15

Obama en de kwestie van $400.000

NEW YORK – Fox Business heeft opgewekt bericht dat de vroegere Amerikaanse president Barack Obama een honorarium van $400.000 zal aannemen van beleggingsfirma Cantor Fitzgerald om in september dit jaar het woord te voeren op een conferentie over gezondheidszorg. Tot degenen die het meest teleurgesteld waren over dit nieuws behoren mensen die bij mij in hoog aanzien staan. Senator Elizabeth Warren zegt bijvoorbeeld “bezorgd” te zijn over het besluit van Obama, en Senator Bernie Sanders vindt het “smakeloos.” Maar het besluit van Obama heeft volgens mij ook een paar goede kanten.

Ik heb Obama twee maal ontmoet, en werd bij beide gelegenheden getroffen door zijn natuurlijke warmte en charme. De eerste keer was op 7 november 2010, toen de toenmalige Indiase premier Manmohan Singh een diner voor Obama had georganiseerd in zijn residentie in New Delhi. Destijds onderscheidde de Indiase economie zich doordat zij zich snel had hersteld van de financiële crisis van 2008. Toen Singh mij introduceerde als de voornaamste economische adviseur van de Indiase regering, gaf Obama blijk van zijn gave om snedige opmerkingen te maken. Hij wees op zijn minister van Financiën, Timothy Geithner, en zei tegen me: “Je moet hem eens een paar tips geven.”

Onze tweede ontmoeting vond plaats in januari 2015, een paar weken vóórdat Obama opnieuw een officieel bezoek aan India zou afleggen. Obama's adviseurs nodigden me uit naar het Witte Huis te komen om de president te informeren over de toestand van de Indiase economie, als onderdeel van een gesprek tussen drie of vier personen over de Indiaas-Amerikaanse betrekkingen. Die ontmoeting is inmiddels een van mijn meest memorabele ooit, omdat ik denk dat Obama mijn advies heeft opgevolgd. Alleen dat al moedigt mij aan hem nog eens van advies te dienen, nu hij het controversiële honorarium voor zijn speech heeft aanvaard.

Obama’s arrangement met Cantor Fitzgerald is een duidelijk voorbeeld van de manier waarop de bedrijfseconomie de afgelopen decennia is veranderd. In dit tijdperk van mondialisering en informatie-overload vecht iedereen om iedereens aandacht. Die speciale hamburger op de menukaart van je restaurant heeft geen waarde als mensen er niets van weten. Nu zo veel producenten om de aandacht van de consument wedijveren, zijn marketing en steunbetuigingen des te belangrijker – en duurder – geworden.

Wat geldt voor hamburgers is ook waar voor consultancyfirma's en aanbieders van financiële diensten. Merken en communicatie staan nu in hoger aanzien dan in enig eerder tijdperk. Als je aan mensen duidelijk kunt maken dat er iets speciaals is aan je bedrijf in de huidige digitale, gemondialiseerde wereld, kun je grote winsten binnenhalen.

Voor Cantor Fitzgerald dient het gastheer spelen voor de voormalige Amerikaanse president als zo'n signaal. De firma sloot een deal met Obama door hem een deel te bieden van haar snelgroeiende inkomsten. Als Obama minder had gevraagd, bijvoorbeeld $50.000, zou hij kritiek hebben vermeden, maar een Wall Street-beleggingsfirma $350.000 cadeau hebben gedaan.

Uiteraard zullen sommige waarnemers Obama's verschijning op de conferentie van september eenvoudigweg beschouwen als een ondersteuning van Wall Street – een negatief aspect aan deze deal, waar hij zich zorgen over zou moeten maken. Als Obama een uitnodiging van de National Rifle Association (de pleitbezorger van wapenbezit in de VS) zou hebben aanvaard, zou iedereen die beslissing alleen maar als verraad hebben kunnen zien. Maar Wall Street is anders, omdat het een integraal onderdeel is van de nieuwe wereldeconomie, en daar niet zomaar uit kan worden weggesneden. Het moet worden gerepareerd, met zorgvuldig vormgegeven oplossingen.

Bedrijven zijn al in de jaren zeventig begonnen voormalige presidenten te gebruiken om hun merken een steun in de rug te geven, en die praktijk werd evident toen Ronald Reagan $2 mln accepteerde van een Japans bedrijf om twee lezingen te geven. Tegelijkertijd is de waarde van het produceren van de te verkopen waar of dienst in relatieve termen verminderd, omdat marketing, adverteren en het sluiten van deals topprioriteiten zijn geworden. Dit wordt duidelijk zichtbaar in het feit dat CEO's vandaag de dag 200 maal meer verdienen dan de doorsneewerknemer van hun bedrijf, terwijl dat in de jaren vijftig slechts 20 maal méér was.

Het is bemoedigend om te zien dat sommige mensen die door het systeem rijker zijn geworden het ermee eens zijn dat het moet veranderen, en een dergelijke uitkomst zelfs bepleiten. Zij staan voor dezelfde vraag die filosoof Bertrand Russell stelde, in zijn controversiële essay uit 1932 voor de New York American: “Moeten socialisten goede sigaren roken?” (Het antwoord van Russell luidde overigens: ja).

Toch moeten meer mensen inzien dat de veranderde wereldeconomie heeft geleid tot extreme ongelijkheid die, net als buitensporige CO2 emissies, het tegenovergestelde is van een “publiek goed.” En ze moeten erkennen dat de taak van het terugdringen van die ongelijkheid, net als het bestrijden van de klimaatverandering, niet aan de markt kan worden overgelaten. We hebben slimmere regels nodig, hogere belastingen voor de rijken – wat het tegenovergestelde is van wat de Amerikaanse president Donald Trump beoogt – en doelgerichte beperkingen van de inkomens van hoge managers in vergelijking met die van hun werknemers.

Voor het grootste deel zijn onze huidige problemen niet de fout van één enkel persoon of één enkele groep. Het ontwikkelen en bevorderen van een progressieve agenda is nu echter een collectieve verantwoordelijkheid geworden. Mijn antwoord op de vraag van Russell is dat, in een arm land, idealisten die strijden voor grotere gelijkheid moeten proberen geen dure sigaren te roken; maar als zij hopeloos verslaafd zijn, moeten zij hun idealisme niet opgeven omdat ze het roken van die sigaren niet kunnen opgeven.

Hetzelfde geldt voor Obama. Hij moet Wall Street en de systemische val waarin we ons bevinden blijven bekritiseren. Nu hij die $400.000 heeft aanvaard, moet hij dat geld gebruiken om de ongelijkheid te bestrijden en een progressievere agenda te bevorderen, zodat zijn opvolgers dit soort aanbiedingen zelfs niet eens meer zullen krijgen.

Vertaling: Menno Grootveld