8

Waarom Europa nog steeds contant geld nodig heft

FRANKFURT – Betalingssystemen in Europa staan roerige tijden te wachten. Als gevolg van de digitale revolutie, die steeds snellere en gemakkelijker manieren voor het afwikkelen van transacties biedt, lijkt contant geld in de ogen van sommigen geen toekomst meer te hebben. Maar het zou een vergissing zijn om de rol van bankbiljetten en munten in de economie af te schrijven.

Niet-contante betalingsmogelijkheden hebben de laatste jaren een grote vlucht genomen. Creditcards, overschrijvingen via internet en automatische incasso-betalingen (domiciliëringen) zijn heel normaal geworden. Nu winnen ook digitale betalingen via de smartphone en mobiele portemonnees terrein. De opkomst van mogelijk verstorende innovaties zoals "distributed ledger"-technologieën geven aan dat verdere en mogelijk fundamentele veranderingen in het verschiet liggen.

Onafhankelijk van deze nieuwe en nog in een vroeg stadium verkerende mogelijkheden, is er een aantal onderzoeken die ervoor pleiten contant geld af te schaffen. De voorstanders van een maatschappij zonder contant geld zijn in drie duidelijk verschillende groepen in te delen.

De eerste groep, de alchemisten, wil af van de beperkingen die de ondergrens van nul ("zero lower bound") oplegt aan het monetair beleid. De tweede groep, het "law and order"-kamp, wil af van het belangrijkste betaalmiddel bij illegale activiteiten. En de derde groep, het financieel-technologische of "fintech"-verbond, voorziet grote commerciële kansen dankzij het verdwijnen van de hoge kosten voor opslag, uitgifte en verwerking van contant geld waarmee de financiële sector momenteel te maken heeft.

Maar de argumenten vóór een maatschappij zonder contant geld houden bij nadere bestudering geen stand. Laten we beginnen met de alchemisten. Het is waar dat in een klimaat van zeer lage rentetarieven de uitvoering van monetair beleid lastig is.

Maar de ervaring leert dat de feitelijke ondergrens verschilt van de ondergrens van nul. Sterker nog, de negatieve rentetarieven hebben gewerkt, zonder te leiden tot een vlucht naar contant geld, met name in combinatie met rechtstreekse aankopen van activa, langetermijnkrediettransacties (met inbegrip van "vasterentetransacties met volledige toewijzing" en "gerichte" varianten) en "forward guidance", het geven van indicaties omtrent het rentebeleid. Negatieve rentetarieven als zodanig dienen te worden gezien als een specifiek buitengewoon monetairbeleidsinstrument dat verschilt van lage rentetarieven.

Het door het "law and order"-kamp naar voren gebrachte argument voor het afschaffen van contant geld houdt bij nadere bestudering eveneens geen stand. Door als waardeopslag en betaalmiddel te fungeren, vervult contant geld een belangrijke sociale functie voor vele wetsgetrouwe burgers. Wil ook maar iemand voorstellen het particuliere bezit van luxe auto's of juwelen te verbieden omdat die geliefd zijn bij criminelen? Het treffen van de fatsoenlijke meerderheid om een zich misdragende minderheid te straffen zou zijn als het kraken van een noot met een voorhamer... waarbij de tafel waarop die ligt meteen ook wordt gesloopt.

Het "fintech"-verbond, ten slotte, belooft dat het, met zijn innovatieve digitalebetalingsoplossingen, het verrichten van financiële transacties kan vergemakkelijken. De consument zou niet langer stapels contant geld bij zich hoeven hebben of niet langer naar geldautomaten hoeven zoeken. Maar het is nog maar de vraag of de nog steeds hoogst gefragmenteerde digitalebetalingssector meer zal betekenen voor de consument dan voor de bedrijven die de betalingsoplossingen aanbieden.

Er is nog een ander belangrijk probleem met de argumenten voor een maatschappij zonder contant geld: de meeste mensen, althans in het eurogebied, willen die helemaal niet. Volgens een nog niet gepubliceerde enquête van de Europese Centrale Bank die is gehouden onder 65.000 ingezetenen van het eurogebied, wordt bijna 80% van alle transacties bij verkooppunten met contant geld afgehandeld, en in termen van waarde wordt meer dan de helft van de betalingen gedaan in contant geld.

Zoals zo vaak het geval is in Europa, zijn de verschillen tussen de lidstaten groot: het aandeel van contantgeldtransacties varieert van 42% in Finland tot 92% in Malta. Maar over het geheel genomen blijft de voorkeur van mensen sterk uitgaan naar contant geld – en deze voorkeur wordt sterker.

De groei in de totale vraag naar contant geld is zelfs sterker dan die van het nominale bbp. Gedurende de laatste vijf jaar was het gemiddelde groeitempo op jaarbasis van de eurobankbiljetten naar waarde 4,9% en naar aantal 6,2%. Deze stijging betreft ook de coupures die voornamelijk worden gebruikt voor transacties in plaats van sparen.

Deze bevindingen bevestigen dat de neutrale koers van de ECB ten aanzien van het betalingsverkeer, die ruimte laat voor betalingen zowel mét als zonder contant geld, de juiste is. Deze benadering is gebaseerd op vier beginselen: (1) technologische veiligheid, (2) efficiëntie, (3) technologische neutraliteit en (4) keuzevrijheid voor de gebruikers van de verschillende betaalmiddelen.

Het hoofddoel van de ECB is te zorgen voor prijsstabiliteit. Ter ondersteuning van die doelstelling verstrekt zij veilige centralebankliquiditeit, in de vorm van zowel bij de centrale bank aangehouden reserves van commerciële banken als bankbiljetten (d.w.z. de enige biljetten met de status van wettig betaalmiddel in het eurogebied).

Als Europa contant geld zou afschaffen, dan zou daarmee voor mensen de enige directe toegang tot centralebankgeld verdwijnen. In een democratie helpt een dergelijke toegang de algemene aanvaarding van de onafhankelijkheid van de centrale bank te bevorderen, door het vertrouwen en de steun van de mensen in de uitvoering van effectieve monetairbeleidsvorming te versterken.

De ECB zal doorgaan bankbiljetten te verstrekken. Wij zullen tevens de verdere ontwikkeling van een geïntegreerde, innovatieve en concurrerende markt voor retailbetalingsdiensten in het eurogebied faciliteren. Mocht, ooit, contant geld worden vervangen door elektronische betaalmiddelen, dan zou dat besluit de wil van het volk dienen te weerspiegelen, niet de macht van lobbygroepen.