Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

deseglise1_RGBAlpha Getty Images_sustainablegreeninfrastructurebuilding RGBAlpha/Getty Images

Hoe kunnen we duurzame infrastructuurprojecten opschalen?

NEW YORK – De klimaatverandering is misschien wel het dringendste mondiale probleem vandaag de dag, en we doen er niet snel genoeg iets aan. Het klimaatverdrag van Parijs uit 2015 stelt zich ten doel de stijging van de mondiale temperatuur onder de 2° Celsius boven het pre-industriële niveau te houden. Maar de huidige beloften van nationale overheden om de emissies van broeikasgassen omlaag te brengen maken het nog steeds mogelijk dat de opwarming van de aarde aan het einde van deze eeuw de 3°C zal overtreffen. Om dat te voorkomen moeten we sneller, op grotere schaal en ontwrichtender te werk gaan – vooral bij het ontwikkelen en financieren van duurzame infrastructuurprojecten.

De bestaande infrastructuur – grofweg gedefinieerd als transport, energie, telecommunicatie, water en gebouwen – neemt bijna 70% van de mondiale uitstoot van broeikasgassen voor zijn rekening. Bovendien: nu de lage- en middeninkomenslanden de motor zijn achter de bevolkingsgroei en de verstedelijking, zullen ze het grootste deel van de verwachte verdubbeling van de infrastructurele objecten tegen 2050 voor hun rekening nemen, grotendeels in de vorm van geheel nieuwe projecten. Als we catastrofale klimaatverandering willen voorkomen, zullen we op grote schaal nieuwe, duurzame infrastructuur moeten bouwen, terwijl we oude, niet-duurzame objecten moeten ontmantelen of moderniseren.

Tot nu toe is deze doelstelling echter ongrijpbaar gebleken. Het aanbod van financierbare, duurzame infrastructuurprojecten is ontoereikend en ondermaats geweest, met name in lage- en middeninkomenslanden. En de financiering is ook niet al te snel van de grond gekomen, vooral niet van de kant van de particuliere sector.

De OESO heeft geschat dat de investeringsbehoeften voor infrastructuur tussen 2016 en 2030 ongeveer $6,3 bln per jaar bedragen, en nog eens ongeveer 10% meer (tot een totaalbedrag van $6,9 bln) als we ervoor willen zorgen dat de temperatuurstijging ruim beneden de 2°C blijft. Maar in 2018 bedroegen de mondiale investeringen in infrastructuur $3,4-4,4 bln, afhankelijk van de gebruikte maatstaven. Dit duidt op een jaarlijks tekort van $2,5-3,5 bln, waarvaan ongeveer tweederde in de lage- en middeninkomenslanden.

Hoewel geavanceerde economieën over het algemeen beschikken over goede raamwerken van toezicht en snel beschikbare financiering voor duurzame infrastructuurprojecten, staan de meeste lage- en middeninkomenslanden voor grote uitdagingen. Omdat dit complexe en langetermijnprojecten zijn, met terugbetalingsperioden die dikwijls langer zijn dan tien jaar, hebben particuliere beleggers de neiging om weg te blijven, afgeschrikt door risicoʼs op het gebied van het toezicht en mogelijke beleidsveranderingen. Tot nu toe is duurzame infrastructuur grotendeels gefinancierd door multilaterale en nationale ontwikkelingsbanken (MDBs en NDBs). Het binnenbrengen van particulier kapitaal is dus van cruciaal belang om de investeringskloof te dichten.

Om te helpen de ontwikkeling en financiering van duurzame infrastructuur in lage- en middeninkomenslanden op een hoger plan te tillen, stellen we een nieuw holistisch raamwerk voor dat is ontwikkeld door de One Planet Lab Working Group on Financing Sustainable Infrastructure, waarvan een van ons (Déséglise) lid is. Het raamwerk, dat “Vision for an Environmentally Responsible Transition – Infrastructure” (VERT-Infra) heet, stelt zich ten doel de pijpleiding van projecten te helpen ontsluiten en duurzame infrastructuur als een bezitsklasse te ontwikkelen, waardoor de deur wordt geopend naar grootschalige investeringen door institutionele beleggers over de hele wereld.

Project Syndicate is conducting a short reader survey. As a valued reader, your feedback is greatly appreciated.

Take Survey

VERT-Infra omvat in eerste instantie vier sub-sectoren van duurzame infrastructuur: energie, energie-opslag, transport en gebouwen, met een bijzondere nadruk op projecten in stedelijke gebieden. Maar het raamwerk kan worden uitgebreid om het overgrote merendeel te dekken van de $6,9 bln aan investeringen die jaarlijks nodig zijn.

Op basis van het governance-raamwerk dat ten grondslag lag aan de ontwikkeling van de markt voor groene obligaties beveelt het One Planet Lab de integratie aan van een diverse reeks stakeholders in een behendige, op lidmaatschap gebaseerde organisatie. Tot de leden zouden organisaties moeten behoren die actief zijn in infrastructuur-investeringen en ontwikkelingshulp, evenals regeringen, MDBs, financiële instellingen, beleggers en vermogensbeheerders, NGOʼs en universiteiten.

Om de uitdagingen tijdens de volledige levenscyclus van duurzame infrastructuurprojecten aan te kunnen pakken, richt VERT-Infra zich op vier complementaire en zichzelf versterkende componenten. Deze omvatten zowel financieringsmechanismen als capaciteitsopbouw, bijzonder relevant voor de ontwikkeling van nieuwe projecten in lage- en middeninkomenslanden.

Om te beginnen zouden Project Preparation Funds – van kapitaal voorzien door donoren, MDBs, financiële intermediaire fondsen en filantropische organisaties – technische hulp moeten bieden ter ondersteuning van de creatie van financierbare duurzame infrastructuurprojecten. Sustainable Financing Facilities zouden tegen lage kosten financiering moeten aanbieden aan daarvoor in aanmerking komende NDBs en lokale financiële instellingen die reguliere toegang tot de internationale kapitaalmarkten ontberen. Deze instellingen zouden de fondsen dan weer moeten doorlenen aan (doorgaans nieuwe) duurzame infrastructuurprojecten.

Om deze faciliteiten aan te vullen en de herfinanciering van bestaande projecten te dekken zouden Sustainable Infrastructure Funds leningen moeten opkopen (of erin deelnemen) voor projecten die al gefinancierd zijn door regionale ontwikkelingsbanken, NDBs en plaatselijke instellingen. Daardoor zou kapitaal vrijkomen voor nieuwe, extra investeringen.

Tenslotte zou VERT-Infra in partnerschap moeten werken met andere initiatieven die zich richten op het ontwikkelen van Policy and Planning Funds. Deze fondsen zouden de capaciteitsopbouw op de langere termijn moeten steunen, om de lage- en middeninkomenslanden te helpen duurzame infrastructuur te plannen en op te leveren, en cruciale governance- en beleidskaders moeten versterken, in lijn met nationaal beleid.

Wij stellen twee gecoördineerde actiestrategieën voor: in de eerste plaats het genereren van beleidskaders om kapitaal snel naar duurzame infrastructuur te kunnen sluizen; en in de tweede plaats het samenbrengen van cruciale stakeholders om de financiering te mobiliseren. Hiertoe behoren ontwikkelingsfinancieringsinstellingen, MDBs en NDBs, particuliere financiële instellingen, institutionele beleggers en innovators van digitale financiering.

Uiteraard bieden niet alle infrastructuurprojecten commerciële mogelijkheden. Maar de inclusieve, open-source aard van VERT-Infra, zoals die wordt weerspiegeld door het governance-model, moet leiden tot de opkomst van gestandaardiseerde en schaalbare mechanismen die de financiële markten in staat moeten stellen duurzame infrastructuur krachtiger te ondersteunen.

De mondiale transitie naar een koolstofarme economie, overeenkomstig de doelstellingen van het verdrag van Parijs, wordt geconfronteerd met aanzienlijke tegenwind, en stoutmoediger actie is dringend nodig om onaanvaardbare risico's op het gebied van de opwarming van de aarde te voorkomen. Door de huidige bottlenecks in de ontwikkeling en financiering van duurzame infrastructuur aan te pakken kan het raamwerk van VERT-Infra helpen een cruciale sector te transformeren en de mondiale strijd tegen de klimaatverandering op een hoger plan te tillen.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/VuQCqGdnl;

Edit Newsletter Preferences