35

Trump en de wedergeboorte van de persvrijheid

NEW YORK – De regering van president van de VS Donald Trump heeft de reguliere pers geshockeerd door nieuwsmedia te intimideren en door schaamteloos ‘alternatieve feiten’ (ook wel bekend als leugens) te presenteren. Maar Trump’s uitdaging van de media status quo is wellicht niet alleen maar een slechte zaak. Journalisten hebben nu een kans om de slechte gewoonten geassocieerd met het aanschurken tegen de macht bij de wortel uit te roeien.

De chef-strateeg van Trump, Stephen Bannon, veroorzaakte rumoer toen hij onlangs tegen de New York Times zei dat de nieuwsmedia ‘de oppositiepartij’ representeren. Bannon wilde zijn gesprekspartners misschien desoriënteren, maar hij herinnerde ze onbedoeld ook aan de confronterende rol die ze behoren te spelen. In een gezonde democratie helpt de pers burgers de regering aansprakelijk te houden, door officieel beleid en gedrag actief te bevragen.

Helaas is het decennia geleden dat Amerika over dat soort nieuwsmedia beschikte. In plaats daarvan heeft de pers meerdere presidentiele regeringen toegestaan om ze hapklare brokken informatie te voederen. Nieuwsorganisaties in de Verenigde Staten hebben toegang tot de corridors of power prioriteit gegeven boven al het andere, zelfs wanneer de voorwaarde voor deze toegang het vermijden van ongemakkelijke vragen of het accepteren van ontwijkende antwoorden was.

Wanneer ‘toegangsjournalistiek’ er toe leidt dat hoge redactionele besluitvormers zich met politieke elites identificeren, wordt het uitleggen van de gedachten van de regering aan het publiek hun primaire doel. Combineer dat met bezuinigingen op nieuwsbudgetten, en de politieke verslaggeving wordt een schijnbaar eindeloze cyclus van sound bites van politici en hun surrogaten – ongeveer zoals een sportzender een voetbalseizoen verslaat.

Zelfs de mediakanalen die nauwkeuriger met feiten omgaan hebben hun verslaggeving de afgelopen decennia beperkt tot smal spectrum aan onderwerpen die de zelfdienende narratieven van het politieke establishment neigen te bevestigen. Omdat ze zichzelf alleen maar aan elitistische perspectieven hadden blootgesteld waren de reguliere media aanvankelijk blind voor het feit dat veel Amerikanen die in 2008 en 2012 voor Barack Obama stemden in 2016 ofwel thuis bleven of voor Trump stemden.

Maar geen enkel onheil legt beter de vinger op de zere plek van de gevaren van een pers die zich te zeer aan de macht verplicht heeft dan de invasie van Irak, een blunder van catastrofale omvang waarvan de gruwelijke gevolgen het Midden-Oosten en Europa tot vandaag de dag raken. In de aanloop naar de invasie maakte de regering van George W. Bush journalisten bij reguliere liberale en conservatieve mediakanalen vlijtig het hof, en deze hielpen vervolgens publieke steun te verwerven door beweringen over massavernietigingswapens, die later vals bleken, te verspreiden.

In de VS is de enige reguliere mediaorganisatie die consistent sceptische artikelen over de argumenten voor oorlog publiceerde de Knight Ridder group (die inmiddels is overgenomen door McClatchy). Zoals verslaggevers Warren Strobel en Jonathan Landy later verklaarden, kreeg hun middelgrote nieuwsdienst geen toegang tot het hoogste niveau, zodat ze moesten vertrouwen op bronnen binnen de inlichtingendiensten, die onomwonden op de gaten in de beweringen van de regering-Bush wezen. Waarheidsvinding door de journalistiek bloeit als er geen behoefte bestaat om toegang te behouden.

De regering-Trump gooit de deur al dicht voor sommige grote media, waarvan CNN het meest prominente voorbeeld is. De mediamensen van Trump hopen wellicht dat ze gehoorzaamheid kunnen eisen als voorwaarde voor hernieuwde toegang. Maar dit zou geweigerde mediakanalen juist vrijheid moeten brengen. Zonder directe toegang tot hoge functionarissen kunnen ze zich nu volledig richten op het aansprakelijk houden van de regering.

Om deze lastige maar moreel juiste weg te bewandelen zullen mediakanalen hun oude redactionele modellen moeten hervormen. Hoofdredacteur van Reuters Steve Adler riep zijn collega’s onlangs op om de regering-Trump niet anders te verslaan dan een autoritaire regering uit het buitenland. ‘Hou op met het gebruik van hand-outs en maak je minder zorgen over officiële toegang,’ zo schreef Adler in een brief aan de staf van Reuters. ‘ze waren al nooit echt waardevol. Onze berichtgeving over Iran is uitmuntend geweest, zonder vrijwel enige officiële toegang. Wat wij hebben zijn onze bronnen.’

Trump wil de nationale conversatie controleren; en hij hoeft zich geen zorgen te maken dat zijn leugenachtigheid zijn supporters zal vervreemden, omdat deze al geloven dat de ‘liberale’ media hun en de door hun verkozen president verachten. Maar alhoewel we de New York Times mogen prijzen voor het omschrijven van de aantoonbaar valse verklaringen van de regering als leugens, moeten we er ook de aandacht op vestigen dat er op belangrijke punten nog geen les is getrokken uit het onpeilbaar lage niveau van de Times in de aanloop naar de Irak-oorlog.

De regering-Bush op zijn woord te geloven over massavernietigingswapens, waarvoor de Times later zijn excuses aanbood, was nog maar één onderdeel van het falen van de media in dit debacle. Nieuwskanalen lieten de regering niet alleen toe om twijfelachtige feiten rond te bazuinen om de invasie te rechtvaardigen, ze stonden functionarissen ook toe om een ongehoorde significantie aan die feiten te verbinden, zonder hierover vragen te stellen.

Er kan hierbij aangehaald worden dat Duitsland en Frankrijk wel instemden met de feitelijke beweringen van de regering-Bush over Iraakse wapens, maar de invasie krachtig opponeerden, omdat ze geloofden dat de consequenties een grotere dreiging zouden vormen dan Saddam Hoessein ooit zou zijn. Ze hebben sindsdien gelijk gekregen. Zelfs al hadden Amerikaanse troepen voorraden chemische en biologische wapens in Irak gevonden dan zou de geschiedenis de oorlog nog niet minder hard veroordelen.

De opmerking van Bannon over de ‘oppositie’ zou als geheugensteun voor deze recente historie moeten dienen. Om de Amerikaanse democratie te verdedigen tegen de dreiging van autoritair populisme moeten mediakanalen doorgaan met Trump’s ‘alternatieve feiten’ krachtig uit te dagen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, gebaseerd op observaties, onderzoek, en kritische analyses van beweringen gedaan door zowel Republikeinen en Democraten aan de macht.

Het echte verhaal speelt, zoals 2016 ons heeft laten zien, vaak op plekken waar de media geen aandacht aan besteden. Adler instrueerde zijn staf om ‘het land in te gaan en meer te leren over hoe mensen leven, wat ze denken, wat ze helpt en wat ze schaadt, en hoe de overheid en haar acties op hun overkomen, niet op onszelf.’ Journalisten moeten niet bang zijn om aan de verkeerde kant van de macht te opereren. In tegendeel, dat is precies waar ze thuishoren.

Vertaling Melle Trap