70

De hedendaagse stagnatie in perspectief

NEW HAVEN – Al sinds de ‘Grote Recessie’ van 2007-2009 houden de grote centrale banken van de wereld hun korte termijn rentetarieven om en nabij de 0%. In de Verenigde Staten blijven de korte termijn tarieven zelfs na de recente verhogingen van de Federal Reserve beneden de 1%, en zijn de lange termijn rentetarieven op de belangrijkste staatsobligaties net zo laag. Bovendien hebben de grote centrale banken de beurzen tot recordhoogtes opgestuwd door grote hoeveelheden schulden op te kopen en vast te houden.

Maar waarom is al deze economische reanimatie nodig, en waarom zo lang?

Het zou een oversimplificatie zijn om te zeggen dat de Grote Recessie debet aan dit alles is. De lange termijn reële (aan inflatie aangepaste) rentetarieven bereikten tijdens de periode 2007-2009 geen zeer lage niveaus. Als we kijken naar een statistiek van het rendement van tienjarige Amerikaanse staatsobligaties over de afgelopen 35 jaar zien we een redelijk stabiele neergaande trend, waarbij de Grote Recessie niets ongewoons oplevert. Het rendement was in 2009 aan het eind van de recessie 3,5%; nu is dat nog maar iets meer dan 2%.

Dit geldt grotendeels ook voor de reële rentetarieven. Gedurende de Grote Recessie bereikte het rendement op tienjarige tegen inflatie beschermde staatsobligaties (Treasury Inflation-Protected Securities, ofwel TIPS) op een gegeven moment bijna 3%, en bedroeg aan het eind van de recessie bijna 2%. Sindsdien is het tienjarige rendement op TIPS overwegend achteruit gegaan en laag gebleven, op 0,5% in mei 2017.

Het feit dat mensen bereid zijn om hun geld tegen zulke lage tarieven voor tien jaar vast te zetten suggereert dat er al een langdurige pessimistische trend bestond, weerspiegeld in de recente populariteit van de term ‘voortdurende stagnatie’ om een eeuwig zwakke economie te omschrijven. Nadat voormalig minister van Financiën Lawrence Summers deze term in 2013 gebruikte in een toespraak bij het Internationaal Monetair Fonds werd deze opgepikt door New York Times columnist Paul Krugman, en de term ging daarna viraal.

Alhoewel voortdurende stagnatie pas vijf jaar na de crisis van 2008 een hype werd is de term zelf veel ouder. Hij dook voor het eerst op in de aanvaardingsspeech van Harvard-econoom Alvin Hansen als president van de Amerikaanse Economische Associatie in december 1938 en in zijn boek dat in datzelfde jaar gepubliceerd werd.

Hansen beschreef de ‘essentie van voortdurende stagnatie’ als ‘een ongezond herstel dat sneeft in de kindertijd, en depressies die zichzelf voeden en een harde en schijnbaar onbeweeglijke kern van werkloosheid in stand houden.’ Toen Hansen zijn speech uitsprak verwachtte hij dat de economische stagnatie van de Amerikaanse economie oneindig aan zou houden. De recessie die was gestart met de beurskrach van 1929 naderde zijn tiende jaar en de Tweede Wereldoorlog was nog niet gearriveerd. De stagnatie eindigde pas nadat de oorlog in 1939 begon.

De theorie van Hansen uit de tijd van de crisisjaren was gebaseerd op observaties van het geboortecijfer van de VS dat in jaren dertig ongewoon laag was, na in de late jaren twintig al drastisch te zijn afgenomen. Minder geboorten verlengden de stagnatie, zo vermoedde Hansen, omdat mensen minder aan kinderen hoefden uit te geven en minder behoefte voelden om in de toekomst te investeren. Volgens statistieken van de Wereldbank is het gemiddelde mondiale geboortecijfer sinds de crisis van 2008 ook daadwerkelijk gedaald. Maar deze lage vruchtbaarheid had niets met die crisis in het bijzonder te maken, omdat de geboortecijfers al bijna honderd jaar gestaag naar beneden gaan.

Een andere uitleg is dat de crisis van 2008 tussen onze oren is gaan zitten, in de vorm van een verhoogde angst dat zeldzame maar gevolgrijke ‘zwarte zwaan’-gebeurtenissen aanstaande kunnen zijn, ondanks middelmatig tot sterke maatregelen om het consumentenvertrouwen op te krikken en een relatief lage volatiliteit op de financiële markten (enkele uitzonderingen daargelaten). Een recent paper door Julian Kozlowski, Laura Veldkamp, en Venky Venkateswaran van New York University betoogt dat het rationeel is om zulke angsten te hebben, omdat wanneer een voorheen ondenkbare gebeurtenis echt plaatsvindt men er goed aan doet dit niet te vergeten.

Mijn eigen theorie over de huidige stagnatie concentreert zich op een groeiende huiver over de snelle vooruitgang in de technologie die uiteindelijk veel of de meeste van onze banen overbodig kan maken, wat mogelijk een enorme economische ongelijkheid zal veroorzaken. Mensen kunnen steeds terughoudender worden om nu geld uit te geven omdat ze vage angsten hebben over hun lange termijn werkgelegenheid – angsten die wellicht niet voorop de tong liggen wanneer ze enquêtes over consumentenvertrouwen invullen. Wanneer dit het geval blijkt hebben ze steeds meer stimuli nodig in de vorm van rentetarieven dicht bij de nul om geld te blijven uitgeven.

Na een crisis kan een constante bries van goed nieuws een soort oppervlakkig optimisme tot gevolg hebben, zonder de angst voor nog een crisis in de toekomst echt weg te nemen. Politici en de media voeden dit optimisme vervolgens met rooskleurige verhalen die het grote publiek niet kan doorgronden of verifiëren.

Sinds ongeveer 2012 bereiken de aandelen- en huizenmarkten nieuwe records. Maar hetzelfde gebeurde ook regelmatig tijdens de crisis van de jaren dertig: de nieuwsmedia berichtten constant over recordniveaus van de ene of andere economische indicator. Een Proquest ‘News and Newspapers’ zoekopdracht voor de periode 1930-1939 vindt 10.315 artikelen met de woorden ‘recordniveau.’ De meeste van deze verhalen gaan over economische variabelen. In 1933, op het dieptepunt van de recessie, werden recordhoogtes vermeldt voor olieproductie, de prijzen van graan, goud, en wisselkoersen van grondstoffen, sigarettenconsumptie, geldstortingen, verkoopcijfers of winsten van individuele bedrijven, etc.

Dit soort rooskleurige berichtgeving kan mensen de hoop geven dat de zaken over het algeheel beter gaan, zonder de angst weg te nemen dat ze nog steeds een economisch catastrofale gebeurtenis te wachten kan staan. Door het afschaffen van exceptioneel sterke stimuli zal dit gevoel van imminent gevaar hun uitgaven beperken. De narratieve psychologie leert ons dat hier geen tegenspraak bestaat: mensen kunnen gelijktijdig parallelle en conflicterende narratieven hanteren. Wanneer mensen zich rampscenario’s voorstellen, moeten beleidsmakers hier in overeenstemming mee reageren.

Vertaling: Melle Trap