0

Kijk bij ontwikkeling verder dan getallen

NEW YORK – Het wordt wel eens gezegd dat statistieken net zijn als mensen, maar dan zonder tranen. De deelnemers aan de voorjaarsontmoeting van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds in Washington, DC moeten deze boodschap in gedachten houden terwijl ze de vooruitgang van de mondiale ontwikkeling inschatten.

Ondanks de indrukwekkende vooruitgang die veel landen geboekt hebben blijven nog steeds honderden miljoenen mensen achter. Om dit probleem te onderstrepen heeft het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) sociale en economische inclusie tot een van de grote thema’s van het Human Development Report 2016, geheten ‘Human Development For Everyone’, verheven. Het rapport schetst een uitgebreid beeld van hoe landen met steun van hun partners de ontwikkelingsuitkomsten voor al hun burgers kunnen verbeteren, en vooral voor degenen die het moeilijkst bereikbaar zijn.

Sinds het UNDP zijn eerste rapport uitbracht in 1990 hebben we significante vooruitgang gezien in de levens van miljarden mensen wereldwijd. Toen leefde ongeveer 35% van de mensheid in extreme armoede; vandaag de dag is dat minder dan 11%. Overeenkomstig is het aantal kinderen dat sterft voor zijn vijfde gehalveerd, gedeeltelijk omdat een extra twee miljard mensen nu profiteren van betere sanitatie en een bredere toegang tot drinkwater.

We mogen trots zijn op deze verworvenheden, maar we mogen niet op onze lauweren gaan rusten. Een groot aantal mensen heeft hier namelijk nog steeds geen profijt van. Nog erger is dat ze nu het gevaar lopen vergeten te worden – vaak letterlijk. Soms worden ze niet eens meer meegenomen in de statistieken. En wanneer dit wel gebeurt kunnen nationale gemiddelden een vervormd beeld scheppen; een verhoging van het gemiddelde inkomen kan bijvoorbeeld de steeds diepere armoede van sommigen versluieren, omdat deze gecompenseerd wordt door grote winsten voor een rijke minderheid.

Eén van de meest diepgaande demografische verschuivingen de afgelopen jaren betreft de enorme expansie van de middenklasse in het mondiale zuiden. De nivellering van mondiale inkomens heeft de lijn tussen ‘rijke’ en ‘arme’ landen vervaagd. Maar tegelijkertijd is de ongelijkheid binnen veel landen groter geworden. Als resultaat hiervan is armoede – in al zijn vormen –in vele landen een groeiend probleem, zelfs terwijl het aantal mensen dat wereldwijd in armoede leeft achteruit is gegaan.

Deze uitdaging aangaan zal van ons eisen om fundamenteel te heroverwegen hoe ontwikkeling eruit zou moeten zien, wat de reden is dat de Sustainable Development Goals van de VN in tegenstelling tot de eerdere Millennium Development Goals voor alle landen gelden – en niet alleen voor de armere.

Wat kunnen we na decennia van gestage vooruitgang in de ontwikkeling anders doen om ’s werelds meest achtergestelde mensen te helpen? Zoals het laatste Human Development Report duidelijk maakt is hier geen simpel antwoord op. Eén reden is dat zij die achterblijven vaak met nadelige factoren op meerdere fronten te maken hebben. Ze hebben niet slechts gebrek aan geld; vaak zijn ze ook ziek, ongeschoold, en rechteloos.

De problemen van ’s werelds meest achtergestelden beginnen bij de geboorte en worden tijdens hun leven alleen maar erger. Omdat er geen kansen zijn om de cirkel te doorbreken worden deze nadelen doorgegeven aan volgende generaties, wat de impact ervan steeds groter maakt.

Toch delen de ontwikkelingsuitdagingen van nu alhoewel ze talrijk en complex zijn ook algemene eigenschappen. Veel van de achtergestelden behoren tot specifieke demografische groepen die in alle landen slechter neigen te varen dan de rest, niet in het minst omdat ze met overeenkomstige economische, wettelijke, politieke, en culturele barrières te maken hebben.

Zo maken inheemse volkeren slechts 5% van de wereldbevolking uit, maar zijn verantwoordelijk voor 15% van de armen op de wereld. En mensen met handicaps moeten om te participeren in het werkende en gemeenschappelijke leven obstakels overkomen die de rest van ons vaak niet eens opmerken. En last but not least blijven vrouwen en meiden bijna overal ondervertegenwoordigd in kringen van leiderschap en besluitvorming, en werken vaak meer uren voor minder geld dat hun mannelijke tegenhangers.

Alhoewel het ontwikkelingsbeleid zich zal blijven concentreren op tastbare resultaten – zoals meer ziekenhuizen, schoolgaande kinderen, en betere sanitatie – moet de menselijke ontwikkeling niet gereduceerd worden alleen tot wat kwantificeerbaar is. Het is nu tijd om meer aandacht te besteden aan de minder opvallende eigenschappen van vooruitgang die alhoewel moeilijk te meten niet moeilijk uit te voeren zijn.

Alle mensen verdienen het een stem te hebben in de beslissingen die hun leven beïnvloeden; maar de meest gemarginaliseerden in de maatschappij wordt te vaak enige vorm van inbreng ontzegd. Te garanderen dat zij in de grootste nood niet vergeten worden – en dat ze de vrijheid hebben om hun eigen keuzes te maken – is net zo belangrijk als het bieden van concrete ontwikkelingsuitkomsten.

De geschiedenis leert dat veel van de huidige uitdagingen de komende jaren overkomen kunnen worden. De wereld beschikt over de hulpbronnen en kennis om de levens van iedereen op de planeet te verbeteren. We moeten mensen slechts de macht geven om hun eigen verstand te gebruiken om hun toekomst vorm te geven. Als we dit doen ligt een meer inclusieve ontwikkeling binnen handbereik.

Vertaling Melle Trap