13

Het Franse volk moet zichzelf opnieuw uitvinden

PARIJS – “Het is volbracht…” In de jaren dat ik non-stop naar muziek luisterde, was de passage die door deze woorden werd gemarkeerd voor mij een van de meest intrigerende uit de Johannes-Passion van Bach.

Via een treurig klinkende sopraan, begeleid door de klaagzang van een cello, dralend tussen lied en stilte, drong deze herinnering zich op een maandagmorgen aan mij op, de dag na de tweede ronde van de Franse parlementsverkiezingen. Datgene wat volbracht is, is uiteraard het plan van president Emmanuel Macron om een meerderheid te verkrijgen in de Nationale Assemblee.

Maar of we het nu leuk vinden of niet, hier is meer aan de hand dan alleen dát. Wat ook werd volbracht was het ongekend hoge percentage niet-stemmers: 57% van de Franse kiezers trok de neus op voor het zeldzame en kostbare voorrecht om te mogen stemmen, een voorrecht dat een paar eeuwen geleden is bedacht door mensen die geloofden in overleg, redelijkheid en verlichting.

Onvermijdelijk zullen we commentaren horen over een electoraat dat uitgeput was na een dramatisch jaar waarin de politieke fundamenten van Frankrijk zijn veranderd en de traditionele referentiepunten van het land zijn verduisterd. Er zal ons worden gewezen op de innerlijke wijsheid van een natie die de uitkomst allang kende en zonder het te zeggen de schijn van een buitensporige overwinning wilde vermijden. Het weer zal de schuld krijgen, of de bruggen, de media, de bitterheid van afgewezen leiders, en de onbekende nieuwe gezichten van het leger kandidaten van de president.

Maar ik denk niet dat deze anekdotische antwoorden lang stand zullen houden. Ik kan de indruk niet vermijden in de oorverdovende stilte van de miljoenen die zich van een keuze onthielden de onwelluidende noot te ontwaren die je altijd hoort in triomferende fanfares. In eerste instantie weet je nooit zeker of het alleen maar een valse noot is, het geluid van dingen die vallen en kort blijven doorrollen voordat ze eindelijk stil komen te liggen, of een echte dissonant, een schokkender interruptie, de voorbode van een echte crisis.

We kunnen niet uitsluiten dat de meest saillante statistiek van deze verkiezingen (die 57% onthoudingen!) er niet alleen op duidt dat de lijken van het politieke apparaat van gisteren hun laatste adem hebben uitgeblazen (om wellicht te herrijzen als de populistische partijen van morgen). Het zou ook een proces van plichtsverzuim, desertie en uiteenvallen kunnen weerspiegelen, dat – buiten de stembusgang om – raakt aan het idee dat de Fransen over zichzelf hebben, een idee dat plotseling als een fantasmagorie de kop opsteekt.

Hobbes heeft ons gewaarschuwd. “Het volk” is altijd iets gekunstelds. Gezien de twijfelachtige  sociabiliteit van de mens, die wordt gedreven door zijn lusten en passies, is het proces waardoor het volk vorm krijgt zowel nietsontziend als fragiel.

En in de echte wereld is het het sociale contract, met zijn instituties en procedures, zijn manieren van overleg, afvaardiging en bemiddeling, en in het bijzonder zijn stemmen, dat achter de nobele uitvinding van een “volk” schuilgaat en verantwoordelijk is voor het feit dat degenen die er af en toe deel van uitmaken even afzien van het een kopje kleiner maken van elkaar. Ik kan het niet laten me af te vragen of het geluid dat we horen, in de nasleep van het enorme aantal stemonthoudingen, niet het stilvallen van deze prachtige, subtiele machine is.

Ik vraag me ook af of we niet het einde naderen van een ontbindingsproces dat de abstractie van “het volk” nu onomkeerbaar in een fictie dreigt te veranderen, een fictie die bijna onmogelijk is je voor te stellen (laat staan er een gezicht aan te geven) en nog moeilijker te geloven. Ik vraag me af of het genoegen een volk te zijn – zoals dat werd uitgevonden door de eerste Europeanen en Amerikanen, opnieuw werd uitgevonden door de Franse vierders van de nationale eenheid op 14 juli 1790, en bejubeld door de Franse historicus en dichter Michelet – niet een ding uit het verleden aan het worden is.

Dat lijkt ons de keuze te laten tussen twee standpunten. We kunnen ons aanpassen aan deze irrealiteit en aan Macrons zojuist geïnstalleerde vertegenwoordigers, die zó bovennatuurlijk glad en etherisch zijn als om te suggereren dat ze misschien zijn verkozen toen Leviathan sliep. Of we kunnen ons verlaten op Facebook en Twitter om een schijn van wil en soevereiniteit terug te brengen in wat vroeger het volk werd genoemd, via technische middelen die real-time antwoorden mogelijk maken tijdens instant-referenda.

Maar er is ook een andere optie: het, zonder erover na te denken, in het vooruitzicht van antwoorden zonder vragen en keuzes, ontdekken van een pad dat uiteindelijk alleen naar nóg meer onmenselijkheid zal leiden, als gevolg van de driften die ieder moment greep kunnen krijgen op een volk dat voelt dat het aan het wegkwijnen is. In dat geval kunnen we ons wapenen met intelligentie, redelijkheid en moed; met kracht terugkeren naar de politieke arena; en, geïnspireerd door de erfenis van de Verlichting, de theorema's van de vertegenwoordigende democratie – een politiek systeem dat zonder gelijke is (en nog lang zal blijven) –  in hedendaagse taal gieten.

We moeten bij elkaar rapen wat aan het uiteenvallen is, en wat afdrijft als ijsbergen. We moeten de wond sluiten waaruit het levensbloed van een gefragmenteerde samenleving vloeit. Kortom: wij, het volk, moeten ons hervinden op de overblijfselen van een smeulende wereld, die trilt onder onze voeten. Dat is de revolutie waar Macron en zijn parlementaire meerderheid in Frankrijk naar toe zullen moeten werken.

De opdracht is enorm, historisch en uiteindelijk meta-politiek. Geen enkel individu, noch een paar individuen, noch zelfs een overweldigende meerderheid kan dit volbrengen. Wat nodig zal zijn is de algemene wil – niet langer louter de individuele of collectieve, maar de werkelijk algemene wil – van de Franse republiek. Pas dan zal, net als in de Johannes-Passion van Bach, waarin de klaagzang “Het is volbracht” wordt gevolgd door de strijkers van de Wederopstanding, het mogelijk worden in de politiek van Frankrijk opnieuw de sporen van de Franse geschiedenis – en het pad naar Frankrijks toekomst – te ontwaren.

Vertaling: Menno Grootveld