0

De toekomst van de landbouw in Azië

MANILA – Voor veel mensen in Azië zijn voedseltekorten iets uit een ver verleden. Maar nu de regio moeite heeft om een explosief groeiende bevolking te voeden, kunnen ze weer een pijnlijk levensfeit worden.

Azië is al 's werelds grootste voedselmarkt, en zijn bevolking zal naar verwachting in 2050 zijn toegenomen naar vijf miljard mensen – een groei van 900 miljoen. Door de uitdijende middenklasse zal de regio tussen nu en 2030 waarschijnlijk de helft van de wereldwijde stijging van de jaarlijkse rundvlees- en pluimveeconsumptie voor zijn rekening nemen en ruim drie kwart van de stijging van de visconsumptie. Tegen die tijd zal ruim 60% van de totale vraag naar granen in de ontwikkelingslanden uit Zuid- en Oost-Azië komen. Om gelijke tred te houden met deze toenemende vraag zal de voedselproductie met 60 à 70% moeten stijgen in vergelijking met tien jaar geleden.

Idealiter zouden de Aziatische boeren eenvoudigweg hun productie kunnen uitbreiden, maar daar zijn ze buitengewoon slecht voor uitgerust. Om voldoende voedsel te kunnen produceren, zal de landbouw in Azië een 21e-eeuwse transformatie moeten ondergaan.

Het helpen van de Aziatische boeren om het hoofd te bieden aan de klimaatverandering zou een centraal onderdeel van deze inspanningen moeten zijn. Hoewel de opwarming van de aarde de agrarische productie in een paar gebieden zou kunnen bevorderen, zal zij in de rest van de regio de productie ernstig beperken en mogelijk aanhoudende voedselcrises veroorzaken. Terwijl water steeds schaarser wordt in van oudsher vruchtbare zones als de vlakte van de Indus en de Ganges in India, zal de stijging van de zeespiegel zorgen voor de verwoesting van grote stukken boerenland. Als het zeewaterniveau met één meter stijgt, zal de daaruit voortvloeiende verzilting 70% van het boerenland langs de kust van Vietnam bedreigen. En naarmate het water warmer wordt en de getijstromen veranderen, kunnen de vangsten in de enorme visgronden van de Mekong Delta kelderen.

Volgens onderzoek van de Aziatische Ontwikkelingsbank kunnen de oogsten van rijst en tarwe op geïrrigeerde gronden met respectievelijk 20% en 44% dalen. Hierdoor zouden de prijzen voor granen, sojabonen en tarwe met 70% stijgen, waardoor het aantal ondervoede kinderen in de regio met 11 miljoen zou kunnen toenemen.

Maar als de boeren zich kunnen aanpassen, hoeft dit niet de toekomst van Azië te zijn. De meeste boeren hebben vandaag de dag slechts een klein lapje familiegrond, en ontberen het geld en de kennis om de productiviteit en de kwaliteit van hun gewassen te verbeteren.In Myanmar gebruikt bijvoorbeeld slechts 16% van de boerenhuishoudens eggen of tractoren om het land op het plantseizoen voor te bereiden.

Bovendien heeft de achteruitgang van het milieu tot de verdorring van grote stukken land geleid. Volgens de United Nations Convention to Combat Desertification (de VN-conventie ter bestrijding van de verwoestijning) treffen diverse vormen van verwoestijning bijna 40% van de totale landmassa van Azië. Hoewel overheden geen nieuwe landbouwgronden kunnen creëren, kunnen ze – en moeten ze – beleid nastreven om landbouwactiviteiten te steunen, consolideren en intensiveren op het land dat nog beschikbaar is.

Om te beginnen kunnen de regeringen van de landen in de regio boerencoöperaties bevorderen. De hedendaagse coöperaties, niet te verwarren met ouderwetse collectieve boerderijen, zijn dóór en dóór commercieel, en geven prioriteit aan efficiency en winsten. Zij omvatten zowel agrarische bedrijven als boeren, die allemaal hun middelen bijeenbrengen om schaalvoordeel te verwezenlijken, de kosten omlaag te brengen en de inkomens te verhogen. Als ze door een coöperatie gezamenlijk worden ingekocht zijn zaken als kunstmest en apparatuur goedkoper, eveneens als het oogstproces. Door samen te werken bij het planten hebben coöperaties in India en Nepal het mogelijk gemaakt dat de gewassen van ieder lid door een machine worden gezaaid en geoogst, en niet langer individueel met de hand.

Coöperaties kunnen ook na de oogst waarde toevoegen, door stroomlijning van het schoonmaken, selecteren, verpakken, opslaan en transport. Dit vergroot het aanbod aan voedsel en bevordert de boereninkomens, vooral op plekken als Bangladesh, waar ruim een derde van de bederfelijke producten verloren gaat voordat de consument bereikt wordt.

China moderniseert zijn landbouw al via coöperatieven, en door het gebruik van digitale e-commerce-platforms om op hoogwaardige markten te kunnen inbreken. In Vietnam heeft een programma voor coöperatieve landbouw de productkwaliteit voor stedelijke consumenten verbeterd, en de inkomsten uit thee, fruit en groenten met bijna een derde verhoogd.

Hoewel coöperaties in Azië geleidelijk aanslaan, zullen ze meer steun nodig hebben. De meeste coöperaties van de regio zijn fragiele, informele arrangementen. Maar als het juist wettelijke raamwerk wordt aangebracht, kunnen ze veel efficiënter en duurzamer worden.

De Chinese Farmers’ Cooperative Law (Wet op de Boerencoöperaties) uit 2007 kan als een goed model dienen. Via prikkels als uitzonderingen op de BTW-heffing heeft de wet coöperaties en andere agrarische organisaties ertoe aangezet samen te werken en schaalvoordeel te verwezenlijken. Binnen drie jaar na de tenuitvoerlegging van de wet was het aantal coöperaties in China vernegenvoudigd, naar bijna 400.000.

Coöperaties helpen boeren ook met het managen van de effecten van de klimaatverandering, door netwerken te creëren waardoor leden kennis kunnen delen over gewaagde aanpassingsstrategieën zoals de overstap van gewassen naar vis of garnalen in verzilte gebieden. En door de extra inkomsten die coöperaties bieden kunnen boeren kassen kopen om hun productieseizoen te verlengen en zich te beschermen tegen het verraderlijke weer. Coöperaties stellen boeren ook in staat te profiteren van eerder niet beschikbare technieken zoals fertigation – het gebruik van irrigatie om vloeibare meststoffen af te leveren.

Tenslotte maken coöperaties “klimaat-slimme” technologieën betaalbaarder. Dankzij nieuwe digitale technologieën kunnen boeren hun land-, water- en energiegebruik beter managen, en zich voorbereiden op slecht weer. De Filippijnen hebben bijvoorbeeld geëxperimenteerd met apps die boeren nieuws brengen over planten- en dierenziekten, de beste plekken om landbouwproducten te kopen en te verkopen, en aanstaande weersgebeurtenissen.

Door minder arbeid en méér kapitaal en technologie te gebruiken kunnen de toekomstige boerderijen van Azië genoeg voedsel voor iedereen in de regio verbouwen. Coöperaties zijn één manier om deze visie werkelijkheid te maken. Alleen dán zullen voedseltekorten werkelijk iets uit het verleden zijn.

Vertaling: Menno Grootveld