French President Emmanuel Macron Alessandra Benedetti - Corbis/Getty Images

De weg naar een Europese overdrachtsunie

MÜNCHEN – Tien jaar nadat de Grote Recessie tot economische diepten leidde die sinds de Grote Depressie niet meer waren gezien, moeten we een stap terugzetten vanuit de dagelijkse politiek om een glimp op te kunnen vangen van het grotere beeld. Europeanen moeten zich afvragen waar zij vandaan zijn gekomen en wat de volgende halte op hun reis zal zijn.

Exclusive insights. Every week. For less than $1.

Learn More

Twintig jaar geleden, in 1998, werden de wisselkoersen in veel landen van de Europese Unie onherroepelijk aan elkaar verbonden, ter voorbereiding op de introductie van de euro. Plotseling hoefden bijna bankroete Zuid-Europese landen niet langer grote rentepremies van 5 tot 20 procent te betalen in vergelijking met Duitsland. Zwemmend in de goedkope leningen ervoer Zuid-Europa een met kredieten gefinancierde economische bloei die de lonen en prijzen de lucht in dreef. Uiteindelijk werd die bloei een zeepbel.

Vervolgens is de zeepbel die zich tegelijkertijd had ontwikkeld op de Amerikaanse subprime-markt gebarsten, wat leidde tot de mondiale financiële crisis en daarna tot het knappen van de zeepbel in Zuid-Europa. In hun uur van nood gingen de door de crisis getroffen Zuid-Europese landen grote schulden aan binnen het Europese betalingssysteem, ter vervanging van de particuliere leningen die niet langer voor hen beschikbaar waren.

Bovendien hebben de Noord-Europese landen, in een poging deze schulden in de hand te houden, hun zuidelijke buurlanden enorme begrotingssteun gegeven. Maar dat geld bleek ontoereikend, wat de Europese Centrale Bank ertoe heeft aangezet tussenbeide te komen, met ongelimiteerde garanties voor de crediteuren van Zuid-Europa, dit alles op kosten van de belastingbetalers in de eurozone.

Uiteraard moedigden de garanties van de ECB de crediteuren aan om de door de crisis getroffen landen nóg meer kredieten te verstrekken, waardoor de beleggingen van eerdere crediteuren konden worden gered. De beschermde crediteuren waren afkomstig uit de hele wereld, ook uit Noord-Europa. Franse banken waren veruit het meest blootgesteld aan de in nood verkerende Zuid-Europese landen, en hebben dus het meest van deze reddingsoperatie geprofiteerd.

Maar de crediteuren moesten ook bloeden. Ze ontvingen nauwelijks rente op hun bezittingen, en hun renteverliezen op leningen aan Zuid-Europa liepen uiteindelijk op tot meerdere honderden miljarden euro's.

De reddingsinitiatieven van de ECB culmineerden in de introductie van kwantitatieve versoepeling (QE), waarbij de centrale banken van het Eurosysteem tussen 2015 en 2017 voor  €2,3 biljoen aan vers gedrukte effecten kochten, waaronder staatsobligaties ter waarde van €1,8 biljoen.

In werkelijkheid was het QE-programma een herstructureringsplan voor de hoge schulden. De voornaamste begunstigden waren de Zuid-Europese landen, die een onevenredig groot aandeel van hun staatsobligaties aan buitenlandse beleggers hadden verkocht om de hoge tekorten op hun betalingsbalansen te financieren in het decennium dat voorafging aan de mondiale financiële crisis.

Het QE-programma werkte impliciet via drieledige deals. Zuid-Europese landen konden hun gesecuritiseerde staatsobligaties terugwinnen, omdat mondiale beleggers deze obligaties inwisselden voor bezittingen in Duitsland en, tot in zekere mate, Nederland en een paar andere landen van de eurozone. De verkopers van deze bezittingen ontvingen op hun beurt euro's, en dus claims jegens hun nationale centrale banken. En de centrale banken zelf ontvingen zogenoemde “Target”-compensatieclaims tegen Zuid-Europese centrale banken, gegarandeerd door het eurosysteem.

Tegen het einde van 2017 bedroegen de Target-schulden die deze banken bij de Bundesbank hadden in totaal €907 miljard. En toch zijn deze Target-claims van de Bundesbank in wezen waardeloos, omdat ze nooit kunnen worden geïncasseerd en zijn uitgegeven tegen een rente die is vastgesteld door de debiteuren, die de meerderheid hebben in de bestuursraad van de ECB. Voorlopig hebben zij de rente op nul gesteld.

Onder het systeem van Bretton Woods, waarin munten tot begin jaren zeventig aan de goudprijs gekoppeld waren, zou Duitsland 19.000 ton goud (gebaseerd op de prijzen van eind 2017) voor deze claims ontvangen hebben. Dat is bijna vijfmaal zoveel als wat het land effectief had geaccumuleerd onder dat systeem (4000 ton). De €907 miljard aan Target-claims van de Bundesbank vertegenwoordigt bijna de helft van de netto buitenlandse inkomsten die de Federale Republiek Duitsland tot nu toe heeft vergaard dankzij zijn exportoverschotten.

Degenen die in 2028 terug zullen blikken, zullen zich het decennium dat in 2018 is begonnen herinneren als een decennium waarin Europese politici zijn begonnen de Target-claims te laten vallen, via begrotingsoverdrachten van noord naar zuid. Dergelijke transfers zullen doorgedrukt worden via maatregelen waar de Franse president Emmanuel Macron al toe heeft opgeroepen, teneinde het achterland van zijn land in het Zuiden te versterken, en zijn door de nieuwe grote coalitie in Duitsland al gesteund (zij het met kleine wijzigingen). In het door Macron voorgestelde plan moet iedere euro die van een Noord-Europees naar een Zuid-Europees land stroomt de Target-claims met één euro omlaag brengen.

Het komende decennium zal een buitengewoon geschikte tijd zijn om een overdrachtsunie in het leven te roepen, dankzij de dreigende demografische crisis die de meeste Europese landen te wachten staat, met uitzondering van Frankrijk. Als de babyboomers met pensioen gaan, zullen de schatkisten tussen 2028 en 2038 leeglopen. Dat betekent dat iedereen die de hulpbronnen van de Noord-Europese belastingbetalers wil aanboren dat snel zal moeten doen, voordat het te laat is. Dépêchez-vous, Monsieur le President!

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/TqIo2zv/nl;

Handpicked to read next