2

De identiteitscrisis van de Europese universiteiten

MADRID – Het hoger onderwijs in Europa bevindt zich in een staat van diepe onzekerheid. Wat moet het primaire doel van een universiteit zijn? Onderzoek, professionele training, of sociale inclusie? Moeten regeringen meer in het hoger onderwijs investeren om economische groei te ondersteunen? Of moeten universiteiten aan hun lot overgelaten worden om te concurreren en te overleven (of niet) op een mondiale vrije onderwijs markt?

Tijdens deze discussies over hun toekomstige rol, moeten de Europese universiteiten hun individuele identiteit, hun tradities en hun sociale doel niet uit het oog verliezen. Dit zal niet makkelijk zijn. De bestuurders van universiteiten worden van boven af onder druk gezet (door Europese instituties en nationale overheden) en door hun eigen onderzoekers, docenten en studenten.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Bovendien worden de parameters van debat steeds onduidelijker. Aan de ene kant houden universiteiten zich aan sinds lang bestaande afspraken met de overheid; aan de andere hebben ze te maken met ijverige hervormers die op zoek zijn naar marktgerichte oplossingen die de nadruk leggen op de competitie tussen instituten, het aanmoedigen van personeel en studenten en studentgericht leren.

Het is duidelijk dat deze standpunten zeer verschillende implicaties voor de toekomst van universiteiten genereren. Traditioneel gezien deden universiteiten onderzoek, gaven professioneel onderwijs en boden de jongeren van het land een culturele basis als ze de maatschappij betraden. Vandaag de dag lijkt geen van deze doelen zeker. En het grootste gevaar voor de Europese universiteiten is een lange periode van  verwarring over hun uiteindelijke doelen.

Het vinden van de waarheid door middel van observatie, experimenten, rationeel argumenteren en wederzijdse kritiek is altijd de raison d’être van universiteiten geweest. In dit licht worden sommige Europese instituten door de overheid aangemoedigd om het excellente onderzoek van de beste universiteiten in de Verenigde Staten te evenaren.

Maar niet alle Europese universiteiten beschouwen zichzelf primair als onderzoeksinstituten. Velen concentreren zich liever op het voorbereiden van studenten op de arbeidsmarkt. De vaardigheden die nu echter buiten de academische wereld nodig zijn veranderen zo snel dat universiteiten ermee worstelen om de algemene cognitieve vaardigheden die in de klas onderwezen worden (zoals kritisch denken, analytisch redeneren, het oplossen van problemen en schrijven) te verbinden met de professionele expertise die steeds meer op de werkvloer verworven wordt. En als jaren van scholing niet resulteren in grotere cognitieve vaardigheden dan valt veel van de economische rechtvaardiging van het investeren in hoger onderwijs weg.

Universiteiten hebben ook een publieke missie: om studenten een culturele basis voor het leven te geven. Dit doel lijkt misschien steeds controversiëler in de pluralistische Europese maatschappij, maar universiteiten zouden hun studenten op zijn minst een begrip mee moeten geven van de modellen, geschiedenis en filosofische fundamenten om over deze zaken te debatteren. Zonder een redelijk begrip van hun socio-culturele omgeving gaan studenten universiteiten misschien slechts zien als een plek om privédoelen na te streven, om te netwerken, te genieten van het studentenleven en misschien een oppervlakkig gevoel van diversiteit te verwerven.

Welke kant de Europese universiteiten ook op gaan, het behouden van een eigen identiteit in een tijd van mondiale veranderingen en onderwijshervormingen zal steeds moeilijker worden. Onderzoekers zitten niet meer in hun ivoren torens, maar werken als onderdeel van complexe mondiale netwerken naast deelnemers uit de private sector. Hoogleraren met een vaste aanstelling, ooit de kern van het leven en beeld van de academie, worden vervangen door parttime docenten die geen sterke band met hun instituut hebben.

In het opkomende concept van universiteiten (dat steeds meer gebaseerd is op het bedrijfsleven) hebben in het verlengde hiervan onderwijs ‘managers’ die ‘effectievere methoden’ toepassen (en er elk moment klaar voor staan om naar een volgende post door te schuiven) een zeer oppervlakkig respect voor het leven op het instituut en zijn tradities. En studenten, die slechts gezien worden als consumenten van een service, worden aangemoedigd om mee te kiezen wat betreft docenten, curricula en locaties.

Sommigen vinden deze veranderingen opwindend. Maar ze schieten hun doel voorbij als het najagen hiervan de eigen identiteit van Europa’s universiteiten verzwakt, waarvan veel er aan gewend zijn om te functioneren in een wereld van staatspatronage en strikte regulatie. Beleidsmakers moeten zich bewust zijn van de educatie- en culturele schade die voortdurende hervormingen (allemaal gerechtvaardigd door het toekomstgerichte waan van de dag jargon) kunnen toebrengen.

Fake news or real views Learn More

Universiteiten moeten hun institutionele herinneringen, lokale tradities en engagement met elke nieuwe generatie studenten in stand houden. Een loyaal en dankbaar alumni-netwerk kan dit helpen te verzekeren. Het alternatief is een formulaire onderwijservaring die niet alleen individueel karakter ontbeert, maar ook geen moreel doel dient.

Vertaling Melle Trap