nshemereirwe1_YANICK FOLLYAFP via Getty Images_africaschooleducationcomputer Yanick Folly/AFP via Getty Images

Ook de kwaliteit van het Afrikaanse onderwijs moet worden aangepakt

KAMPALA – De internationale bezorgdheid over de toestand van het onderwijs in Afrika heeft vooral betrekking op het grote aantal kinderen dat niet naar school gaat – momenteel ongeveer een derde van het mondiale totaal. Maar hoewel de uitbreiding van de toegang tot onderwijs op het continent duidelijk een prioriteit moet blijven, moeten beleidsmakers ook veel meer aandacht besteden aan wát en hóe kinderen leren.

Vandaag de dag ondervinden zelfs de vele Afrikaanse kinderen die wél naar school gaan problemen. In het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika verlaat tot 40 procent van hen de basisschool zonder basisvaardigheden. De kans is groot dat veel van de oudere kinderen binnen het systeem überhaupt geen onderwijs meer zullen volgen. En meisjes en de allerarmste kinderen doen het het slechtst in internationale vergelijkingen van onderwijsprestaties. De Africa Learning Barometer meldt bijvoorbeeld dat ʻin Malawi 52 procent van de meisjes aan het eind van de basisschool geen basisvaardigheden heeft geleerd, tegen 44 procent van de jongens,ʼ en dat ʻin Botswana 7 procent van de rijken geen onderwijs krijgt, tegen 30 procent van de armen.ʼ

Bovendien heeft Afrika bezuiden de Sahara de snelst groeiende schoolgaande bevolking ter wereld. Als het huidige tempo wordt aangehouden, zal in 2030 nog steeds ongeveer 20 procent van de kinderen in de regio niet naar school gaan, zal de kwaliteit van het onderwijs verder dalen en zal het percentage gekwalificeerde leraren waarschijnlijk omlaag blijven gaan, zoals de afgelopen twee decennia ook al het geval was. Daar komt nog bij dat de ontwrichtingen als gevolg van COVID-19 de vrees hebben aangewakkerd dat veel kinderen die van school moesten blijven, wellicht nooit meer zullen terugkeren.

UNESCO en het Global Education Monitoring Report hebben verschillende beleidsopties geschetst om deze problemen aan te pakken, waaronder het vergroten van het aanbod van klaslokalen, het afschaffen van schoolgeld en het versoepelen van obstakels voor doorstroming, zoals nationale examens. Om meer leerlingen in het secundair onderwijs te krijgen, zouden regeringen kunnen overwegen het aantal leerplichtige jaren te verhogen en de internationale verdragen tegen kinderarbeid strikter te handhaven. Bovenal zouden de voorgestelde opties – meer scholen en beter opgeleide leraren, en een groter bereik – op zʼn minst een verzesvoudiging van het huidige financieringsniveau vergen.

Maar deze decennialange focus op het uitbreiden van de toegang tot onderwijs en het ʻinhalenʼ van de achterstand op de rest van de wereld laat veel andere belangrijke vragen onbelicht, met name de vraag of de huidige Afrikaanse schoolsystemen mensen adequaat voorbereiden op de snelle veranderingen in de wereld. In hoeverre moeten we ons bezighouden met andere, meer fundamentele kwesties, zoals de geschiktheid van de inhoud van het curriculum, de wijze waarop dat wordt gegeven, en zelfs het idee zelf van het traditionele klaslokaal of de school als de enige locatie om te leren?

Onderwijshervormingen in Afrika die verder gaan dan het verbeteren van de toegang hebben gemengde resultaten opgeleverd. De onderwijsprogrammaʼs lijken nog steeds grotendeels op die van de vroegere koloniale machten, die bedoeld waren voor het opleiden van administratief en technisch personeel voor de koloniale besturen, en als zodanig gericht waren op het overbrengen van Europese economische, sociale en culturele normen. Maar het doel van het onderwijs is vandaag verruimd tot de ontwikkeling van de hele persoon binnen zijn of haar context, en het uitrusten van hem of haar met de vaardigheden om te slagen.

Subscribe to Project Syndicate
Bundle2021_web4

Subscribe to Project Syndicate

Enjoy unlimited access to the ideas and opinions of the world's leading thinkers, including weekly long reads, book reviews, topical collections, and interviews; The Year Ahead annual print magazine; the complete PS archive; and more. All for less than $9 a month.

Subscribe Now

In de 1990 World Declaration on Education for All werd erkend dat basisonderwijs er in de eerste plaats op gericht moet zijn een kind in zijn omgeving te plaatsen en het in staat te stellen zijn of haar vaardigheden volledig te ontwikkelen, zodat het op de juiste wijze kan reageren op de mogelijkheden, beperkingen en ongerijmdheden van die omgeving. Daarom moeten beleidsmakers niet alleen de toegang tot onderwijs uitbreiden, maar ook de leerplannen en onderwijsmethoden contextualiseren, vereenvoudigen en democratiseren.

Plaatselijk relevant onderwijs in een taal die het kind begrijpt biedt de beste hoop om de verwerving van basisvaardigheden te verbeteren, wat van cruciaal belang is voor het verwerven van vaardigheden op een hoger niveau die nodig zijn om een wetenschappelijk geletterde maatschappij op te bouwen. In heel Afrika worden pogingen ondernomen om onderwijsprogrammaʼs te ontwerpen die beter aansluiten bij de plaatselijke omstandigheden, maar vele daarvan mislukken in de implementatiefase, als gevolg van de ontoereikende ontwikkeling van begeleidende pedagogische middelen en steun voor leraren tijdens de transitie.

Nauw verbonden met contextualisering is de behoefte aan vereenvoudiging. De huidige Afrikaanse onderwijsprogrammaʼs zijn overladen met inhoud – een erfenis uit het koloniale tijdperk, toen de meeste dingen die mensen moesten leren om een baan te krijgen, op school geleerd moesten worden. Maar niet alle onderwijs vindt alleen op school plaats, waar de nadruk zou moeten liggen op het onderwijs dat scholen het beste kunnen aanbieden, zoals het verwerven van elementaire reken- en leesvaardigheden. Vietnam bijvoorbeeld heeft zich met succes geconcentreerd op het onderwijzen van slechts een paar dingen, en zijn onderwijssysteem steekt nu gunstig af bij de beste van de wereld.

Wat de democratisering aangaat heeft COVID-19 diepe ongelijkheden in de onderwijsstelselsblootgelegd, maar ook een gelegenheid geschapen om na te denken over aanvullende manieren om de toegang tot onderwijs uit te breiden. Innovaties op het gebied van digitale platforms en de aanpassing van leerkrachten aan het ʻnieuwe normaalʼ wijzen op de potentiële voordelen van het uitbreiden van het onderwijs tot andere gebieden dan het schoolonderwijs, terwijl ook kloven in het leeraanbod worden gedicht. Naast het verbreden van de toegang tot basisonderwijs betekent democratisering ook dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen om voortgezet en gespecialiseerd onderwijs te kunnen volgen. Daartoe moeten duidelijke onderwijstrajecten worden uitgestippeld en moet elk kind binnen een redelijke afstand over de nodige faciliteiten kunnen beschikken.

Momenteel maken kinderen bijna de helft van de Afrikaanse bevolking uit, en tegen 2055 zullen dat er één miljard zijn. Indien deze enorme menselijke hulpbron naar behoren wordt opgeleid, zou dit kunnen helpen om honderden miljoenen Afrikanen uit de armoede te halen– een dividend dat zowel het continent als de wereld ten goede zou komen.

Het onderwijsbeeld in Afrika is niet onverdeeld somber; sommige experimenten met benaderingen zoals onderwijs in de moedertaal en gedifferentieerde stimulansen voor leraren beginnen resultaten op te leveren waarop kan worden voortgebouwd. Maar naast verbeteringen aan bestaande systemen moeten beleidsmakers erkennen en veranderen wat niet langer werkt, zelfs als zij zich richten op het uitbreiden van de toegang.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/zORn0jYnl