31

Hoe fake-nieuws wint

WASHINGTON, DC – In reactie op de golf aan fake-nieuws die de Verenigde Staten tijdens de recente campagne voor de presidentsverkiezingen heeft overspoeld, is veel aandacht besteed aan degenen die deze verhalen produceren of verspreiden. De veronderstelling is dat als nieuwsmedia alleen maar de “feiten” zouden rapporteren, lezers en kijkers altijd de juiste conclusie over een bepaald verhaal zouden bereiken.

Maar deze aanpak betreft slechts één helft van de vergelijking. Ja, we hebben nieuwsmedia nodig die betrouwbare informatie leveren; maar degenen die deze informatie ontvangen moeten ook verstandige consumenten zijn.

De Amerikaanse regering heeft decennialang programma's gesteund die onafhankelijke media in autoritaire of disfunctionele landen met weinig hulpbronnen bevorderen. Maar deze programma's gaan er stilzwijgend van uit dat de VS zelf immuun zijn voor de problemen waar mensen in andere landen op stuiten als zij informatie creëren of consumeren. Wij in de VS veronderstellen ook dat Amerikaanse media, gesteund door reclame, zullen blijven bloeien; dat onafhankelijke journalistiek de norm is; en dat de meeste mensen in staat zijn kritisch na te denken en gezonde oordelen te treffen over de informatie die zij ontvangen.

Sommige lessen die we hebben geleerd door de informatiegaring en -distributie in het buitenland te steunen zijn net zo relevant voor de VS zelf. Tijdens de verkiezingen van 2016 waren de persoonlijke overtuigingen die schuilgingen achter de beslissingen van miljoenen kiezers niet alleen gebaseerd op de ervaringen van die personen en op de informatie waar zij toegang toe hadden, maar ook op de manier waarop zij die ervaringen en die informatie verwerkten. De eigen relaties van kiezers met de producenten van inhoud, hun redenen om wel of geen geloof te hechten aan bepaalde feiten, en hun kritische denkvermogens hebben allemaal bepaald hoe zij die informatie hebben geïnterpreteerd en hoe zij er vervolgens mee zijn omgegaan.

Tijdens de verkiezingen leken de meeste mainstream-deskundigen de opvattingen van miljoenen Amerikanen niet te “begrijpen”, dus is het weinig verwonderlijk dat miljoenen Amerikanen geen belangstelling toonden voor het onophoudelijke geklets van die deskundigen. Volgens deze kiezers waren de deskundigen slechts informatiemakelaars, zonder betrokkenheid bij de zaken die er werkelijk toe deden. Mannen en vrouwen die een verhaaltje houden vóór de tv-camera's zijn te ver verwijderd van de fabrieken, kantoren, bars, kerken, scholen en ziekenhuizen waar kijkers de relaties aangaan die bepalen hoe zij informatie verwerken. De zogenoemde digitale revolutie heeft het belang van menselijk contact niet overbodig gemaakt bij de vorming van de interpretaties en reacties van mensen op de informatie die zij ontvangen.

Relaties zijn gebouwd op vertrouwen, wat essentieel is om ervoor te zorgen dat consumenten informatie aanvaarden die hun overtuigingen ter discussie stelt. Maar volgens Gallup heeft slechts 32% van de Amerikanen “veel” of “redelijk veel” vertrouwen in traditionele mediakanalen – een record-dieptepunt. Dat is zeer problematisch, en duidt erop dat veel burgers de goede informatie met de slechte overboord gooien.

Net als met andere goederen weerspiegelt de manier waarop informatie wordt geconsumeerd economische en politieke kansen, persoonlijke prikkels, en institutionele of culturele normen. Arbeiders in Ohio wier lonen zijn gestagneerd, of werkloze kiezers in Michigan wier banen naar het buitenland zijn verdwenen, zullen informatie tot zich nemen op een manier die hun economische situatie weerspiegelt. Het is geen verrassing dat zij vaak kiezen voor bronnen – of die nu geloofwaardig zijn of niet – die kritisch zijn over de mondialisering en het huidige begrotings- en economische beleid.

Een breed aanbod van gezonde informatie is niet voldoende om goede keuzes te maken; nieuwsconsumenten hebben kritische vaardigheden nodig. Informatie heeft veel weg van het voedsel dat we eten: we moeten de ingrediënten begrijpen, en waar en hoe ze worden geproduceerd, en de gevolgen van overconsumptie.

Er zullen waarschijnlijk tientallen jaren voor nodig zijn om de vertrouwensrelatie te herstellen tussen consumenten en mainstream-nieuwsmedia. Informatieconsumenten zullen altijd voorkeuren hebben, en redenen om het ene stukje informatie te verkiezen boven het andere. Hoe dan ook, we kunnen hun kritische vermogens verbeteren, zodat burgers weten hoe ze betrouwbare bronnen kunnen selecteren en zich kunnen verzetten tegen hun eigen vooroordelen.

Voor het cultiveren van kritische vermogens is tijd en oefening nodig, wat de reden is dat het belangrijker is dan ooit om in onderwijs te investeren. Een paar van de modellen die in het buitenland zijn gebruikt, kunnen ook in de VS werken. In Oekraïne heeft een recent initiatief, uitgevoerd door IREX, bibliotheekmedewerkers gemobiliseerd in een poging de verderfelijke gevolgen van door het Kremlin gefinancierde propaganda te neutraliseren. Vijftienduizend Oekraïners kregen concrete vaardigheden onderwezen om emotionele manipulatie te kunnen voorkomen, bronnen en geloofsbrieven te verifiëren, betaalde inhoud en hate speech te detecteren, en fake-video's en -foto's te kunnen ontmaskeren.

De gevolgen waren indrukwekkend: deelnemers verbeterden hun vermogen om betrouwbaar nieuws van vals nieuws te onderscheiden met 24%. Beter nog, ze trainden honderden andere mensen om desinformatie te ontdekken, waardoor de algehele impact van het initiatief werd vermenigvuldigd.

Met een vrij bescheiden investering kunnen we van het aanleren van deze vaardigheden een standaardpraktijk maken in de schoolcurricula. Filantropen kunnen ook grassroots-organisaties in het leven roepen of steunen, die met burgers werken om hun vermogen te versterken informatie kritisch tot zich te nemen.

Accurate informatie en kritische vermogens zijn onmisbaar in een democratie. We kunnen ze niet als vanzelfsprekend beschouwen, zelfs niet in Amerika. Dat is hoe fake-nieuws wint.

Vertaling: Menno Grootveld