5

Het overwinnen van de marktobstakels voor nieuwe antibiotica

LONDEN – Vanuit het nauwe perspectief van sommige beleggers is slim financieel management ter ondersteuning van de aandelenkoers van een bedrijf een goede zaak. Volgens deze kortzichtige logica moeten we, als het over de farmaceutische industrie gaat, ons geen zorgen maken als de aandelenkoersen van deze bedrijven niet door nieuwe ontdekkingen omhoog worden gestuwd, maar door financiële ingrepen, zoals aandelenterugkopen of belastingontduiking.

Maar de farmaceutische industrie is niet zomaar een doorsneesector. Zij is intrinsiek verbonden met het publieke welzijn, omdat zij van oudsher heeft gezorgd voor de medische innovatie die essentieel is voor het vermogen van de samenleving om ziekten te bestrijden. Bovendien zijn de feitelijke kopers dikwijls overheden, ook al zijn de patiënten de consumenten. Zelfs in de Verenigde Staten nemen publieke kopers minstens 40% van de markt voor geneesmiddelen op recept voor hun rekening.

Aleppo

A World Besieged

From Aleppo and North Korea to the European Commission and the Federal Reserve, the global order’s fracture points continue to deepen. Nina Khrushcheva, Stephen Roach, Nasser Saidi, and others assess the most important risks.

Overheden financieren ook een groot deel van het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de winsten van de sector. De Amerikaanse regering is 's werelds grootste financier van medisch onderzoek en ontwikkeling; mondiaal financieren belastingbetalers een derde van de uitgaven aan gezondheidszorgonderzoek. Dus het zou geen verrassing mogen zijn als beleidsmakers erop aandringen dat de inspanningen van de industrie om te innoveren naar terreinen worden gesluisd die de meeste voordelen opleveren voor belastingbetalers en patiënten, en dat ze hun geld minder snel steken in zaken als financiële ingrepen die op de korte termijn het meest winstgevend zijn voor de sector.

De farmaceutische industrie is op haar best als particuliere winstgevendheid en sociaal welzijn samengaan, zoals dat gebeurt wanneer nuttige nieuwe geneesmiddelen grote marktaandelen naar zich toetrekken. Maar helaas is dat niet altijd het geval – en de gevolgen kunnen tragisch zijn. Vooral op het terrein van de ontwikkeling van antibiotica zorgt het onderscheid tussen het winstbejag van de particuliere sector en het publieke welzijn ervoor dat de wereld op de rand van een crisis is beland.

Toen antibiotica in de jaren veertig voor het eerst in algemeen gebruik kwamen, werden voorheen gevaarlijke aandoeningen, zoals longontsteking of geïnfecteerde wonden, goedaardige kwaaltjes die met gemak konden worden behandeld. Antibiotica zijn de basis van de moderne geneeskunde; zonder antibiotica worden chirurgische ingrepen of chemotherapie veel riskanter.

Maar antibiotica verliezen in de loop der tijd hun werkzaamheid. En waar eerdere generaties wetenschappers snel nieuwe vervangingsmiddelen vonden, zijn artsen tegenwoordig in veel gevallen aangewezen op hun laatste verdedigingslinie. Voor een hele reeks infecties – waardoor bepaalde longonstekingsvarianten, E. coli, en gonorroe – bestaat er geen vervanging.

Je zou verwachten dat geneesmiddelenconcerns en hun beleggers hierdoor tot concurrentie zouden worden aangezet om nieuwe antibiotica te ontwikkelen. Maar een groot deel van de farmaceutische sector heeft dit streven opgegeven. De ontwikkeling van nieuwe antibiotica is moeilijk en duur – en veel minder winstgevend dan investeringen op andere terreinen, zoals dat van het onderzoek naar kanker en diabetes.

Een deel van het probleem is het unieke belang van deze geneesmiddelen. Bedrijven zijn niet altijd in staat hun investeringen terug te verdienen door een hoge prijs vast te stellen voor gepatenteerde antibiotica. Als een nieuw antibioticum wordt ontdekt, willen de publieke gezondheidsautoriteiten dat terecht achter de hand houden, erop hamerend dat het alleen mag worden gebruikt als alle andere opties niet meer baten. Als gevolg daarvan wordt een nieuw antibioticum misschien pas in ruime mate beschikbaar gesteld als het patent al is verlopen en de uitvinders ervan gedwongen worden te concurreren met generieke producenten.

In januari zette de farmaceutische industrie een grote stap op weg naar de oplossing van dit probleem, toen ruim honderd bedrijven en brancheverenigingen uit ruim twintig landen een verklaring ondertekenden waarin overheden werden opgeroepen een nieuw model te adopteren voor de ontwikkeling van antibiotica. Als onderdeel van dit nieuwe model verplichtten de ondertekenaars zich ertoe toegang tot nieuwe medicijnen te verschaffen aan allen die deze nodig hebben, de investeringen te verhogen in onderzoek en ontwikkeling met aandacht voor de mondiale gezondheidszorgbehoeften, en te helpen de ontwikkeling van resistentie tegen geneesmiddelen bij mensen en dieren te vertragen.

Overheden moeten de industrie aanmoedigen en in staat stellen deze doelstellingen te halen. Eén manier daartoe zou zijn een voorstel te aanvaarden dat ik vorig jaar heb gedaan, en beloningen van $1 mrd of méér in te voeren voor degenen die de meest broodnodige soorten antibiotica ontwikkelen. Een dergelijke aanpak zou commerciële rendementen in evenwicht brengen met de kosten, de mondiale toegang en conservering, terwijl overheden op de langere termijn geld besparen.

Het inzetten van deze aanpak om de pijplijn aan antibiotica aan te vullen zou over een periode van tien jaar ruwweg $25 mrd kosten. Als dit bedrag gedeeld zou worden tussen de regeringen van de G20 is dat heel weinig, en het zou een opmerkelijk goede investering zijn – vooral gezien het feit dat de resistentie tegen antibiotica alleen al het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem $20 mrd per jaar kost.

Regeringen zouden prikkels kunnen introduceren voor onderzoek naar en de ontwikkeling van antibiotica, gefinancierd door hun bestaande financieringsstromen of nieuwe financieringsstromen die innovatief en duurzaam zijn. Eén optie zou een kleine vergoeding voor het verlenen van toegang tot de markt zijn, die door farmaceutische toezichthouders op de grote markten zou kunnen worden geïnd. Dit systeem erkent dat antibiotica een gedeelde en niet-onuitputtelijke hulpbron zijn, waarvan de levensvatbaarheid van een reeks andere farmaceutische producten en medische ingrepen – van chemotherapie tot gewrichtsprotheses – afhangt. Het is vergelijkbaar met benaderingen in sectoren als energie, water of de visserij, waar toezichthoudende instrumenten worden ingezet om ervoor te zorgen dat gedeelde hulpmiddelen en infrastructuur worden beheerd en aangevuld in het belang van zowel de consument als de producenten die hier voor hun bedrijfsvoering van afhankelijk zijn.

De noodzakelijke $2.5 mrd per jaar zou neerkomen op slechts 0,25% van de mondiale omzet in de farmaciesector – nauwelijks een probleem voor een industrie die grotendeels in goede financiële gezondheid verkeert. En het plan zou bijzonder aantrekkelijk zijn als het kon worden geïmplementeerd op een “pay-or-play”-basis, waarbij bedrijven zouden kunnen kiezen of ze willen investeren in onderzoek en ontwikkeling, of willen bijdragen aan een fonds dat degenen beloont wier inspanningen tot de gewenste geneesmiddelen leiden.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Het is tijd om ideeën in effectieve actie om te zetten, en het probleem van de resistentie tegen geneesmiddelen op te lossen. Om dat te doen moeten bedrijven en regeringen erkennen dat antibiotica niet zomaar handelswaar zijn.

Vertaling: Menno Grootveld