4

Hoop voor de mondiale gezondheidszorg in 2017

HONG KONG – Terugblikkend op 2016 lijkt er misschien niet veel te vieren. Alleen al op het gebied van de mondiale gezondheidszorg bleek het jaar er één van niet aflatende tragedies te zijn. Naast verhalen over ziekenhuizen in conflictgebieden die gebombardeerd werden, dook het Zika-virus op als een nieuw gevaar. Ook was er sprake van de verdere verspreiding van microben die bestand zijn tegen antibiotica, ofwel “superbugs,” van de wederopleving van de gele koorts, en van de terugkeer van polio in Nigeria, dat eerder poliovrij was verklaard. De hoop op een vaccin tegen het verkoudheidsvirus werd vermorzeld. En in Europa nam het aantal met alcoholmisbruik samenhangende sterfgevallen toe.

Maar begraven onder al die slechte verhalen waren ook een paar inspirerende ontwikkelingen te ontwaren, die hoop bieden voor de mondiale gezondheidszorg in 2017.

De eerste daarvan deed zich voor in Tanzania en Mozambique, waar Gambiahamsterratten, die voorheen door de Belgische NGO APOPO waren getraind om landmijnen op te sporen, werden ingezet in de strijd tegen tuberculose. De ratten ondergingen een grondige training, waarbij ze te maken kregen met diverse prikkels en hen werd geleerd hoe ze met mensen moeten omgaan, en hoe ze tuberculose kunnen ontdekken in slijm dat wordt opgehoest uit de lagere luchtwegen. De ratten kunnen nu met een nauwkeurigheid van bijna 100% tuberculose opsporen, hoewel ze (nog) geen onderscheid kunnen maken tussen de normale en de resistente variant.

Een tweede positieve ontwikkeling was de oprichting van de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI). De opmars van besmettelijke ziekten (zoals ebola, chikungunya, Zika, en voorheen SARS, de varkensgriep en MERS) onderstreept doorgaans het ontoereikende vermogen van publieke gezondheidszorgsystemen om snel een verdedigingslinie op te werpen.

CEPI beoogt dit te veranderen. Zijn leden – die afkomstig zijn van of uit internationale organisaties, regeringen, het bedrijfsleven, publieke en filantropische financiers van onderzoek en ontwikkeling, universiteiten, NGO's en civil society-groeperingen – zullen eraan werken om nieuwe vaccins te ontwikkelen, die kunnen voorkomen dat nieuwe of opnieuw opduikende infectieziekten epidemieën worden.

De derde positieve ontwikkeling in 2016 was de vooruitgang die werd geboekt in de strijd tegen malaria. Het aantal sterfgevallen door toedoen van deze ziekte daalt al jaren. In Afrika, dat kampt met het hoogste sterftecijfer als gevolg van malaria, is het aantal slachtoffers gedaald van ruim 800.000 per jaar in 2000 naar grofweg 400.000 vorig jaar.

Bovendien hebben Europese toezichthouders in 2015 het eerste licentie-gebonden menselijke vaccin tegen malaria – RTS,S, of Mosquirix – goedgekeurd, na bijna dertig jaar van onderzoek en ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alles van nu af aan van een leien dakje zal gaan: onderzoekers hebben opgemerkt dat de werkzaamheid van het vaccin in de loop der tijd afneemt, en dat het slechts 4% effectief is over een periode van zeven jaar.

Maar het vaccin blijft een grote doorbraak. Als weerspiegeling van zijn levensreddende potentieel heeft de Wereldgezondheidsorganisatie financiering zekergesteld voor een initiële proefperiode; te beginnen in 2018 zal de WHO het vaccin uitrollen in programma's die de werkzaamheid ervan in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara zullen beproeven.

En er is nog meer goed nieuws op het vaccinfront: er is een vaccin tegen gordelroos ontwikkeld. Gordelroos, een virusziekte die wordt gekenmerkt door een pijnlijke huiduitslag met blaren, doet zich voor als in iemands lichaam het waterpokkenvirus wordt gereactiveerd. Als de uitslag de ogen bereikt, kan gezichtsverlies optreden. Sommige mensen ontwikkelen aanhoudende zenuwpijn, die maanden- en zelfs jarenlang kan aanhouden. Het nieuwe vaccin is aanzienlijk effectiever dan het huidige vaccin, dat het risico van het oplopen van gordelroos met slechts 50% beperkt.

Ook tegen knokkelkoorts is nu een vaccin beschikbaar. Knokkelkoorts, door de Wereldgezondheidsorganisatie aangeduid als 's werelds belangrijkste en snelstgroeiende, door muggen overgebrachte virusziekte, veroorzaakt ieder jaar bijna 50 miljoen infecties. Maar in 2016 werd het eerste – en tot nu toe enige – knokkelkoortsvaccin, Dengvaxia, in twaalf landen goedgekeurd.

Dengvaxia wordt aanbevolen door belangrijke medische genootschappen, zowel op nationaal als op regionaal niveau. De aanbevelingen zijn in lijn met de zogenoemde position paper van de WHO, waarin landen waar deze ziekte voorkomt wordt aangeraden de introductie van vaccinaties te overwegen als onderdeel van een geïntegreerd programma ter bestrijding van knokkelkoorts.

En alsof dat nog niet genoeg is, hebben we nu ook een ebola-vaccin. Een experimenteel vaccin, dat op mensen is beproefd, heeft aangetoond 100% bescherming tegen de ziekte te bieden. Hoewel nog geen enkele toezichthouder het heeft goedgekeurd, wordt het gezien als zó krachtig dat er een noodvoorraad van 300.000 doses is aangelegd voor het geval zich een nieuwe uitbraak voordoet.

Ziekten waarvoor we (nog) geen vaccins hebben zijn ook op de terugweg. Het aantal HIV-infecties en -sterfgevallen is bijvoorbeeld gestabiliseerd, ondanks de snelle bevolkingsgroei in Afrika. Dit getuigt van de enorme inspanningen die men zich heeft getroost om de HIV/AIDS-epidemie te bestrijden, via preventie, educatie en behandelingsprogramma's. Om de vooruitgang tegen de epidemie te bestendigen moet de mondiale gezondheidszorggemeenschap deze inspanningen ondersteunen.

Bovendien zijn de Amerika's nu bijna vrij van rivierblindheid, een infectie – verspreid door kriebelmuggen – die jeuk veroorzaakt, en in ernstige gevallen ook gezichtsverlies. Guatemala is officieel vrij verklaard van deze ziekte, wat betekent dat in de Amerika's slechts een afgelegen gebied in de Amazone-regio nog besmet is.

We zijn ook een stap dichterbij de eliminatie van olifantsziekte, veroorzaakt door parasitaire wormen. De ziekte kan leiden tot vreselijke zwellingen van de benen en het scrotum. Dit jaar heeft de WHO officieel bekendgemaakt dat in Cambodia, de Cookeilanden, Niue en Vanuatu olifantsziekte niet langer meer een gezondheidszorgprobleem is.

Eveneens vrijwel uitgeroeid is de guineaworm,een nare tropische parasiet die zich verspreid via besmet water. Volgens het Carter Center, een van de organisaties die leiding geeft aan de inspanningen om de guineaworm uit te roeien, waren er in de eerste tien maanden van 2016 nog maar zo'n twee dozijn gevallen bekend. De guineawormziekte staat nu op het punt de tweede menselijke ziekte te zijn die zal worden uitgeroeid.

Nu we aan het jaar 2017 zijn begonnen, is het belangrijk de overwinningen op het gebied van de openbare gezondheidszorg onder ogen te zien die we tot nu toe hebben behaald. Hoe slecht de zaken er ook voor lijken te staan, en hoe frustrerend de obstakels ook mogen zijn, er zijn genoeg redenen om hoopvol te blijven – en om aan een betere, gezondere toekomst te blijven werken.

Vertaling: Menno Grootveld