22

Het Innovatie enigma

NEW YORK – Over de hele wereld is er een enorm enthousiasme voor het soort technologische innovatie gesymboliseerd door Silicon Valley. In deze zienswijze representeert de Amerikaanse vindingrijkheid zijn ware comparatieve voordeel, dat anderen proberen te imiteren. Maar er is een raadsel: het is moeilijk om de voordelen van deze innovatie te detecteren in de bbp-statistieken.

Wat er vandaag de dag gebeurt is analoog aan ontwikkelingen enige tientallen jaren geleden, vroeg in het tijdperk van de personal computers. In 1987 klaagde de econoom Robert Solow (die de Nobelprijs kreeg voor zijn pionierswerk op het gebied van groei): ‘men kan het computertijdperk overal zien, behalve in de productiviteitsstatistieken’. Er zijn hier verschillende mogelijke verklaringen voor.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Misschien weerspiegelt het bbp niet echt de verbeteringen in levenstandaard die door innovatie in het computertijdperk worden veroorzaakt. Of deze innovatie is misschien minder significant dan haar volgelingen geloven. Het blijkt dat er enige waarheid in beide perspectieven zit.

Denk er aan terug hoe een aantal jaar geleden, vlak voor de ineenstorting van Lehmann Brothers, de financiële sector zichzelf op de borst klopte over haar vindingrijkheid. Gegeven het feit dat financiële instituties de knapste koppen van over de hele wereld hadden weten aan te trekken, zou je niets anders verwacht hebben. Maar bij nadere inspectie werd het duidelijk dat het meeste van deze innovatie het ontwerpen van betere manieren om anderen op te lichten betrof, het manipuleren van markten zonder gepakt te worden (ten minste voor lange tijd) en het exploiteren van marktbeheersing.

In deze periode, toen hulpmiddelen deze ‘innovatieve’ sector binnenstroomden, was de bbp-groei aanmerkelijk lager dan daarvoor. Zelfs op het hoogtepunt leidde het niet tot een stijging van de levensstandaard (behalve voor de bankiers) en uiteindelijk leidde het tot de crisis waar we nu pas van herstellen. De netto-contributie van al deze ‘innovatie’ was negatief.

Op gelijke wijze werd de internetbubbel die voorafging aan deze periode gekenmerkt door innovatie; door websites waar men hondenvoer en frisdrank online kon bestellen. Dit tijdperk liet tenminste nog een erfenis van efficiënte zoekmachines en een glasvezelnetwerk na. Maar het is niet makkelijk om vast te stellen hoe de tijdwinst geïmpliceerd door online-winkelen, of de kostenbesparingen die zouden kunnen voortkomen uit een vergrote concurrentie (door het grotere gemak van online-prijsvergelijken), onze levensstandaard beïnvloeden.

Er moeten twee dingen duidelijk zijn. Ten eerste is de winstgevendheid van een uitvinding wellicht geen goede maatstaf voor zijn netto-contributie aan onze levensstandaard. In onze winner-takes-all economie, kan een uitvinder die een betere website voor online hondenvoeraankopen en -bezorging ontwikkelt iedereen over de hele wereld aantrekken die het internet gebruikt om hondenvoer te bestellen en enorme winsten behalen tijdens dit proces. Maar zonder de bezorgingsservice zou veel van deze winst simpelweg naar anderen gegaan zijn. De nettobijdrage van de website aan de economische groei zal in feite misschien relatief klein zijn.

Als een uitvinding, zoals geldautomaten bij banken, bovendien leidt tot hogere werkloosheid wordt geen van de sociale kosten (noch het lijden van zij die ontslagen worden,  noch de verhoogde fiscale kosten van het betalen van werkloosheidsuitkeringen) weerspiegeld in de winstgevendheid van het bedrijf. Op dezelfde manier laat onze bbp-statistiek niet de kosten van het vergrote onveiligheidsgevoel zien dat personen misschien voelen door het verhoogde risico van het verliezen van hun baan. Wat net zo belangrijk is, is dat deze vaak niet accuraat de verbetering in maatschappelijk welvaren resulterend uit innovatie reflecteert.

In een eenvoudiger wereld, waar innovatie simpelweg het verlagen van de kosten van de productie van, laten we zeggen, een auto betekende, was het makkelijk om de waarde van een uitvinding vast te stellen. Maar wanneer innovatie effect heeft op de kwaliteit van een auto, wordt deze taak veel lastiger. En dit is zelfs nog duidelijker in andere sectoren; hoe meet je precies dat, door medische vooruitgang, een hartoperatie nu waarschijnlijk succesvoller zal zijn dan in het verleden, wat leidt tot een aanzienlijke verbetering in de levensverwachting en de kwaliteit van leven?

Alsnog kan je niet het ongemakkelijke gevoel vermijden dat, wanneer puntje bij paaltje komt, de bijdrage van recente technologische uitvindingen aan de lange termijngroei van de levensstandaard misschien aanzienlijk lager is dan de volgelingen claimen. Er zijn veel intellectuele inspanningen gewijd aan het ontwerpen van betere manieren voor het maximaliseren van advertentie- en marketingbudgetten; het mikken op klanten, vooral de vermogende, die het product ook echt weleens zouden kunnen kopen. Maar de levenstandaard zou misschien zelfs nog meer gestegen zijn als al dit innovatieve talent toegewijd was aan meer fundamenteel onderzoek, of zelfs maar aan meer toegepast onderzoek dat geleid zou kunnen hebben tot nieuwe producten.

Jazeker, beter verbonden zijn met elkaar door facebook of twitter is waardevol. Maar hoe kunnen we deze innovaties vergelijken met die als de laser, de transistor, de Turingmachine en het in kaart brengen van het menselijk genoom, waar elke van heeft geleid tot een stroom van transformatieve producten?

Fake news or real views Learn More

Natuurlijk zijn er redenen voor een zucht van opluchting. Ook al weten we misschien nog niet hoeveel recente technologische innovaties bijdragen aan ons welzijn, we weten ten minste dat, anders dan de golf van financiële innovaties die de wereldeconomie van voor de crisis kenmerkte, het effect positief is.

Vertaling: Melle Trap