2

Meer onderzoek nodig naar de gezondheid van jong volwassenen

SEATTLE – Data kunnen levens redden. Zonder data zouden we niet weten dat roken hart- en vaatziekten veroorzaakt, dat het dragen van een helm het sterftecijfer bij motorongelukken terugdringt, en dat beter onderwijs voor vrouwen helpt bij het overleven van hun kinderen – en nog veel meer. Gezien het belang van betrouwbare data, moet het verzamelen ervan een hoge prioriteit genieten.

Eén terrein waarop het vergaren van data in het bijzonder te wensen overlaat, is dat van de gezondheid van jong volwassenen. Mensen in de leeftijdscategorie van tien tot 24 krijgen veel minder aandacht dan die in andere leeftijdsgroepen. En in bredere zin, zoals de nieuwe Lancet Commission on Adolescent Health and Wellbeing benadrukt, heeft het mondiale sociale en gezondheidsbeleid de neiging de gezondheid van jong volwassenen grotendeels te negeren.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Op veel manieren hangt onze toekomst af van de gezondheid van onze jong volwassenen. In lage en middeninkomenslanden zijn er meer jong volwassenen dan ooit tevoren. En hun gezondheid vandaag de dag zal hun toekomstige welzijn beïnvloeden, hun vermogen vormgeven om in hun levensonderhoud te voorzien, gezonde kinderen voort te brengen en op te voeden, voor hun vergrijzende ouders te zorgen, en hun samenlevingen op het pad naar vrede en welvaart te zetten.

Door overheden en anderen in staat te stellen effectieve en gerichte gezondheidsprogramma's voor jong volwassenen te ontwerpen, kunnen data over de gezondheid van jong volwassenen een cruciale rol spelen bij het waarborgen van een betere toekomst. De eerste stap is uit te vinden waar, waarom en hoe veel jong volwassenen overlijden.

Talloze onderzoeken hebben de afgelopen tien jaar geprobeerd de sterftecijfers onder volwassenen en kinderen tot vijf jaar oud vast te stellen. Toch wordt er geen specifieke aandacht besteed aan de leeftijdscategorieën daar tussenin, waardoor het heel moeilijk is sterftecijfers van jong volwassenen bij te houden in landen die geen adequaat systeem hebben voor de registratie van hun burgers en het opslaan van cruciale statistische gegevens.

Om iets aan deze tekortkoming te doen, moeten donoren en overheden de ontwikkeling van onderzoeksmethoden financieren om het sterftecijfer onder jong volwassenen te meten. Vragen die zijn bedoeld om de noodzakelijke informatie boven water te krijgen, kunnen worden meegenomen in enquêtes die al regelmatig in lage en middeninkomenslanden worden gehouden, zoals de Demographic and Health Surveys en de Multiple Indicator Cluster Surveys.

Uiteraard hebben we ook data nodig over jong volwassenen tijdens hun leven – idealiter data die rechtstreeks bij die jong volwassenen zelf vandaan komen. Zoals het er nu voor staat, worden individuen van 15 en jonger over het algemeen over het hoofd gezien in onderzoeken onder huishoudens. En hoewel er in sommige landen wel schoolonderzoeken worden gehouden, houden financieringsbeperkingen dikwijls in dat dit onregelmatig gebeurt. Problematischer is dat schoolonderzoeken in lage en middeninkomenslanden doorgaans degenen buitensluiten die niet naar school gaan, omdat ze uit het onderwijs zijn gevallen of nooit naar school zijn gegaan.

Overheden en donoren moeten daarom ook hun best doen gerichte onderzoeken onder jong volwassenen te ontwikkelen en uit te voeren. Onder meer moeten zulke onderzoeken erop gericht zijn een duidelijk beeld te scheppen van de blootstelling van jong volwassenen aan vermijdbare risicofactoren, zoals alcohol en illegaal drugsgebruik, onveilig seksueel gedrag, geweld, obesitas, lichamelijke inactiviteit en een ongezond dieet.

Ter aanvulling van deze inspanningen moeten we ook investeren in het verbeteren van ons begrip van de manier waarop deze risicofactoren – die het vaakst worden onderzocht op jonge of volwassen leeftijd – de gezondheid van jong volwassenen beïnvloeden. Volgens de Global Burden of Disease Study verklaren risicofactoren voor de gezondheid minstens 50% van de vroege sterfte- en invaliditeitsgevallen onder volwassenen van vijftig jaar en ouder; bij jongeren daalt dit cijfer naar 26%. Er zijn meer onderzoeken nodig om het beleid en planning rond de gezondheidszorg adequater te informeren.

De inspanningen om data te verzamelen moeten ook de nadruk leggen op de geestelijke gezondheid. In de Global Burden of Disease Study werd geschat dat depressie in 2013 een van de drie voornaamste oorzaken was van het verlies aan gezonde jaren onder jong volwassen vrouwen, en een van de zeven belangrijkste oorzaken van het verlies aan gezonde jaren onder jong volwassen mannen.

Toch zijn de data over de geestelijke gezondheid van individuen van nog geen 18 jaar oud mager, met name in de lage inkomenslanden, en wat wél beschikbaar is, is tussen de diverse landen onderling niet vergelijkbaar. Het is dus van dwingend belang dat overheden en donoren investeren in het opbouwen van een deskundige consensus over de vraag hoe we de geestelijke gezondheid het best kunnen meten en hoe we die methoden mondiaal moeten toepassen, óók in omstandigheden waarin weinig middelen voorhanden zijn.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Het zal niet lang meer duren voor de jong volwassenen van vandaag de wereld zullen besturen. Als zij dat goed willen doen, moeten ze gezond zijn. En wij moeten investeren in het vergaren van de data die cruciaal zijn om ervoor te zorgen dat zij dat ook zullen zijn.

Vertaling: Menno Grootveld