29

Trumps tekort aan emotionele intelligentie

CAMBRIDGE – Vorige maand publiceerden vijftig voormalige nationale veiligheidsfunctionarissen, die op hoge posten hadden gediend in de Republikeinse regeringen van Richard Nixon tot George W. Bush, een brief, waarin zij zeiden niet op de presidentskandidaat van hun partij, Donald Trump, te zullen stemmen. In hun bewoordingen “moet een president gedisciplineerd zijn, zijn emoties in bedwang kunnen houden en pas handelend optreden nadat hij een zorgvuldige afweging heeft gemaakt.” Eenvoudig gezegd: “Trump mist het juiste temperament om president te kunnen zijn.”

In de terminologie van de moderne leiderschapstheorie ontbreekt het Trump aan emotionele intelligentie – zelfbeheersing en discipline, en het empathische vermogen dat leiders in staat stelt hun persoonlijke hartstochten in goede banen te leiden en aantrekkingskracht uit te oefenen op anderen. In tegenspraak met het idee dat gevoelens het denken in de weg zitten, duidt emotionele intelligentie – waartoe twee belangrijke componenten behoren, zelfbeheersing en het de hand uitsteken naar anderen – erop dat het vermogen om emoties te begrijpen en te reguleren het totale denken effectiever kan maken.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Hoewel het concept modern is, is het idee niet nieuw. Praktische mensen hebben lange tijd het belang ervan voor het leiderschap ingezien. In de jaren dertig bracht de vroegere Opperrechter Oliver Wendell Holmes, een humeurige oude veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog, een bezoek aan Franklin D. Roosevelt, die eveneens aan Harvard had gestudeerd maar daar geen uitmuntende prestaties had geleverd. Later gevraagd naar zijn indruk van de nieuwe president sprak Holmes de beroemde woorden: “tweederangs intellect, eersteklas temperament.” De meeste historici zijn het er waarschijnlijk wel mee eens dat Roosevelts succes als leider eerder op zijn emotionele dan op zijn analytische IQ berustte.

Psychologen proberen al ruim een eeuw de intelligentie van mensen vast te stellen. Algemene IQ-tests meten dimensies van iemands intelligentie als het verbaal begrip en het perceptueel redeneren, maar IQ-scores kunnen slechts voor 10 tot 20% iemands succes in het leven voorspellen. De 80% die onverklaarbaar blijft is het product van honderden factoren die zich in de loop der tijd laten gelden. Emotionele intelligentie is daar één van.

Sommige deskundigen betogen dat emotionele intelligentie tweemaal zo belangrijk is als technische of cognitieve vaardigheden. Anderen opperen dat zij een bescheidener rol speelt. Bovendien verschillen psychologen van mening over de vraag hoe de twee dimensies van de emotionele intelligentie – zelfbeheersing en empathie – zich tot elkaar verhouden. Bill Clinton scoorde bijvoorbeeld laag op het eerste gebied, maar hoog op het tweede. Niettemin zijn ze het erover eens dat emotionele intelligentie een belangrijke component van leiderschap is. Richard Nixon had waarschijnlijk een hoger IQ dan Roosevelt, maar een veel lagere emotionele intelligentie.

Leiders gebruiken emotionele intelligentie om hun “charisma” of persoonlijke aantrekkingskracht in veranderende contexten te beheren. We presenteren onszelf aan anderen op verschillende manieren, om de indrukken die we achterlaten te managen: we kleden ons bijvoorbeeld “om succes te boeken”. Ook politici “kleden” zich anders voor uiteenlopende publieksgroepen. De staf van Ronald Reagan was beroemd om zijn effectiviteit in het managen van indrukken. Zelfs een harde generaal als George Patton had de gewoonte zijn stuurse blik in de spiegel te oefenen.

Een succesvol beheer van persoonlijke indrukken vereist iets van dezelfde emotionele discipline en vaardigheden die goede acteurs bezitten. Acteren en leiderschapskwaliteiten hebben veel gemeen. Allebei combineren ze zelfbeheersing met het vermogen om te “projecteren”. Reagans eerdere ervaring als Hollywood-acteur kwam hem in dit opzicht goed van pas, en ook Roosevelt was een goede acteur. Ondanks de pijn en de moeite die hij had om zijn door polio verlamde benen te bewegen, had FDR een glimlachend uiterlijk, en wilde hij niet graag in zijn rolstoel gefotografeerd worden.

Mensen richten net als andere groepen primaten hun aandacht op de leider. Of CEO's en bestuursvoorzitters dat nu beseffen of niet, de signalen die zij overbrengen worden altijd nauwkeurig in de gaten gehouden. Emotionele intelligentie omvat het bewustzijn en de beheersing van zulke signalen, en de zelfdiscipline die voorkomt dat persoonlijke psychische behoeften het beleid verstoren. Nixon kon bijvoorbeeld heel effectief een buitenlands-politieke strategie uitstippelen, maar hij was minder goed in staat de persoonlijke onzekerheden te managen die ervoor zorgden dat hij een “lijst met vijanden” opstelde, en die uiteindelijk tot zijn ondergang leidden.

Trump heeft een aantal vaardigheden die bij emotionele intelligentie behoren. Hij is een acteur wiens ervaringen als gastheer van een reality-show op televisie hem in staat hebben gesteld het overvolle veld van de Republikeinse voorverkiezingen te domineren en aanzienlijk media-aandacht te genereren. Uitgedost met zijn kenmerkende rode baseball-pet met de slogan “Make America Great Again,” leek hij het systeem naar zijn hand te hebben gezet met een winnende strategie van het gebruik van “politiek incorrecte” uitspraken om de aandacht op zichzelf te vestigen en enorme gratis publiciteit te vergaren.

Maar Trump heeft laten zien dat hij op het gebied van de zelfbeheersing tekort schiet, waardoor hij in de strijd met Hillary Clinton niet in staat is naar het centrum op te schuiven. Hij is er evenzeer niet in geslaagd de discipline tentoon te spreiden die nodig is om de details van het buitenlands beleid te beheersen, met als gevolg dat hij – anders dan Nixon – overkomt als naïef als het om wereldzaken gaat.

Trump heeft de reputatie een “bullebak” te zijn in de omgang met collega's, maar dat is niet per se slecht. Zoals de Stanford-psycholoog Roderick Kramer heeft opgemerkt, was president Lyndon Johnson ook een bullebak, en veel ondernemers uit Silicon Valley bedienen zich eveneens van deze stijl. Maar Kramer noemt zulke figuren bullebakken met een visie, die anderen ertoe aanzet hen te volgen.

En het narcisme van Trump heeft hem ertoe gebracht, dikwijls op contra-productieve wijze, te overreageren op kritiek en beledigingen. Hij raakte bijvoorbeeld verwikkeld in een dispuut met een Amerikaans islamitisch echtpaar wier zoon, een Amerikaanse soldaat, in Irak werd gedood, en in een kleingeestige ruzie met Paul Ryan, Speaker van het Huis van Afgevaardigden, nadat Trump zich gekleineerd voelde. In zulke gevallen heeft Trump zijn eigen boodschap in de weg gezeten.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Het is dit tekort aan emotionele intelligentie dat Trump de steun heeft gekost van een aantal van de meest gedistingeerde deskundigen op buitenlands politiek gebied in zijn partij en zijn land. In hun woorden: “Hij is niet in staat of bereid om waarheden van onwaarheden te scheiden. Hij moedigt geen tegengestelde inzichten aan. Hij ontbeert zelfbeheersing en handelt impulsief. Hij kan geen kritiek verdragen.” Of, zoals Holmes zou zeggen: Trump is gediskwalificeerd door zijn tweederangs temperament.

Vertaling: Menno Grootveld