2

De oorlog van het Kremlin tegen het liberalisme

MOSKOU – Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten werd de zogenoemde “Oorlog tegen de Terreur” ontketend. Maar de door de VS geleide militaire invallen in Afghanistan en Irak waren niet het hele verhaal; veel landen hebben ook het toezicht op hun binnenlandse media en hun gewone burgers opgevoerd. De vrijheid van meningsuiting en de persoonlijke privacy, zo beweerden overheden, moesten worden gekortwiekt in het belang van de veiligheid.

De schade is bijzonder geprononceerd geweest in Rusland, waar anti-terreurmaatregelen dikwijls zijn gebruikt als middel om de stemmen het zwijgen op te leggen van degenen die er onafhankelijke of alternatieve meningen op na houden, met name meningen die kritisch staan tegenover de regering van president Vladimir Poetin. Door de veiligheid als excuus te gebruiken om de mediawetgeving van Rusland, die journalisten expliciet tegen censuur beschermt, aan de wilgen te hangen, heeft de regering de journalistiek aanzienlijk ondermijnd.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Die wetgeving was gebaseerd op het Europees en het internationaal recht, en symboliseerde de overwinning van de democratie in Rusland. Maar de integriteit van de wetgeving is geleidelijk aan geërodeerd door amendementen die de vrijheid van meningsuiting beperken, evenals de mogelijkheden voor journalisten om ongehinderd hun werk te doen, en door de ongelijkwaardige toepassing van bestaande regels.

Neem de “wet op het tegengaan van extremistische activiteiten,” die het recht op de vrijheid van meningsuiting en vergadering beperkt. Van kracht geworden in 2012, temidden van nationale protesten tegen de gemanipuleerde verkiezingen, is hij het vaakst gebruikt tegen journalisten en bloggers.

Galina Arapova, de directeur van het Mass Media Defense Center (dat ook onder vuur heeft gelegen), heeft opgemerkt dat de wet kan worden toegepast zodra er kritiek wordt uitgeoefend op hele groepen of systemen. Dit onderstreept het centrale probleem met wetten tegen het extremisme: “extremisme” is een veel te brede term om te waarborgen dat zulke wetten louter worden gebruikt ter bescherming tegen terroristische aanvallen.

Er is sprake van een soortgelijke dubbelzinnigheid rond andere, gerelateerde termen, zoals “smaad” en “hate speech.” Smaad – gedefinieerd aan de hand van bredere omschrijvingen als “laster” en “reputatieschade” – werd eveneens in 2012 als een misdaad bestempeld, met wetgeving die specificeert dat “laster tegen rechters, juryleden, aanklagers en rechtsdienaren” een daad is die zware bestraffing verdient.

Dergelijke wetten maken onderzoek naar officiële corruptie veel lastiger voor onafhankelijke journalisten, die dikwijls voor de rechter worden gedaagd door hoge managers en overheidsfunctionarissen, omdat ze berichten over hun luxueuze leefstijl.

Maar de afgelopen jaren is de populariteit van smaadprocessen afgenomen, ten gunste van aantijgingen van extremisme en oproepen tot haat. Inmiddels staat het instellen van een onderzoek naar corruptie bij de plaatselijke politie gelijk aan het oproepen tot haat tegen deze “sociale groepering”, en “deskundige” linguïsten hebben ook al vastgesteld dat journalisten “aanzetten tot haat” tegen medewerkers van regionale besturen, rechters en andere autoriteiten.

Soms kunnen dergelijke wetten op werkelijk bizarre manieren worden toegepast, louter om het functioneren van de nieuwsmedia tegen te werken. Een krant kan bijvoorbeeld worden beticht van haatzaaien en voor de rechter worden gedaagd wegens het publiceren van foto's van de Nazi-vlag naast een artikel over de Tweede Wereldoorlog.

En de wetten blijven maar komen. De afgelopen decennia zijn ruim twintig nieuwe wetten en maatregelen geïntroduceerd die betrekking hebben op de media, waarvan de meeste een restrictief karakter hebben. Deze maatregelen beperken niet alleen de onderwerpen die journalisten veilig kunnen verslaan, ze zorgen er ook voor dat de financiering voor onafhankelijke media aan banden wordt gelegd, door restricties op buitenlandse investeringen en reclame. Zulke wetten hebben vele media-organisaties gedwongen helemaal online te gaan of de tent te sluiten.

De traditionele media zijn niet de enige die hieronder lijden. Om online-publicaties, inclusief blogs, te kunnen raken heeft Rusland nieuwe regels ingevoerd voor internetgebruik. Iedere website met meer dan drieduizend bezoekers per dag – niet een bijzonder hoog aantal – wordt nu als een “media-outlet” gezien, en daarom onderworpen aan beperkende wetten. Bovendien mogen bloggers niet langer anoniem zijn, en kunnen online-media zonder waarschuwing in de ban worden gedaan.

De zogenoemde “Yarovaya-wet,” door Poetin afgelopen zomer ondertekend, brengt deze repressie nog een aantal stappen verder. Telefoon- en internetproviders worden er onder meer door verplicht opnamen van alle vormen van communicatie zes maanden te bewaren, en alle metadata drie jaar; ze moeten ook de inlichtingendiensten helpen versleutelde boodschappen te decoderen. En de wet legt zwaardere straffen op voor “extremisme” (lees: kritiek) en “massale ordeverstoringen” (lees: betogingen).

De enige wet die zelden wordt toegepast is artikel 144 van het wetboek van strafrecht, dat bedoeld is om journalisten te beschermen tegen pesterijen en andere acties die hun “wettige beroepsmatige activiteiten” belemmeren. Als gevolg hiervan worden volgens de Glasnost Defense Foundation de rechten van journalisten in Rusland iedere maand tientallen keren geschonden.

Journalisten worden geconfronteerd met bedreigingen, aanvallen, schade aan apparatuur, onbillijke boetes, ontslag, beroepsverboden en andere vormen van censuur, vaak al snel nadat ze een of andere vorm van kritiek hebben geuit op regionale autoriteiten, rechtshandhavers of rijke zakenmensen. Wetend dat geen enkele poging om juridische stappen te ondernemen tegen de autoriteiten of anderen die hen bedreigen ook maar enig resultaat zal opleveren, censureren veel journalisten zichzelf.

Fake news or real views Learn More

De aanval van de Russische regering op de onafhankelijke media heeft nagenoeg geleid tot een verbod op het soort diepgaande analyses en onderzoeksjournalistiek dat essentieel is voor een goed functionerende democratie. Toch wordt ieder protest gesmoord; in feite stellen weinigen de repressie überhaupt ter discussie. En dat is uiteindelijk precies het punt: het gebrek aan publieke betrokkenheid – om maar te zwijgen van de ontoereikende professionele solidariteit en samenwerking – betekent dat de Russische autoriteiten makkelijk achterover kunnen leunen.

Vertaling: Menno Grootveld