10

Trumps virtuele muur

CAMBRIDGE – Het plan van de Republikeinen om een ‘border adjustment tax’ (BAT) te implementeren in de Verenigde Staten lijkt in vele facetten het virtuele complement te zijn van de fysieke muur die president Donald Trump wil optrekken aan de Amerikaans-Mexicaanse grens. Alhoewel het publieke bewustzijn nog niet op dezelfde manier is doordrongen van de BAT als van de fysieke muur van Trump, zou deze uiteindelijk veel meer invloed op de gemiddelde Amerikaan kunnen hebben – en niet perse ten goede.

Aan de oppervlakte lijkt het basale idee om een belasting van, zeg, 20% op import te heffen en om belastingvoordelen op export door te voeren die een gelijke waarde vertegenwoordigen. Het onderbuikgevoel van de meeste populisten is dat dit fantastisch zou zijn voor de Amerikaanse banenmarkt, omdat het import ontmoedigt en export aanmoedigt. Helaas zit er, zoals velen al hebben uitgelegd, een steekje los in deze logica, daar de Verenigde Staten een zwevende wisselkoers hebben.

Een sterkere dollar – een waarschijnlijk resultaat van het opleggen van een BAT – maakt het voor Amerikanen goedkoper om geïmporteerde goederen te kopen (omdat een dollar meer buitenlandse valuta waard is). Aan de andere kant maakt een sterkere dollar de Amerikaanse export duurder voor het buitenland. In feite zou het klassieke schoolvoorbeeld hier zijn dat de wisselkoers de belasting volledig zou compenseren, en zo de handelsbalans onveranderd zou laten. Als je denkt dat de voorstellen van de Republikeinen als hocus pocus klinken zou je het weleens bij het rechte eind kunnen hebben, maar houd die gedachte nog even vast.

Meerdere academisch hoog geachte economen zijn voor het idee van een grensheffing, maar om totaal verschillende redenen. Ze zien het als een geloofsartikel dat de wisselkoers daadwerkelijkzal stijgen om de handelseffecten van een BAT te neutraliseren, maar ze vinden het desondanks een goed idee.