James Madison Universal History Archive/Getty Images

De Founding Fathers versus Trump

BERKELEY – Vanaf het prille begin van het Amerikaanse experiment had een van de Founding Fathers van het nieuwe land, Alexander Hamilton, serieuze twijfels over de democratie. ‘Het is onmogelijk om de geschiedenis van de kleinzielige republieken van Griekenland en Italië te lezen zonder gevoelens van afschuw en walging over de … staat van eeuwige vibratie tussen de extremen van tirannie en anarchie,’ zo schreef hij in The Federalist Papers No.9.

Maar Hamilton vervolgde met het prijzen van principes zoals ‘de reguliere distributie van macht in gescheiden departementen, de introductie van wetgevende checks and balances, de instelling van rechtbanken die zijn samengesteld uit rechters die hun ambt bekleden onder goed gedrag, en de representatie van het volk in de wetgevende macht.’ Dit, zo schreef hij, ‘zijn middelen, en krachtige middelen, waardoor de uitmuntendheid van een republikeinse regering behouden kan worden en de imperfecties ervan verminderd of vermeden worden.’

En toch zouden deze verbeteringen in de ‘wetenschap van de politiek’ die Hamilton identificeerde net zo goed toepasbaar kunnen zijn op monarchieën als op republieken, en kwamen deze in feite ook voort uit monarchieën. De Plantagenet-dynastie die Engeland tussen de twaalfde en vijftiende eeuw regeerde professionaliseerde de rechterlijke macht en schiep het precedent van het veiligstellen van toestemming van het parlement voordat belastingen verhoogd werden. Overeenkomstig waren de professionele bureaucratie en de distributie van macht die je zou verwachten in een republiek ook verankerd in de Raad van Indië en de Raad van Castilië onder de 16e-eeuwse Spaanse monarch Filips II.

Als de door Hamilton aangehangen politieke instituties net zoveel potentieel hadden om de monarchie te verbeteren als het republikanisme waarom had hij dan zoveel vertrouwen in deze laatste vorm van bestuur? Hij heeft deze vraag nooit beantwoord maar een van de andere Founding Fathers James Madison heeft hier wel uitgebreid aandacht aan besteed.

Afgaand op zijn bijdragen aan The Federalist Papers was de positie van Madison gecentreerd rond twee kernideeën: ‘representatie’, die hij verwelkomde, en ‘factie’, waar hij tegen waarschuwde. Wat betreft representatie vermoedde Madison dat ‘de stem van het volk wanneer uitgesproken door vertegenwoordigers van het volk meer zal doorklinken naar het publieke goed dan wanneer uitgesproken door het volk zelf.’

Madison verwachtte van verkozen vertegenwoordigers dat ze naar buiten zouden kijken en de belangen van de mensen zouden inschatten en zouden voortborduren op hun kennis en ideeën. Maar hij hoopte ook dat verkozen officials naar binnen zouden kijken, naar de regering en naar elkaar, om te garanderen dat beleid goed vormgegeven zou worden. Door middel van prudente representatie kan een republikeinse vorm van regeren de voordelen van professionalisering en expertise genieten zowel als die van nieuwe ideeën uit de maatschappij en zo het algemene belang dienen.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Tegelijkertijd onderstreepte Madison het belang van het vermijden van factionalisme, dat hij definieerde als ‘een zekere algemene impuls van passie of van eigenbelang die tegengesteld is aan de rechten van andere burgers of aan de permanente en gezamenlijke belangen van de gemeenschap.’ Een monarchie of aristocratie is natuurlijk niets anders dan een factie – een die stevig de touwtjes in handen heeft en weinig druk ervaart om zich in te zetten voor het algemeen belang of om nieuwe ideeën in overweging te nemen. Maar in een republiek, zo observeerde Madison, kan een factie alleen heersen als deze een electorale meerderheid tot zijn beschikking heeft. Daarom, zo schreef hij, ‘maak je het wanneer je een grotere variëteit aan partijen en belangen betrekt minder waarschijnlijk dat een meerderheid van het geheel een gezamenlijk motief zal hebben om de rechten van andere burgers te schenden.’

Het probleem is hier natuurlijk dat er desalniettemin toch meerderheden met kwaadaardige ‘gezamenlijke motieven’ zullen opkomen. Dat is hoe de VS tot de bijna een eeuw durende periode van ‘Jim Crow’ rassenscheiding kwam na de Burgeroorlog, en tot het samendrijven van Japanse Amerikanen in concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog en andere beschamende episodes.

Of denk aan wat we nu de etnische zuivering zouden noemen van Cherokee-land in de vroege negentiende eeuw – een daad van door de staat gesanctioneerde migratie die bekend staat als de ‘Trail of Tears.’ Toen het hooggerechtshof van de VS in 1832 vonniste dat de Cherokee in feite een soevereine natie waren negeerde toenmalig president Andrew Jackson dit simpelweg. ‘De beslissing van het hooggerechtshof is doodgeboren,’ zo zei hij tegen brigadegeneraal John Coffee, en ‘kan Georgia niet dwingen om zich bij deze opdracht neer te leggen.’

Jackson wees zo een beslissing af die was genomen door wat Hamilton ‘rechters die hun ambt bekleden onder goed gedrag.’ zou noemen. Door dit te doen bevestigde hij de angst van Madison dat wanneer de bureaucratie, gangbare procedures, en overleg niet de passies van een meerderheidsfactie kunnen overstijgen er geen ‘republikeinse remedie kan zijn voor de ziektes waar een republikeinse regeringsvorm vatbaar voor is.’

Ondertussen is het al meer dan eeuw geleden sinds de constitutionele en semi-constitutionele monarchieën van Europa met hun eigen politieke crises te maken kregen. Tijdens deze gebeurtenissen bewogen ze zich niet richting gecentraliseerde socialistische dictaturen of plebiscitaire etnocratieën met een sterke leider, maar in plaats daarvan richting representatieve parlementaire democratieën.

Het Amerikaanse experiment heeft het punt van existentiële crisis nog niet bereikt. Maar er kan maar weinig twijfel over bestaan dat de VS in het tijdperk Trump te maken heeft met de problemen die Madison voorzag toen hij waarschuwde dat ‘er niet altijd verlichte staatslieden’ die in staat zijn om ‘botsende belangen onderhorig aan het publieke goed te maken … aan het roer zullen staan.’

De twee primaire voordelen van de republikeinse democratie die Madison identificeerde – een prudente, geïnformeerde representatie en het overstijgen van factionalisme – lijken verdwenen te zijn. Om een republikeinse democratie de beste manier van regeren te laten blijven moeten deze hervonden worden.

Vertaling Melle Trap

http://prosyn.org/Vh58QbQ/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.