Toddler concentrated with a tablet Getty Images

De informatierevolutie staat nog in de kinderschoenen

CAMBRIDGE – Er wordt vaak gezegd dat we een informatierevolutie beleven. Maar wat betekent dit, en waar leidt die revolutie ons heen?

Informatierevoluties zijn niet nieuw. In 1439 gaf de drukpers van Johannes Gutenberg de aanzet tot het tijdperk van de massacommunicatie. Onze huidige revolutie, die in de jaren zestig in Silicon Valley van start is gegaan, is verbonden met de Wet van Moore: het aantal transistoren op een computerchip verdubbelt iedere paar jaar.

Aan het begin van de 21e eeuw kostte computerkracht een duizendste van wat het begin jaren zeventig kostte. Nu verbindt het internet vrijwel alles met elkaar. Halverwege 1993 waren er in de hele wereld ongeveer 130 websites; tegen 2000 was dat aantal de 15 miljoen gepasseerd. Vandaag de dag zijn er ruim 3,5 miljard mensen online; deskundigen voorspellen dat het “Internet of Things” in 2020 20 miljard apparaten met elkaar zal verbinden. Onze informatierevolutie staat nog in de kinderschoenen.

Het belangrijkste kenmerk van de huidige revolutie is niet de snelheid van de communicatie,  want de telegraaf maakte midden 19e eeuw al razendsnelle communicatie mogelijk. De cruciale verandering is de enorme reductie van de kosten van het doorgeven en opslaan van informatie. Als de prijs van een auto net zo snel was gedaald als de prijs van computerkracht, zou je vandaag de dag een auto kunnen kopen voor dezelfde prijs als een goedkope lunch. Als de prijs van een technologie zó snel daalt, wordt die technologie alom toegankelijk en vallen de drempels voor entree weg. Zo wordt de hoeveelheid informatie die wereldwijd kan worden doorgegeven vrijwel oneindig.

De kosten van informatieopslag zijn ook dramatisch gedaald, waardoor ons huidige tijdperk van big data mogelijk is geworden. Informatie die ooit een heel pakhuis zou hebben gevuld kun je nu wegstoppen in de zak van je overhemd.

In het midden van de 20e eeuw waren mensen bang dat de computers en communicatiemiddelen van de huidige informatierevolutie naar het soort gecentraliseerde controle zouden leiden die worden verbeeld in de dystopische roman 1984 van George Orwell. Big Brother zou ons allemaal in de gaten houden vanuit een centrale computer, waardoor individuele autonomie betekenisloos zou worden.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Nu de kosten van computerkracht zijn afgenomen en computers de omvang hebben gekregen van smartphones, horloges en andere draagbare apparaten, hebben de decentraliserende gevolgen daarvan de centraliserende effecten aangevuld, waardoor peer-to-peer-communicatie en de mobilisatie van nieuwe groepen mogelijk is geworden. Toch heeft deze technologische trend ironisch genoeg ook de surveillance gedecentraliseerd: miljarden mensen dragen vandaag de dag vrijwillig een apparaat bij zich dat voortdurend hun privacy schendt, door de omgeving te scannen op mobieletelefoniemasten. We dragen Big Brother nu met ons mee.

Op dezelfde manier genereren de alomtegenwoordige sociale media nieuwe transnationale groepen, maar scheppen ze ook mogelijkheden voor manipulatie door overheden en anderen. Facebook verbindt ruim twee miljard mensen, en deze verbindingen en groepen kunnen voor politieke doeleinden worden geëxploiteerd, zoals is gebleken uit de Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Europa heeft met zijn nieuwe General Data Protection Regulation (GDPR) geprobeerd regels vast te stellen voor de bescherming van de privacy, maar het succes daarvan is nog onzeker. Intussen combineert China surveillance met de ontwikkeling van sociaal “krediet,” dat persoonlijke vrijheden zoals reizen aan banden zal leggen.

Informatie biedt macht, en méér mensen dan ooit tevoren hebben toegang tot méér informatie, of dat nu goed is of slecht. Die macht kan niet alleen door overheden worden gebruikt, maar ook door niet-statelijke partijen, uiteenlopend van grote ondernemingen en non-profitorganisaties tot criminelen, terroristen en informele ad hoc-groeperingen.

Dit betekent niet het einde van de natiestaat. Overheden blijven de machtigste spelers op het wereldtoneel; maar op dat toneel is het drukker geworden, en veel van de nieuwe spelers kunnen effectief met elkaar concurreren op het gebied van de zachte macht. Een sterke marine is belangrijk als je de belangrijkste scheepvaartroutes wilt controleren, maar zet op het internet weinig zoden aan de dijk. In het 19e-eeuwse Europa was het kenmerk van een grootmacht het vermogen om in een oorlog de overwinning op te eisen, maar – zo heeft de Amerikaanse analist  John Arquilla opgemerkt  – in het huidige mondiale informatietijdperk hangt een overwinning doorgaans niet af van de vraag wiens leger de doorslag geeft, maar wiens verhaal wint.

Publieke diplomatie en het vermogen om aantrekkingskracht uit te oefenen en te overtuigen worden steeds belangrijker, maar de publieke diplomatie is aan het veranderen. De dagen zijn voorbij dat ambtenaren van de buitenlandse dienst met filmprojectoren naar het achterland reisden om films te vertonen aan geïsoleerde publieksgroepen, of dat mensen achter het IJzeren Gordijn samenhokten bij een kortegolfradio om naar de BBC te luisteren. De technologische vooruitgang heeft tot een explosie van informatie geleid, en dat heeft weer een “paradox van de overvloed” teweeggebracht: een overvloed aan informatie leidt tot schaarste aan aandacht.

Als mensen worden overweldigd door het volume van de informatie waarmee zij worden geconfronteerd, is het lastig te bedenken waar je je op moet richten. Aandacht – en niet informatie – wordt de schaarse hulpbron. De zachte macht van de aantrekkingskracht wordt een nog belangrijkere machtsbron dan voorheen, maar dat geldt ook voor de harde, scherpe macht van de informatieoorlog. En als reputaties belangrijker worden, vermenigvuldigen de politieke gevechten over de schepping en vernietiging van geloofwaardigheid zich. Informatie die propaganda blijkt te zijn, zal niet alleen worden versmaad, maar kan ook contraproductief blijken te zijn als de geloofwaardigheid van een land erdoor wordt ondermijnd.

Tijdens de Irak-oorlog was de behandeling van gevangen in de Abu Ghraib-gevangenis en in Guantanamo Bay niet consistent met de verklaarde waarden van Amerika; dit bracht een indruk van hypocrisie teweeg die niet teniet kon worden gedaan door het uitzenden van beelden van moslims die een goed leven leidden in Amerika. Op dezelfde manier ondermijnen de tweets van president Donald Trump, die aantoonbaar niet kloppen, de geloofwaardigheid van Amerika en tasten zij de zachte macht van het land aan.

De effectiviteit van de publieke diplomatie wordt beoordeeld aan de hand van het aantal mensen dat van mening is veranderd (gemeten in de vorm van interviews of opiniepeilingen), en niet aan de hand van het aantal dollars dat is uitgegeven. Het is interessant om op te merken dat uit peilingen en de Portland index van de Soft Power 30 een afname van de zachte macht van Amerika blijkt sinds het begin van de regering-Trump. Tweets kunnen helpen bij het vaststellen van de mondiale agenda, maar zij brengen geen zachte macht voort als ze niet geloofwaardig zijn.

Nu worden al deze processen versneld door de zich rap ontwikkelende technologie van de kunstmatige intelligentie of het “machine learning.” Door robots geschreven berichten zijn vaak moeilijk detecteerbaar. Maar het staat te bezien of geloofwaardigheid en een overtuigend verhaal volledig kunnen worden geautomatiseerd.

Joseph Nye is hoogleraar aan de Harvard Universiteit en auteur van The Future of Power.

http://prosyn.org/qQ6aZeT/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.