1

Afrika’s industrialiseringsdecennium

WENEN – In de hedendaagse, onderling afhankelijke wereldeconomie blijft Afrika een zwakke schakel. Als de wereld de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen wil verwezenlijken, en op die manier de 2030 Agenda for Sustainable Development van de VN wil voltooien, moet zij Afrika helpen zijn ontwikkeling te versnellen, door snelle en verantwoordelijke industrialisering te bevorderen.

Afrika is geenszins voorbestemd om achterop te blijven bij de rest van de wereldeconomie. Integendeel, het continent kan met gemak een mondiaal economisch powerhouse worden – en dat ook nog eens binnen het komende decennium. Maar om zijn economische potentieel te verwezenlijken moet Afrika industrialiseren.

Het belang hiervan is herhaaldelijk benadrukt op recente internationale fora, zoals de Sixth Tokyo International Conference on African Development (TICAD VI) van augustus vorig jaar, en de G20-top in Hangzhou, China, de maand daarna. Voor het eerst heeft de G20 de industrialisering van Afrika – en van alle Minst Ontwikkelde Landen – op zijn agenda gezet. Ook de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie steunt dit streven.

De recente resolutie van de Algemene Vergadering van de VN, waarin 2016-2025 werd uitgeroepen tot het Derde Industriële Ontwikkelingsdecennium voor Afrika is nóg een stap in deze richting. De organisatie die ik vertegenwoordig, de UN Industrial Development Organization (UNIDO), is belast met het operationaliseren van en leiding geven aan de tenuitvoerlegging van het begeleidende programma, inclusief het mobiliseren van de benodigde hulpmiddelen.

Al deze verklaringen en toezeggingen zijn een belangrijke eerste stap. Maar zij betekenen weinig, tenzij ze worden vertaald in concrete en effectieve actie om de Afrikaanse industrialisering op gang te helpen, banen te scheppen, en inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling te bevorderen. De vraag is hoe.

Het korte antwoord luidt: geld en actie. We moeten de internationale gemeenschap en ontwikkelingspartners uitdagen om hun woorden te schragen met echte financiële toezeggingen.  En we moeten partnerschappen opzetten om programma's te operationaliseren die Afrika in staat zullen stellen 's werelds volgende economische groeimotor te worden.

Dergelijke programma's moeten de acute uitdagingen waarmee het continent wordt geconfronteerd erkennen en aanpakken. De economische groei die we de afgelopen decennia hebben ervaren is niet structureel, duurzaam of volledig inclusief geweest. De groeicijfers verschillen aanzienlijk op het continent, en niet alle Afrikanen profiteren van de groei. Hoewel de middenklasse in Afrika de afgelopen jaren aanzienlijk is uitgebreid, waardoor een consumptiebloei op gang is gekomen en de binnenlandse investeringen een impuls hebben gekregen, hebben veel mensen nog steeds moeite het hoofd boven water te houden. De werkloosheid is hoog, vooral onder jongeren en vrouwen – een werkelijkheid die veel Afrikanen ertoe aanzet naar het noorden te trekken.

Om ze thuis te houden moeten de Afrikaanse economieën verder gaan dan de productie van grondstoffen, en dynamische en competitieve maakindustrieën opzetten, met een hogere toegevoegde waarde. Hier moet Afrika gebruik maken van de mogelijkheden die worden geboden door de deelname aan mondiale en regionale waardeketens. Nieuwe en innovatieve strategieën voor industriële ontwikkeling, evenals zorgvuldig afgemeten maatregelen om directe buitenlandse investeringen aan te trekken, moeten worden geïntroduceerd.

Uiteraard hebben de Afrikanen, om zulke strategieën te ontwikkelen en effectief aan industriële waardeketens deel te nemen, kennis nodig. Investeringen in onderwijs en de training van vaardigheden zijn noodzakelijk om een succesvolle en duurzame industrialisering te faciliteren. Door kennis te nemen van bewezen innovaties van over de hele wereld en er gebruik van te maken, kan Afrika de meer ontwikkelde landen in technologisch opzicht inhalen, en het vermogen opbouwen om geavanceerdere goederen met een hogere waarde te produceren.

Kennis van de ervaringen van andere landen zal Afrika ook helpen de valkuilen van ongebreidelde industrialisering te vermijden – met name de milieuschade. Afrika moet ervoor zorgen dat zijn industriële ontwikkelingsstrategie effectieve milieugaranties omvat.

Afrika staat er goed voor om te industrialiseren. Afgezien van zijn enorme rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen heeft het continent een gunstig demografisch profiel (zijn snelgroeiende bevolking betekent dat het spoedig 's werelds grootste beroepsbevolking zal hebben) en een hoge urbanisatiegraad. Het profiteert ook van een hoogopgeleide diaspora.

Maar industrialisering gaat nooit vanzelf. Regeringen moeten opstaan om marktfalen aan te pakken, maar ook industriebeleid plannen, ten uitvoer leggen en afdwingen dat korte metten maakt met de tekortkomingen van eerdere ineffectieve versies. Ze moeten dit nieuwe beleid vervolgens institutionaliseren in nationale en regionale ontwikkelingsstrategieën.

Om te slagen zullen regeringen adequate capaciteit, competentie en legitimiteit nodig hebben om te mobiliseren en met alle stakeholders samen te werken, zodat er een aantrekkelijk investeringsklimaat ontstaat. De noodzakelijke hervormingen zullen de weg openen voor publiek-private partnerschappen, die kunnen voorzien in investeringen voor ontwikkeling en onderhoud van infrastructuur. Ze zullen ook de samenwerking met internationale organisaties en ontwikkelingsbanken faciliteren, die extra fondsen kunnen verstrekken, terwijl ze landen helpen hun productiecapaciteit op te voeren.

In een recent rapport, dat is opgesteld voor de G20-top van Hangzhou, staat een aantal aanbevelingen voor Afrika. Er wordt in voorgesteld de landbouw en de ontwikkeling van de agro-industrie te steunen en die met andere sectoren te verbinden, naast maatregelen om de weerstand tegen prijsschokken te vergroten. Bovendien benadrukt het rapport de noodzaak van het verdiepen, verbreden en actualiseren van de plaatselijke kennis, van het investeren in energie- en grondstoffenzuinigheid, en van het bevorderen van groene technologieën en sectoren. Andere aanbevelingen hebben betrekking op de handel en de regionale integratie, het op gang brengen van binnen- en buitenlandse financiering, en het bevorderen van wat de “Nieuwe Industriële Revolutie” wordt genoemd.

Mijn talloze ontmoetingen met Afrikaanse leiders en bezoeken aan tientallen landen op het hele continent hebben mij ervan overtuigd dat Afrika de industrialisering heeft omarmd. Het proces is in feite al in veel landen onderweg, waaronder in Ethiopië, Ghana, Rwanda en Senegal. Door onze betrokkenheid en steun te bieden kunnen we deze landen in staat stellen inclusieve en duurzame ontwikkeling te verwezenlijken voor iedereen.

Vertaling: Menno Grootveld