Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

stiglitz263_In Pictures Ltd.Corbis via Getty Images_womenproteststarbucks In Pictures Ltd./Corbis via Getty Images

Het mondiale belastingsysteem voor ondernemingen moet op de helling

NEW YORK – De mondialisering heeft de afgelopen jaren een slechte naam gekregen, en dikwijls met reden. Maar sommige critici, niet in de laatste plaats de Amerikaanse president Donald Trump, leggen de schuld op de verkeerde plek, door een vals beeld te schetsen waarin Europa, China en de ontwikkelingslanden de handelsonderhandelaars van de VS hebben verleid tot het instemmen met slechte deals, wat tot de huidige problemen in Amerika geleid zou hebben. Het is een absurde bewering: het was immers Amerika – of beter gezegd: het Amerikaanse bedrijfsleven – dat de regels van de mondialisering in de eerste plaats geschreven heeft.

Niettemin heeft een bijzonder giftig aspect van de mondialisering niet de aandacht gekregen die het verdient: de belastingontduiking door het bedrijfsleven. Multinationals kunnen maar al te makkelijk hun hoofdkwartier en hun productie verplaatsen naar de jurisdicties met de laagste belastingen. En in sommige gevallen hoeven ze niet eens hun bedrijfsactiviteiten te verplaatsen, omdat ze gewoon de manier kunnen veranderen waarop ze hun inkomsten “boeken.”

Starbucks kan bijvoorbeeld blijven uitbreiden in het Verenigd Koninkrijk, terwijl het concern daar nauwelijks belasting betaalt, omdat het beweert dat de winsten er minimaal zijn. Maar als dit waar zou zijn, zou de aanhoudende expansie zinloos zijn. Waarom zou je je aanwezigheid uitbreiden als er geen winst geboekt kan worden? Er wordt duidelijk wél winst geboekt, maar die wordt vanuit het Verenigd Koninkrijk naar jurisdicties met lagere belastingen gesluisd in de vorm van royalties, franchisevergoedingen en andere kosten.

Dit soort belastingontduiking is een kunstvorm geworden waarin de slimste bedrijven, zoals Apple, uitblinken. De totale kosten van dergelijke praktijken zijn enorm. Volgens het Internationale Monetaire Fonds lopen overheden minstens $500 mrd per jaar mis als gevolg van de belastingontduiking door bedrijven. En Gabriel Zucman van de Universiteit van Californië te Berkeley en zijn collega's schatten dat zo'n 40% van de buitenlandse winsten van Amerikaanse multinationals naar belastingparadijzen wordt gesluisd. In 2018 hebben zestig van de vijfhonderd grootste bedrijven – inclusief Amazon, Netflix en General Motors – geen belasting betaald in de VS, ondanks het feit dat ze gezamenlijk (op mondiale basis) zo'n $80 mrd winst hebben geboekt. Deze ontwikkelingen hebben een verwoestende impact op de nationale belastinginkomsten en ondermijnen het gevoel van eerlijkheid bij het publiek.

Sinds de nasleep van de financiële crisis van 2008, toen veel landen in zwaar financieel weer waren beland, is er sprake van een toenemende vraag naar een heroverweging van het mondiale regime voor het belasten van multinationals. Een belangrijke inspanning is het Base Erosion and Profit Shifting (BEPS)-initiatief van de OESO, dat al aanzienlijke resultaten heeft opgeleverd, waarbij een paar van de ergste praktijken aan banden zijn gelegd, zoals de praktijken waarbij de ene dochteronderneming geld leent aan de andere. Maar uit de data blijkt dat de huidige inspanningen verre van adequaat zijn.

Het fundamentele probleem is dat BEPS slechts een lapmiddel is voor een fundamenteel verkeerde en onverbeterlijke status quo. Onder het heersende “transfer price system” kunnen twee dochterondernemingen van één en dezelfde multinational goederen en diensten uitwisselen over de grenzen heen, en die handel vervolgens “at arm’s length” waarderen als zij hun inkomsten en winsten moeten opgeven bij de belastingdienst. De prijs waarmee zij dan voor de dag komen is wat zij beweren dat het zou hebben gekost als deze goederen en diensten zouden zijn verhandeld op een competitieve markt.

Subscribe now
ps subscription image no tote bag no discount

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

Om voor de hand liggende redenen heeft dit systeem nog nooit goed gewerkt. Hoe waardeer je een auto zonder motor of een shirt zonder knopen? Er zijn geen “at arm’s length”-prijzen en geen competitieve markten waarnaar een bedrijf kan verwijzen. En de zaken zijn zelfs nog problematischer in de groeiende dienstensector: hoe waardeer je een productieproces zonder de leidinggevende diensten die door het hoofdkantoor worden geleverd?

Het vermogen van multinationals om te profiteren van het transfer price system is toegenomen, omdat de handel binnen bedrijven is toegenomen, omdat de handel in diensten (meer dan in goederen) is toegenomen, omdat het intellectueel eigendom in belang is toegenomen, en omdat bedrijven beter zijn geworden in het uitbuiten van het systeem. Het gevolg: de grootschalige verplaatsing van winsten over de grenzen heen, wat heeft geleid tot lagere belastingopbrengsten.

Het is veelzeggend dat Amerikaanse bedrijven transfer pricing niet mogen gebruiken om winsten binnen de VS toe te wijzen. Dit zou inhouden dat goederen herhaaldelijk worden beprijsd als zij staatsgrenzen oversteken. In plaats daarvan worden de bedrijfswinsten in de VS aan verschillende staten toegewezen op basis van een formule, met gebruikmaking van factoren als werkgelegenheid, verkopen en bezittingen in iedere staat. En zoals de Independent Commission for the Reform of International Corporate Taxation (waarvan ik lid ben) in zijn jongste verklaring aantoont, is deze benadering de enige die op mondiaal niveau zal werken.

De OESO zal op zijn beurt snel een voorstel lanceren dat het huidige raamwerk een beetje deze kant op kan laten bewegen. Maar als de berichten over hoe het eruit zal gaan zien juist zijn, gaat het nog steeds niet ver genoeg. Als het voorstel wordt aangenomen zou het grootste deel van de inkomsten van een bedrijf nog steeds worden behandeld met gebruikmaking van het transfer price system, met slechts een “residu” dat wordt toegewezen op basis van een formule. De reden voor deze verdeling is onduidelijk; het beste dat ervan kan worden gezegd is dat de OESO een geleidelijke aanpak tot mantra heeft verheven.

De bedrijfswinsten die in vrijwel alle jurisdicties worden opgegeven omvatten immers al aftrekposten voor de kapitaalkosten en de rente. Dit zijn “residuen” – pure winsten – die voortkomen uit de gezamenlijke, mondiale activiteiten van een multinational. Op grond van de US Tax Cuts and Jobs Act uit 2017 zijn bijvoorbeeld de totale kosten van kapitaalgoederen aftrekbaar, bovenop een deel van de rente, wat het mogelijk maakt dat het totaal aan gerapporteerde winsten aanzienlijk lager is dan de werkelijke economische winst.

Gezien de omvang van het probleem is het duidelijk dat we een mondiale minimumbelasting nodig hebben om een einde te kunnen maken aan de huidige race to the bottom (waar niemand anders van profiteert dan de bedrijven). Er zijn geen bewijzen dat lagere belastingen mondiaal tot meer investeringen leiden. (Als een land zijn belastingen in vergelijking met andere landen verlaagt, kan het uiteraard enige investeringen “stelen”; maar deze aanpak werkt mondiaal niet.) Een wereldwijde minimumbelasting moet een tarief hebben dat vergelijkbaar is met de huidige gemiddelde effectieve ondernemingsbelasting, ongeveer 25%. Anders zullen de mondiale tarieven van de ondernemingsbelasting naar het minimum neigen, en zal wat bedoeld was als een hervorming om de belastingheffing op multinationals te verhogen precies het tegenovergestelde  bewerkstelligen.

De wereld wordt geconfronteerd met meerdere crises – inclusief de klimaatverandering, ongelijkheid, teruglopende groei en afbrokkelende infrastructuur – waarvan niets kan worden aangepakt zonder overheden die ruim in het geld zitten. Helaas gaan de huidige voorstellen voor een hervorming van het mondiale belastingsysteem eenvoudigweg niet ver genoeg. Multinationals moeten gedwongen worden hun steentje bij te dragen.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/g3WgFSpnl;
  1. bildt70_SAUL LOEBAFP via Getty Images_trumpukrainezelensky Saul Loeb/AFP via Getty Images

    Impeachment and the Wider World

    Carl Bildt

    As with the proceedings against former US Presidents Richard Nixon and Bill Clinton, the impeachment inquiry into Donald Trump is ultimately a domestic political issue that will be decided in the US Congress. But, unlike those earlier cases, the Ukraine scandal threatens to jam up the entire machinery of US foreign policy.

    4