A logo of the Media Services and Support Trust Fund ATTILA KISBENEDEK/AFP/Getty Images

De gevaren van staatssteun voor de media

BOEDAPEST – Het Hongaarse staatsmediabedrijf MTVA opereerde vorig jaar met een begroting van ongeveer 259 miljoen euro, waarvan het grootste gedeelte uit de nationale schatkist kwam. Dat betekent dat MTVA – dat televisiestations, radiozenders, en een nieuwsagentschap runt – een dagelijks budget van 700.000 euro had. Voor een land met slechts 10 miljoen inwoners betekent dat een schoolvoorbeeld van een verkwistende overheid.

Exclusive insights. Every week. For less than $1.

Learn More

Je zou wellicht denken dat de goede financiële gezondheid van MTVA een uitzondering is in een industrie die wordt geplaagd door teruglopende inkomsten en verouderde zakenmodellen. Maar onder de staatsgesteunde mediabedrijven van deze wereld is het opgeblazen budget van MTVA de norm geworden. Van redacties in Servië tot in Zuid-Afrika groeit de financiering op conto van de belastingbetaler. Helaas maakt deze meevaller in plaats van betere programmering te brengen de problemen van de industrie alleen nog maar groter.

Regeringen spelen al decennialang een grote rol in de binnenlandse media, en gebruiken de verdeling van etherfrequenties en licentievoorwaarden om de markt vorm te geven. En toch hebben regeringen in de afgelopen jaren ook hun invloed op de begrotingen uitgebreid. Overheidsgelden zijn momenteel tot een van de grootse inkomstenbronnen van de media geworden.

Publieke steun wordt gewoonlijk op een van de volgende drie manieren aangeboden. Een methode is om kijk- en luistergeld aan huishoudens op te leggen, een de facto belasting op content. Alhoewel de mediabegrotingen niet overal gegroeid zijn – tussen 2011 en 2015 daalde de financiering voor publieke omroepen bijvoorbeeld in 40% van de 56 lidstaten van de Europese Radio-unie – blijft overheidsgeld van groot belang. In januari 2017 keurde de Roemeense regering een begroting van 290 miljoen euro voor staatsomroep SRTV goed, een enorm bedrag in een land van slechts 20 miljoen zielen. Overeenkomstige injecties van publieke gelden zijn ook elders gemeengoed.

Aankoop van advertentieruimte is een tweede manier om staatssteun te geven. De staatsuitgaven in deze categorie kunnen significant zijn. Tijdens de eerste helft van 2013 gaf de Maleise regering bijvoorbeeld 118,5 miljoen dollar meer uit aan reclame dan de vier daaropvolgende adverteerders gecombineerd.

En ten derde dragen staten vaak geld bij aan mediakanalen die het moeilijk hebben, en dan vooral aan degenen wier berichtgeving gunstig is. In 2014 gaf de regering van Montenegro, een land met slechts 622.000 inwoners, 28 miljoen euro staatssteun aan mediakanalen. Volgens het Center for International Media Assistance omvatten de donaties ‘gulle’ steun aan de ‘betrouwbare pro-regering’ krant Pobjeda.

Financiële bijdragen zullen door de media altijd verwelkomd worden, en vooral door onafhankelijke kanalen met weinig geld. Maar wanneer deze financiering alleen onder voorwaarden komt kan de journalistieke integriteit in het geding komen. Vaak zijn mediaorganisaties niet meer dan spreekbuizen van regeringen, en bemoeien de autoriteiten zich geregeld met redactionele aangelegenheden.

Hongarije is hier een goed voorbeeld van. In 2010, niet lang nadat de rechts-populistische Fidesz partij aan de macht kwam, ontsloegen staatsfunctionarissen een groot aantal MTVA-journalisten die kritisch waren geweest over Fidesz tijdens de verkiezingscampagne. Sindsdien hebben de autoriteiten de mediawetgeving ingrijpend hervormd, een zet waarvan sommigen vrezen dat deze ‘het mediapluralisme op lange termijn zal inperken.’

Een vergelijkbaar grote grip wordt gemeld in Macedonië, waar de Europese Commissie de regering in 2014 bekritiseerde om het gebruik van reclamegelden voor een grotere staatscontrole over de nieuwsinhoud. Er bestaan over de hele wereld talloze andere voorbeelden van gelijksoortige bemoeienis met de mediasector.

Over het algemeen neigen regeringen hun goedgezinde mediakanalen te financieren, of nieuwsorganisaties die bereid zijn in de pas te lopen. Volgens een rapport uit 2014 over de toekomst van de digitale journalistiek voor de Open Society Foundations dat ik mede redigeerde gebruikten regeringen in meer dan de helft van de markten die we onderzochten financiële druk om nieuwsorganisaties te manipuleren. Het leidt geen twijfel dat dat aandeel in jaren daarop alleen nog maar groter is geworden.

Algemener gezien verstoren regeringen door het begunstigen van dociele journalistiek of het bezuinigen op kritische stemmen in de media de markt in hun eigen voordeel. In 2012 gaf een geldinjectie van de Servische autoriteiten het door de staat gecontroleerde nieuwsagentschap Tanjug een enorm concurrerend voordeel tegenover de onafhankelijke nieuwsdienst Beta. Ook in Hongarije worstelt de onafhankelijke journalistiek ermee om de staatsgesponsorde reuzen bij te houden. Een voorbeeld is Atlatszo, een start-up voor onverschrokken onderzoeksjournalistiek. Ongeveer geheel gefinancierd door donaties is het jaarlijkse budget van Atlatszo minder dan de helft van de dagelijkse toelage van MTVA.

Terwijl publiek geld het medialandschap verandert blijkt in veel landen de belastingbetaler niet de voornaamste begunstigde. Zelfs wanneer er maar een fractie van de heersende budgettaire wind mee naar onafhankelijke mediaorganisaties zou waaien zou de journalistiek al opbloeien en zou het publiek beter geïnformeerd worden. Op het moment echter zijn de grootste winnaars op de markt van de publieke media regeringen die een spartelende industrie manipuleren.

Vertaling Melle Trap

http://prosyn.org/gMfhaEB/nl;

Handpicked to read next