23

Een nieuwe kijk op de oorlog in Irak

NEW YORK – Zeven jaar, twaalf boekdelen vol bewijs, uitkomsten en conclusies, en een synopsis later, is het Report of the Iraq Inquiry, beter bekend als het Chilcot Report (naar de voorzitter ervan, Sir John Chilcot), voor iedereen beschikbaar. Slechts weinigen zullen er helemaal doorheen komen; de synopsis alleen al (ruim over de honderd pagina’s) is zo lang dat deze om zijn eigen synopsis vraagt.

Maar het zou jammer zijn als dit rapport niet breed gelezen werd, en belangrijker, bestudeerd, omdat het een aantal bruikbare inzichten bevat over hoe de diplomatie opereert, hoe beleid gemaakt wordt, en hoe beslissingen genomen worden. Het herinnert ons ook aan het centrale belang van de beslissing om Irak in 2003 binnen te vallen, en aan de nasleep ervan, en helpt hiermee het Midden-Oosten van nu te kunnen begrijpen.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Een centraal thema van het rapport is dat de Iraakse Oorlog niet had hoeven plaatsvinden, en zeker niet op dat moment. De beslissing een oorlog te beginnen was gedeeltelijk gebaseerd op verkeerde inlichtingen. Irak was ten meeste een groeiende dreiging, en geen directe. Alternatieven voor het gebruik van geweld – bovenal de verbetering van de slechte naleving van en steun voor het VN-embargo ontworpen om Saddam Hoessein onder druk te zetten door Turkije en Jordanië – werden nauwelijks onderzocht. De diplomatie was overhaast.

Wat de situatie er niet beter op maakte was dat de oorlog werd ingegaan met onvoldoende planning en voorbereiding voor wat daarna zou komen. Zoals het rapport correct benadrukt voorspelden velen in zowel de Amerikaanse als Engelse regering dat er chaos zou uitbreken als de harde hand van Saddam verwijderd zou worden. De beslissingen om het Iraakse leger te ontbinden en om alle leden van de Ba’ath partij van Saddam (in plaats van slechts een paar kopstukken) uit te sluiten van posities in de nieuwe regering waren kardinale fouten. Irak was niet alleen een oorlog naar keuze, het was ook een geval van slecht geïnformeerd en armzalig uitgevoerd beleid.

Een groot gedeelte van het rapport concentreert zich op de Britse berekeningen en de steun voor het Amerikaanse beleid van toenmalig premier Tony Blair. De beslissing om Groot-Brittannië met de Verenigde Staten te associëren was een verdedigbare strategische keuze voor een kleiner land dat veel van zijn invloed ontleende aan de nauwe bilaterale betrekkingen. De fout van de regering van Tony Blair was om in ruil voor zijn steun niet meer invloed in het beleid te eisen. De regering van George W. Bush zou zulke pogingen zeer wel naast zich hebben kunnen leggen, maar de Britse regering zou dan nog hebben kunnen opteren zichzelf te distantiëren van een politiek waarvan velen dachten dat deze zou mislukken.

Er kunnen veel lessen getrokken worden uit de Irakoorlog. Een daarvan is - omdat aannames fundamenteel beïnvloeden wat analisten neigen te zien als ze naar informatie kijken - dat foute aannames tot een gevaarlijk verkeerd beleid kunnen leiden. Bijna iedereen nam aan dat het niet meewerken van Saddam met VN-inspecteurs voortkwam uit het feit dat hij massavernietigingswapens verborgen hield. In werkelijkheid verborg hij het feit dat hij juist niet over dit soort wapens beschikte.

Overeenkomstig geloofden veel beleidsmakers voor de oorlog dat zich nadat Saddam verdwenen was snel een democratie zou ontwikkelen. De verzekering dat zulke fundamentele en gevolgrijke aannames worden doorgelicht door z.g. ‘rode teams’- zij die tegen het betreffende beleid zijn – zouden standaardprocedure moeten worden.

Dan is er het feit dat het omverwerpen van regeringen, hoe moeilijk dit ook kan zijn, nog lang niet zo moeilijk als de veiligheid te creëren die een nieuwe regering nodig heeft om zijn autoriteit te consolideren en om legitimiteit in de ogen van het publiek te verwerven. Het creëren van iets dat ook maar ergens op een democratie lijkt in een maatschappij die veel van de meest basale voorwaarden hiervoor ontbeert is een taak van decennia, niet van maanden.

Het rapport meldt weinig over de erfenis van de Irakoorlog, maar het is van belang om deze overweging te nemen. Ten eerste verstoorde de oorlog het machtsevenwicht in de regio. Niet langer in een positie om Iran af te leiden en tegenwicht te bieden, kwam Irak in plaats daarvan onder Iraanse invloed te staan. Iran was niet alleen vrij om een atoomprogramma van betekenis op te zetten, maar ook om direct en via stromannen in verschillende landen te interveniëren. Sektarische strijd vergiftigde door de hele regio de relaties tussen Soennieten en Sjiieten. De vervreemding gevoeld door soldaten en officieren in het ontbonden leger van Saddam gaf brandstof voor de Soennitische opstand en leidde uiteindelijk tot de opkomst van de zogenoemde Islamitische Staat.

De oorlog had niet alleen voor Irak en het Midden-Oosten verstrekkende gevolgen, maar ook voor Groot-Brittannië en de VS. De stem in het Britse parlement in 2013 tegen welke medewerking dan ook aan enige militaire inspanning om de Syrische president Bashar al-Assad te straffen voor het trotseren van expliciete waarschuwingen om geen chemische wapens te gebruiken in de burgeroorlog in zijn land was zeker gerelateerd aan de visie dat de militaire inmenging in Irak een fout was geweest. Het is ook goed mogelijk dat een gedeelte van het wantrouwen van de elites die een meerderheid van het electoraat voor een Brexit deden stemmen uit de ervaringen met de oorlog in Irak voortkwam.

Overeenkomstig beïnvloedden de Irakoorlog en zijn nasleep ook de denkwijze van de regering van de Amerikaanse president Barack Obama, die weinig trek had in nieuwe militaire avonturen in het Midden-Oosten op een moment dat veel Amerikanen leden onder ‘interventie-uitputting.’

Het gevaar is natuurlijk dat je ergens teveel lering uit kan trekken. De les van de Irakoorlog zou niet moeten zijn dat alle gewapende interventies in het Midden-Oosten of elders vermeden moeten worden, maar eerder dat ze alleen ondernomen moeten worden als ze de beste beschikbare strategie zijn en als de resultaten de kosten rechtvaardigen. Libië is een recente interventie die dit principe overtreden heeft; Syrië is zelfs nog kostbaarder geweest, maar in dit geval juist om wat er niet werd gedaan.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

De Irakoorlog is al kostbaar genoeg geweest zonder dat mensen er de verkeerde conclusies uit trekken. Want dat zou de ultieme ironie zijn – en alleen nog meer maar bijdragen aan deze tragedie.

Vertaling Melle Trap