of Technocracy, uitgegeven onder het pseudoniem Frank Arkright, werd het idee naar voren gebracht dat door het “van een energiebasis voorzien” van de economie het werkloosheidsprobleem overwonnen zou kunnen worden. Deze Technocracy-rage bleek echter een kort leven beschoren, nadat top-wetenschappers de technische pretenties van het idee hadden afgeschoten.

Maar daarmee kwamen de pogingen om een halfbakken idee met een geavanceerd wetenschappelijk sausje te overgieten niet ten einde. Gelijktijdig met Technocracy stelde de econoom John Pease Norton, toen hij in 1932 de Econometric Society toesprak, een dollar voor die niet door goud maar door elektriciteit zou worden geschraagd. Maar hoewel deze “elektrische dollar” van Norton aanzienlijke aandacht kreeg, had hij geen goede reden om de voorkeur te geven aan elektriciteit boven een andere handelswaar als grondslag voor de dollar. In een tijd dat de meeste huishoudens in de ontwikkelde landen pas onlangs waren geëlektrificeerd, en elektrische apparaten van radio's tot koelkasten de huizen nog maar net waren binnengedrongen, riep elektriciteit beelden op van de meest glamoureuze hogere wetenschap. Maar net als in het geval van Technocracy mislukte de poging om de wetenschap in de arm te nemen. Columnist Harry I. Phillips zag in 1933 in de “elektrische dollar” louter aanleiding voor spot. “Het zou leuk zijn om de overheid bij wijze van inkomstenbelasting 300 volt te sturen,” zo merkte hij op.

Nu is er wéér iets nieuws: bitcoin en andere cryptocurrencies, die gestalte hebben gegeven aan het concept van de ICO (Initial Coin Offering). Degenen die dit soort cryptocurrencies op de markt brengen, beweren dat ICO's vrijgesteld moeten zijn van regulering, omdat ze geen betrekking hebben op conventioneel geld of eigendom van winsten overdragen. Beleggen in een ICO wordt gezien als iets geheel nieuws.

Al deze monetaire innovaties zijn gekoppeld aan een uniek technologisch verhaal. Maar in meer fundamentele zin staan ze allemaal in verband met een diep verlangen naar een of ander soort revolutie in de samenleving. De cryptocurrencies zijn een uiting van geloof in een nieuwe gemeenschap van kosmopolitische ondernemers, die zichzelf verheven voelt boven nationale overheden – die verantwoordelijk worden geacht voor een lange geschiedenis van ongelijkheid en oorlog.

En net als in het verleden is de fascinatie van het publiek met cryptocurrencies verbonden aan een soort mysterie, zoals het mysterie van de waarde van geld zelf, bestaande uit de connectie tussen het nieuwe geld en de geavanceerde wetenschap. Vrijwel niemand buiten het domein van de computerwetenschappen kan verklaren hoe cryptocurrencies werken. Dat mysterie leidt tot een aura of exclusiviteit, verleent het nieuwe geld glamour, en vervult de aanhangers met revolutionaire ijver. Niets hiervan is nieuw, en net als bij vroegere monetaire innovaties zou een overtuigend verhaal wel eens niet genoeg kunnen blijken.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/5HS4eu2/nl;

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.