0

De vernieuwers van de gezondheidszorg in de ontwikkelingslanden

DHAKA – We leven in een tijdperk van tragische gezondheidsparadoxen. Massale inentingscampagnes hebben hele ziekten geëlimineerd, maar kinderen in landen als Haïti en Bangladesh blijven doodgaan aan makkelijk te behandelen ziekten die worden veroorzaakt door doodgewone ziekteverwekkers. De mondialisering heeft miljoenen mensen uit de extreme armoede getild, maar hen blootgesteld aan niet-overdraagbare ziekten van het post-industriële tijdperk – van diabetes tot hartziekten – in landen die de middelen ontberen om ze te behandelen.

Aan deze paradoxen ligt nog een andere paradox ten grondslag: de overgrote meerderheid van het gezondheidsonderzoek vindt plaats in welvarende economieën, maar de overgrote meerderheid van de mondiale volksgezondheidslasten wordt gedragen door de lage- en middeninkomenslanden. Er is iets enorm inefficiënts – zelfs immoreels – aan deze besteding van de beschikbare middelen, die de ontwikkeling ondermijnt van gezondheidsoplossingen voor degenen die ze het hardst nodig hebben.

 1972 Hoover Dam

Trump and the End of the West?

As the US president-elect fills his administration, the direction of American policy is coming into focus. Project Syndicate contributors interpret what’s on the horizon.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het mogelijk was de eerste generatie mondiale ontwikkelingsproblemen aan te pakken met rechtstreekse overdrachten van kapitaal en oplossingen naar de arme landen. Tot de voorbeelden behoren programma's om de schoolgang van basisschoolleerlingen te bevorderen en, in de publieke gezondheidszorg, massale inentingscampagnes.

Maar de nieuwe generatie ontwikkelingsproblemen, van de onderwijskwaliteit tot de kindersterfte als gevolg van behandelbare ziekten, zullen niet zo makkelijk oplosbaar blijken.  Zij vergen capaciteitsopbouw op de langere termijn en kennisoverdracht van de rijke naar de arme landen, waarbij laatstgenoemde veel meer handelingsvrijheid op het gebied van het ontwikkelen van oplossingen moeten krijgen.

Met andere woorden: de nadruk bij mondiale volksgezondheidsstrategieën en -investeringen moet verschuiven in de richting van het terugdringen van de structurele ongelijkheid tussen de rijke en de arme landen, in termen van hun capaciteit op het terrein van het medisch onderzoek en de volksgezondheidsimplementatie. Deze missie – die, zo zou ik willen betogen, vandaag de dag het voornaamste doel van de volksgezondheidsinspanningen zou moeten zijn – houdt een centrale rol in voor instellingen als het International Centre for Diarrhoeal Disease Research (icddr,b), gevestigd in Dhaka, Bangladesh, waar ik werk als wetenschapper.

Zoals het er nu voor staat, zijn bij de meeste mondiale volksgezondheidsactiviteiten onderzoekers betrokken uit geavanceerde landen, die lokale teams in de ontwikkelingslanden aansturen. Hoewel dit beter is dan het opleggen van kant-en-klare oplossingen aan de ontwikkelingslanden, zoals dat gebeurde ten tijde van de Koude Oorlog, is het niet goed genoeg. Medisch onderzoek en beleidsimplementatie in de ontwikkelingslanden moeten worden geleid door onderzoekers en specialisten uit de lage- en middeninkomenslanden zelf – mensen die hun zeer geavanceerde wetenschappelijke expertise kunnen combineren met een goed begrip van de lokale context.

De waarde van de door de ontwikkelingslanden zelf aangedragen innovatie is telkens opnieuw aangetoond. De afgelopen vijftien jaar hebben wetenschappelijke vernieuwingen, onder aanvoering van de ontwikkelingslanden, aanzienlijk bijgedragen aan de vooruitgang op het gebied van de Millennium Development Goals (Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen, kortweg MDG's) van de Verenigde Naties, vooral die met betrekking tot de mondiale gezondheidszorg.

Alleen al de bijdragen van icddr,b zijn genoeg om de waarde te bewijzen van de innovatie op het gebied van de gezondheidszorg in de ontwikkelingslanden. De onderzoekers van het instituut houden zich bezig met innovatieve en ingewikkelde wetenschappelijke experimenten, van klassieke klinische testen en epidemiologische studies tot proefnemingen op het terrein van de gedragsverandering, gericht op het terugdringen van de verspreiding van besmettelijke ziekten – met opmerkelijke resultaten.

Een iconisch voorbeeld van het werk van icddr,b is de zogenoemde 'oral rehydration solution' (ORS), een eenvoudige, evenwichtige oplossing van suiker en zout die oraal wordt toegediend aan mensen die lijden aan ziekten die gepaard gaan met buikloop, zoals cholera. Die oplossing, aan de ontwikkeling waarvan icddr,b een belangrijke bijdrage heeft geleverd, heeft sinds de jaren zestig naar schatting zo'n 40 miljoen sterfgevallen voorkomen, en is een van de belangrijkste medische vindingen van de 20e eeuw genoemd.

Recentelijker heb ik met mijn team een nieuw goedkoop systeem ontwikkeld voor het bewerkstelligen van “bubble CPAP” (continuous positive airway pressure, voortdurende positieve druk op de luchtwegen), dat ervoor zorgt dat de lucht blijft stromen tijdens de behandeling van ernstige longontstekingen. Trevor Duke, de directeur van het Centre for International Child Health bij het Royal Children’s Hospital van de Universiteit van Melbourne, heeft eveneens aan dit project deelgenomen.

Onze versie van “bubble CPAP”, waarbij goedkope en snel verkrijgbare materialen worden gebruikt, zoals plastic buizen en shampooflessen, heeft in proefnemingen bewezen effectiever te zijn dan de standaard zuurstoftherapie die wordt aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Na de proefnemingen heeft het ziekenhuis van Dhaka van icddr,b de nieuwe, goedkope “bubble CPAP” ingezet, in plaats van de door de WHO aanbevolen therapie, als onderdeel van de standaardbehandeling van kinderen met longontsteking. Sindsdien is het sterftecijfer onder met “bubble CPAP” behandelde patiënten gedaald van 21% naar 6%.

Deze opmerkelijke successen vloeien voort uit het feit dat de onderzoekers van icddr,b – waarvan de meesten in het buitenland opgeleide Bangladeshis zijn – goed zijn ingevoerd in de problemen die ze proberen aan te pakken. Zij begrijpen wat het betekent om geconfronteerd te worden met ernstige – en soms onoverkomelijke – beperkingen van de middelen.

De ervaringen van 15 jaar MDG's hebben het onmiskenbare potentieel blootgelegd van de innovatie in de ontwikkelingslanden zelf ter bevordering van de publieke gezondheidszorg. Gelukkig lijken de wereldleiders deze les ter harte te hebben genomen: de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) – het ambitieuze ontwikkelingsprogramma voor na 2015, dat in september is aangenomen door de VN – zijn gebaseerd op het idee van het lokale eigenaarschap.

Maar ondanks de hardop beleden steun voor lokaal geleide onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen, blijven er ernstige belemmeringen bestaan voor dit soort innovatie, die dringend moeten worden weggenomen. Het zal geen verbazing wekken dat de grootste hinderpaal het gebrek aan middelen is, zowel in menselijk als in financieel opzicht. Om daar iets aan te doen moeten de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden samenwerken om adequate investeringen te garanderen ter ondersteuning van de lokale inspanningen, op betrouwbare en duurzame wijze.

Met adequate steun van lokale en internationale financieringsmechanismen kunnen er in de arme landen meer innovatiehubs als icddr,b opkomen en bloeien. Door de kennisdeling en technologie-overdracht te bevorderen, kunnen deze hubs de samenwerking tussen de ontwikkelingslanden versterken en ons helpen de aanhoudende, tragische ongelijkheden te overwinnen die de mondiale gezondheidszorg parten spelen.

Fake news or real views Learn More

Gezondheidszorginnovaties, ontwikkeld in de armste landen ter wereld, hebben de test van de schaalbaarheid en toepasbaarheid op de plekken waar ze het hardst nodig zijn doorstaan. Nu het grootste deel van de wereldbevolking op plekken leeft waar weinig hulpbronnen zijn, moeten we de inspanningen erkennen van degenen die de grenzen van de medische wetenschap in de ontwikkelingslanden verleggen, en daarin investeren.

Vertaling: Menno Grootveld