16

De wereldeconomie in 2067

NEW YORK – De wereld ondergaat een economische crisis in slow-motion – een crisis die, zoals de meeste deskundigen denken, in de nabije toekomst zal blijven voortduren. De wereldeconomie is sinds de economische crisis van 2008 met vallen en opstaan gegroeid – in een van de langste periodes van stagnatie van de moderne tijd. In vrijwel alle midden- en hoge-inkomenslanden zijn de lonen (als percentage van het bbp) bijna veertig jaar lang gestaag gedaald. Maar hoe zit het met de komende vijftig jaar?

Vandaag de dag ziet de situatie er zeker somber uit. Economische stagnatie en toenemende ongelijkheid hebben in de ontwikkelde landen tot een golf van xenofobie en nationalisme geleid, getuige de Britse keuze om de Europese Unie te verlaten en de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump – en zijn recente besluit om zich terug te trekken uit het Parijse klimaatverdrag. Bovendien zijn veel ontwikkelingslanden – vooral in het Midden-Oosten en Noord-Afrika – in conflicten verwikkeld, waardoor sommige op het punt staan mislukte staten te worden.

Maar hoewel dergelijke onrust in de nabije toekomst waarschijnlijk zal aanhouden, is er weinig consensus over wat er daarna in het verschiet ligt. Eerlijk gezegd is voorspellen op de langere termijn doorgaans dwaasheid. In 1930, in een vergelijkbaar problematische tijd, probeerde niemand minder dan John Maynard Keynes het eens, met zijn beroemd geworden essay “Economic Possibilities for our Grandchildren.” Hij zat er hopeloos naast.

Niettemin is de poging van Keynes absoluut een respectabel precedent voor pogingen om in de economische toekomst te kijken. Dus ik probeer het hier ook: ik voorspel dat de wereldeconomie over vijftig jaar waarschijnlijk zal bloeien (ook al is dat geen uitgemaakte zaak), dat het mondiale bbp jaarlijks met wel 20% zal groeien, en dat de inkomens en de consumptie iedere vier jaar zullen verdubbelen.

In eerste instantie lijkt dit scenario waarschijnlijk vergezocht. Want de wereldeconomie groeit momenteel slechts met 3% per jaar (en de laatste paar jaar nog iets minder). Maar het zou niet de eerste keer zijn dat de mondiale economische groei toeneemt in een voorheen onvoorstelbaar tempo.

Van 1500 tot 1820 bedroeg de mondiale groei per jaar volgens gegevens die door wijlen Angus Maddison werden verzameld slechts 0,32%, terwijl grote delen van de wereld geen enkele noemenswaardige groei ervoeren. In China stond het jaarlijkse inkomen  per hoofd van de bevolking gedurende deze hele periode op $600. Voor de mensen die destijds leefden zou de huidige, teleurstellende groei van 3% onvoorstelbaar fors zijn geweest. Hoe zouden zij ooit de Industriële Revolutie hebben kunnen zien aankomen, die de gemiddelde mondiale jaarlijkse groei tussen 1820 en 2003 naar 2,25% zou tillen?

Vandaag de dag is het de Digitale Revolutie die belooft de groei naar nieuwe hoogten te zullen stuwen. We bevinden ons temidden van een reeks dramatische technologische doorbraken, dankzij de vooruitgang op het gebied van de digitale technologie, waardoor alle hoeken van de aarde met elkaar worden verbonden. Als gevolg daarvan worden werknemers niet alleen productiever; zij krijgen ook betere toegang tot werkgelegenheid. Individuen in ontwikkelingslanden kunnen nu bijvoorbeeld werken voor multinationale bedrijven. Het gevolg is dat meer werknemers kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt.

De economische effecten van deze trend zijn niet alleen maar positief. In de Verenigde Staten is het gemiddelde reële (voor de inflatie gecorrigeerde) loon bijvoorbeeld nauwelijks gestegen, ook al is de werkloosheid gedaald naar 4,3%. Door laagbetaalde werknemers in het buitenland – en steeds vaker ook machines – in staat te stellen meer werk te verrichten, heeft de technologie dit “loonplafond” versterkt.

De beste manier om door dit plafond heen te breken is het veranderen van de soorten werk waarmee mensen zich bezighouden. Door beter onderwijs en training, en een effectievere herverdeling, kunnen we meer creatief werk faciliteren, van kunst tot wetenschappelijk onderzoek. Dit is werk dat in de nabije toekomst nog niet door machines gedaan zal kunnen worden.

Hoewel zulk werk verkwistend kan lijken, door het aantal mensen en de hoeveelheid tijd die nodig zijn om een belangrijke prestatie of doorbraak te bewerkstelligen, is één zo'n prestatie of doorbraak al wat ervoor nodig is om genoeg waarde te creëren om ieders levensstandaard te verhogen. En inderdaad toont de creatieve sector aan dat de groei aanzienlijk zal aantrekken.

Dit resultaat is waarschijnlijk, maar niet zeker. Om ervoor te zorgen dat het er ook werkelijk komt, zijn fundamentele veranderingen in onze economieën en samenlevingen vereist.

Om te beginnen moeten we werken aan het versoepelen van de overstap van werknemers op creatievere activiteiten. Hiervoor zijn fundamentele veranderingen van onze onderwijssystemen nodig, waaronder het volwassenenonderwijs. Er zijn ook beleid en programma's voor nodig die onthechte werknemers een financiële buffer bieden; anders zullen de eigenaren van de machines en het kapitaal gebruik maken van de technologische ontwrichtingen om een nóg groter deel van de economische koek naar zich toe te trekken. Binnen nationale eenheden kan dit worden bereikt door een of andere vorm van winstdeling, waarbij bijvoorbeeld 15 à 20% van de totale winsten van een land ten goede komt aan de werkende klasse.

Ook de consumptiepatronen zullen moeten veranderen. Als we, nu de totale consumptie iedere vier jaar verdubbelt, ook het aantal auto's op de weg of het aantal vlieguren zullen laten verdubbelen, zullen we snel de grenzen van de planeet overschrijden. Dit is des te meer waar nu de stijgende levensverwachting niet alleen de bevolkingsgroei zal doen toenemen, maar ook het percentage ouderen. De juiste prikkels zullen ervoor moeten zorgen dat een groot deel van onze rijkdom zal worden aangewend voor het verbeteren van onze gezondheid en het verwezenlijken van ecologische duurzaamheid.

Als we de komende jaren niet zulke beleidsveranderingen zullen kunnen bewerkstelligen, zal de wereldeconomie de komende vijftig jaar waarschijnlijk naar het andere uiterste neigen. In een dergelijk scenario zal 2067 worden gekenmerkt door nóg grotere ongelijkheid, nóg meer conflicten en nóg meer chaos, met kiezers die leiders zullen blijven kiezen die profiteren van hun angsten en grieven. Ik denk dat kan worden uitgesloten dat de wereld er ongeveer zo zal blijven uitzien als zij er de afgelopen dertig, veertig jaar heeft uitgezien.

In 1967 was de wereld getuige van grote innovaties op het gebied van de economie ('s werelds eerste geldautomaat werd in de maand juni van dat jaar in Londen geïnstalleerd) en de gezondheidszorg ('s werelds eerste succesvolle harttransplantatie vond in december 1967 in Zuid-Afrika plaats). Als 2067 een passend jubileum van deze doorbraken wil zijn, moet de huidige wanorde de wereldleiders motiveren het nieuwe beleid te ontwikkelen en uit te voeren dat we nodig hebben om een welvarender, eerlijkere en stabielere toekomst te verwezenlijken.

Vertaling: Menno Grootveld