Vladimir Putin, Donald Trump and Xi Jinping Mikhail Metzel\TASS via Getty Images

De “Trump-factor” en het Amerikaanse buitenlandse beleid

BERLIJN – In het eerste jaar van het presidentschap van Donald Trump is de schade die het buitenlands beleid van zijn regering heeft teweeggebracht minder groot uitgevallen dan wat menigeen had gevreesd.

The Year Ahead 2018

The world’s leading thinkers and policymakers examine what’s come apart in the past year, and anticipate what will define the year ahead.

Order now

Ondanks zijn donderende retoriek en zijn tweets, waarin hij de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un “little rocket man” (“kleine raketman”) noemde, is de nieuwe Amerikaanse president geen oorlogen begonnen, op het Koreaanse schiereiland noch in de Zuid-Chinese Zee. Er heeft zich ook geen conflict voorgedaan over Taiwan, na Trumps hardop uitgesproken twijfel over het traditionele Amerikaanse “één China”-beleid.

In plaats van te botsen met China lijkt Trump nauwe persoonlijke betrekkingen te zijn aangegaan met de Chinese president Xi Jinping. De Chinese leiders konden nauwelijks hun geluk geloven toen een van Trumps eerste officiële daden de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Trans-Pacific Partnership (TPP) was, waardoor China zou zijn buitengesloten en de westerse handelsregels in de Aziatisch-Pacifische regio zouden zijn bekrachtigd. Het was alsof Trump China – en niet Amerika – “weer groot wilde maken.”

Bovendien is Trump geen handelsoorlog begonnen door hoge tarieven in rekening te brengen voor importen van belangrijke handelspartners van de VS, zoals China, Duitsland en Japan. Ondanks zijn weigering de nucleaire overeenkomst met Iran te herbevestigen, is die vooralsnog overeind gebleven. En de langetermijngevolgen van zijn unilaterale besluit om Jeruzalem te erkennen als Israels hoofdstad moeten nog worden afgewacht.

Trumps hoop op nauwere samenwerking met Rusland, ten koste van de banden met de Amerikaanse bondgenoten, werd ook niet waargemaakt, en het officiële Amerikaanse standpunt over het conflict in Oekraïne is niet veranderd. Dat is uiteraard grotendeels het gevolg van het besluit van de Russische president Vladimir Poetin om tussenbeide te komen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, wat het voor Trump onmogelijk heeft gemaakt het Amerikanse Ruslandbeleid te heroriënteren zonder een binnenlandse politieke vuurstorm te ontketenen.

Op dezelfde manier heeft de NAVO, ondanks het feit dat de organisatie door Trump “verouderd” werd genoemd, het afgelopen jaar aan kracht en legitimiteit gewonnen, dankzij de Russische militaire versterkingen en de aanhoudende oorlog in het oosten van Oekraïne. Zeker, de Europeanen zullen meer aan hun eigen verdediging moeten bijdragen dan in het verleden. Maar dat zou niet anders zijn geweest onder een presidentschap van Hillary Clinton (hoewel de boodschap wel in vriendelijker termen zou zijn verpakt).

Alles bij elkaar genomen hebben de “volwassenen in uniform” in het Witte Huis – minister van Defensie James Mattis, Nationaal Veiligheidsadviseur H. R. McMaster en chefstaf John Kelly –  voor continuïteit in het Amerikaanse buitenlandse beleid gezorgd. En die continuïteit lijkt ook te gelden voor het economische en het handelsbeleid.

Betekent dit dat de wereld rustig kan gaan slapen? Natuurlijk niet. Er zweeft nog steeds een groot vraagteken boven het Amerikaanse buitenlandse beleid in de vorm van Trump zelf. Het is volslagen onduidelijk wat de president wil, wat hij feitelijk weet en wat zijn adviseurs hem wél en niet vertellen. Een samenhangend buitenlands beleid zou wel eens niet bestand kunnen zijn tegen Trumps gemoedswisselingen en spontane beslissingen.

Wat de zaken er niet beter op maakt, is dat de inkrimping van het ministerie van Buitenlandse Zaken de institutionele basis heeft verzwakt voor de tenuitvoerlegging van het officiële buitenlandse beleid, tot in nagenoeg kritieke mate. En de onlangs door het Witte Huis gepubliceerde National Security Strategy is ook weinig geruststellend. In tegenstelling tot het officiële standpunt van Amerika ná 11 september 2001 zullen de VS de mondiale machtsrivaliteit met China en Rusland, en niet zozeer het terrorisme door niet-statelijke partijen, voortaan als de voornaamste bedreiging voor de nationale veiligheid en de wereldvrede zien.

Terugkijkend op 2017 krijg je de indruk dat – hoewel het Amerikaanse buitenlandse beleid grotendeels intact is gebleven – het tegelijkertijd volkomen onvoorspelbaar is geworden. In die zin lijkt 2018 waarschijnlijk een jaar te gaan worden van aanzienlijk toegenomen risico's, vooral gezien de spanningen in de Perzische Golf en Libanon, de oorlog in Syrië, de hegemonistische strijd tussen Saoedi-Arabië en Iran, en het nucleaire wapengekletter op het Koreaanse schiereiland.

Op het Koreaanse schiereiland en in de Perzische Golf moet het centrale doel blijven de nucleaire dreiging van dictaturen het hoofd te bieden, die de regionale stabiliteit en het bestaande machtsevenwicht bedreigen. Zoals de zaken er nu voor staan, kan het risico van een militaire confrontatie met Noord-Korea of Iran niet worden uitgesloten.

In het geval van Noord-Korea, dat snel aan het werken is aan een intercontinentale raket die in staat is het Amerikaanse vasteland te bereiken, kan zo'n conflict uiteindelijk zelfs het gebruik van kernwapens inhouden. Niets aan deze situatie biedt ruimte voor optimisme, vooral niet nu de VS worden geleid door een president die weinigen kunnen vertrouwen, en wiens beleid moet worden opgemaakt uit zijn tweets.

In feite kan de “Trump-factor” dit jaar wel eens de belangrijkste bron van onzekerheid worden. De VS zijn nog steeds de meest vooraanstaande macht in de wereld en spelen een onmisbare rol in het overeind houden van de mondiale normen. Als het beleid van Amerika moeilijk te voorspellen is, en als het gedrag van Trump de betrouwbaarheid van de Amerikaanse regering ondermijnt, zal de internationale orde kwetsbaar zijn voor enorme onrust.

Nu in de VS de Congresverkiezingen van november in het vizier komen, zal het belangrijk zijn te overwegen hoe binnenlandse politieke gebeurtenissen het buitenlands beleid van het land zouden kunnen vormgeven. Als de Republikeinen hun meerderheid verliezen in één of beide huizen van het Congres, en als Robert Mueller, de Speciaal Aanklager in het Rusland-onderzoek, zijn bevindingen rond dezelfde tijd zal presenteren, zal Trump het gevoel krijgen dat zijn macht snel afbrokkelt.

De cruciale vraag voor 2018 is dan wat Trump zal doen als hij zichzelf in eigen land bedreigd voelt op het moment dat zich in het buitenlands beleid een crisis voordoet. Zullen de “volwassenen in de huiskamer” dan nog steeds in staat zijn de zaak in de hand te houden? Je hoeft geen doemprediker te zijn om de komende maanden met aanzienlijke scepsis en zorg tegemoet te zien.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/feJUBnC/nl;

Handpicked to read next