6

Het uitleggen van het monetair beleid aan het volk

LONDEN – Groot-Brittannië was laat met de aanvaarding van de onafhankelijkheid van zijn centrale bank, omdat de toenmalige premier Margaret Thatcher zich stevig verzette tegen het idee dat niet-gekozen bankiers de rente zouden controleren. Zij hield op haar bekende wijze staande dat ze nooit de controle uit handen zou geven, en de Bank of England (BoE) kon pas vanaf 1997 haar eigen gang gaan, nadat de eerste Labour-regering van Tony Blair was gekozen.

De “Old Lady of Threadneedle Street”, zoals de BoE bekend staat, was 303 jaar toen ze eindelijk haar eigen besluiten mocht nemen – en haar eigen vergissingen mocht begaan. Terwijl zowel de US Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) en de Duitse Bundesbank al lang onafhankelijk waren, volgden de meeste andere Europese landen het voorbeeld van de BoE in de aanloop naar de oprichting van een monetaire unie. Op haar beurt was de Franse nationale bank sinds Napoleon “in handen van de overheid gebleven, maar niet al te nadrukkelijk.”

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

De afgelopen twintig jaar heeft de onafhankelijkheid van de centrale banken een soort “einde van de geschiedenis” betekend voor het monetair beleid, nadat vele andere regimes waren beproefd en mislukt. In de jaren vóór de mondiale financiële crisis van 2008 werden onafhankelijke centrale banken als succesvol gezien in het beheersen van de inflatie; en landen met omvangrijke begrotingstekorten waren bijzonder enthousiast over de onafhankelijkheid van centrale banken, omdat ze profiteerden van de lagere langetermijnrente. Centrale banken die tevens toezicht houden op de bankensector kregen lastige vragen voorgelegd over hun zorgeloosheid met betrekking tot de snelle kredietexpansie, maar zij werden alom geprezen voor hun prompte en beslissende reactie toen de crisis toesloeg.

De periode van consensus over het monetair beleid zou echter wel eens rap aan zijn einde kunnen komen. In de Verenigde Staten heeft de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump de onafhankelijkheid van de gouverneurs van de Fed ter discussie gesteld, en duidelijk gemaakt dat hij snel een andere Fed-voorzitter zal aanwijzen mocht hij worden gekozen. In Europa is het kwantitatieve versoepelingsbeleid van de Europese Centrale Bank alom bekritiseerd, en heeft ECB-president Mario Draghi onlangs zijn aanpak moeten verdedigen tegenover een zeer kritisch Duits parlement.

Britse politici zijn ook gaan protesteren, ook al werd het bekritiseren van de BoE lange tijd beschouwd als vloeken in de kerk. De Britse premier Theresa May heeft, in een recente toespraak tot de conferentie van de Conservatieve Partij, opgemerkt dat “het monetair beleid een paar slechte neveneffecten heeft gehad. Mensen met bezit zijn rijker geworden. Mensen zonder bezit hebben het zwaar gehad … daar moet verandering in komen. En daar gaan wij voor zorgen.”

William Hague, een invloedrijke voormalige Conservatieve leider, was zelfs nog botter toen hij onlangs een niet eens zo verholen dreigement uitte: als de centrale banken niet “snel van koers veranderen, zullen ze tot de ontdekking komen dat hun onafhankelijkheid steeds vaker op de tocht zal komen te staan.” In dat geval, zo voegde hij eraan toe, zal “het tijdperk van hun veelgeprezen onafhankelijkheid mogelijk op zeer dramatische wijze aan zijn einde komen.”

Hoewel May heeft ontkend dat er sprake is van een verschil van mening tussen haar regering en BoE-gouverneur Mark Carney, is duidelijk dat het monetair beleid voor het eerst in twintig jaar het onderwerp is geworden van een politiek debat. In reactie op deze ketterse uitbarstingen klonk Carney verzachtend en begrijpend; en Draghi heeft zich op prijzenswaardige wijze ingelaten met de argumenten van zijn critici.

Andreas Dombret, een bestuurslid van de Duitse Bundesbank, heeft echter een andere tactiek beproefd. Op een conferentie van de British Bankers Association in Londen deze maand zeihij: “Het is misschien tijd voor een vriendelijke herinnering aan het feit dat de onafhankelijkheid van centrale banken onbespreekbaar is,” opperde Dombret. “Politici doen er goed aan geen invloed uit te willen oefenen op de verkeerde plekken.”

Het punt van Dombret is te begrijpen. Achteloos geklets over het monetair beleid kan de markten in verwarring brengen, en politici moeten voorzichtig zijn met wat ze willen. Maar ze zullen er waarschijnlijk niet mee instemmen dat de onafhankelijkheid van centrale banken “onbespreekbaar is.” Ze zullen waarschijnlijk meer nederigheid van de technocraten eisen, want wat politici geven kunnen ze ook weer wegnemen. Toch wil het discussiëren over de sociale gevolgen van het monetair beleid nog niet zeggen dat ze de legitimiteit in twijfel trekken van degenen die aan de touwtjes trekken.

Eerlijk gezegd is dit delicaat terrein. Er is een krachtig betoog mogelijk dat de centrale banken, beschermd tegen politieke kortetermijndruk, behoedzame hoeders van de prijsstabiliteit zijn geweest en de mondiale economie goed hebben gediend. Het ligt niet voor de hand dat een terugkeer naar een politiek beheerde rente enig voordeel zou brengen op de langere termijn.

Niettemin moeten we aanvaarden dat de grootschalige kwantitatieve versoepeling van de centrale banken hen op onbekend terrein heeft gebracht, waar de grens tussen monetair beleid en begrotingsbeleid vaag is. In Groot-Brittannië besluit het ministerie van Financiën bijvoorbeeld over het niveau van de economische interventie, terwijl de BoE de timing en de implementatiemethode ervan bepaalt. De onafhankelijkheid van de centrale bank is dus niet absoluut.

Centrale bankiers moeten laten zien dat zij de politieke druk en de ongebruikelijke omstandigheden begrijpen die een nulrente of zelfs een negatieve rente kan scheppen. Spaarders klagen op bittere toon dat zij worden gestraft voor hun behoedzaamheid; weigeren om over deze en andere implicaties van het huidige monetaire beleid te praten is geen aanvaardbaar antwoord.

Fake news or real views Learn More

De onafhankelijkheid vergt een hogere mate van aansprakelijkheid en transparantie, waarbij het beleid wordt uitgelegd aan het publiek. Het siert de BoE dat zij de weg voorwaarts heeft aangegeven met een reeks open forums in heel Groot-Brittannië. Het uitleggen van het monetair beleid aan de mensen kost tijd, maar is cruciaal als de noodzakelijke politieke consensus om de onafhankelijkheid overeind te houden moet worden verwezenlijkt.

Vertaling: Menno Grootveld