10

De nationalistische nachtwacht van Europa

PARIJS – In heel Europa is het populisme in opkomst, omdat zowel landen die kampen met een economische crisis als welvarende landen steeds meer moeite hebben met hun gevestigde politieke elites. Maar het is onwaarschijnlijk dat populisten in de nabije toekomst de controle over een of andere Europese regering in handen krijgen, zelfs in landen waar het gevaar momenteel het grootst lijkt, zoals in Hongarije, Griekenland of Frankrijk. De meerderheid van de kiezers, gedreven door angst of gezond verstand, zijn (nog) niet bereid het vooruitzicht te aanvaarden geïsoleerd te raken van de rest van Europa.

Maar dat betekent niet dat de Europese Unie veilig is voor verdeeldheid zaaiende krachten. Integendeel, de terugkeer van het nationalisme, zelfs (en vooral) in de landen die ruim zestig jaar geleden de kern van EU-oprichters vormden, vertegenwoordigt een minder spectaculaire maar potentieel schadelijker dreiging voor de Europese eenheid.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Deze trend openbaarde zich vorige week op schrille wijze tijdens mijn bezoek aan Nederland, een van de zes oorspronkelijke ondertekenaars van het Verdrag van Rome. Op die reis bezocht ik het Rijksmuseum, dat in 2013 werd heropend na een renovatie van tien jaar. Het oude gebouw, dat een beetje versleten was geraakt, was een eerbetoon geweest aan de universele aantrekkingskracht van de grote schilders van het land, zoals Rembrandt en Vermeer; het was een perfecte viering van licht en familie.

Ondanks een opmerkelijke en succesvolle reïncarnatie brengt het nieuwe Rijksmuseum een heel andere boodschap over - eerder een viering van de Nederlandse kunst en geschiedenis. Eén zaal is helemaal gewijd aan de zeemacht van de Lage Landen in de tweede helft van de zeventiende eeuw, toen – onder het commando van admiraal Michiel de Ruyter – het nog niet zo lang daarvóór onafhankelijk geworden Nederland op zee de Fransen, de Spanjaarden en zelfs de Britten de baas was.

Een andere zaal, genaamd “Waterloo,” belicht de nederlaag van Napoleon op - destijds - Nederlandse bodem. Het middelpunt is een enorm schilderij, gerestaureerd dankzij donaties van Nederlandse burgers, dat eer betuigt aan de Hertog van Wellington, en aan de rol van Willem van Oranje, de toekomstige koning der Nederlanden, tijdens de veldslag.

Uiteraard heb ik geen moeite met die Waterloo-zaal vanuit een of ander misplaatst gevoel van Frans chauvinisme. Napoleon was nu eenmaal een despoot, die nutteloze en buitengewoon bloedige oorlogen heeft gevoerd, van Spanje tot Rusland. Zijn nederlaag was geen tragedie, zachtjes uitgedrukt.

Maar in het oude Rijksmuseum was geen zaal nodig voor de viering van die nederlaag. De collectieve psyche van de Nederlanders had geen behoefte aan een verwijzing naar de bijdrage van hun land aan de ondergang van Napoleon, die heeft geleid tot het herstel van hun onafhankelijkheid, en – voor een korte periode – tot hun controle over het hedendaagse België.

Toch hebben de Nederlanders de afgelopen jaren – in de tien jaar sinds hun spectaculaire afwijzing van het verdrag over een grondwet voor de Europese Unie – steeds meer de behoefte gevoeld om de glorie van hun verleden op de meest traditionele manieren te vieren. Net als andere Europeanen doen zij een beroep op het verleden ter compensatie van de desillusies en frustraties van het heden, en de onzekerheden van de toekomst.

Zestig jaar geleden was een terugkeer naar het verleden precies datgene wat de Europese landen probeerden te vermijden. Zij verheerlijkten geen historische veldslagen, omdat ze de ruïnes van die veldslagen overal om zich heen konden zien – beelden die hen ertoe inspireerden om aan een ander soort toekomst te bouwen. Door de nationale soevereiniteit te overstijgen hoopten ze zichzelf te beschermen tegen een terugkeer van conflicten en verwoestingen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat trots op de nationale identiteit op zichzelf niet slecht is. Integendeel, in een Europa dat bestaat uit diverse landen, is vertrouwen in de eigen identiteit een voorwaarde voor de voltooiing van de economische en politieke integratie. Om een trotse Europeaan te kunnen zijn moet je ook een trotse Duitser, Spanjaard of Pool kunnen zijn.

Maar wat als die nationale trots op de voorgrond treedt in een tijd van diepgaande, zelfs existentiële, twijfels over de waarde van Europa? Hoewel de meeste Europeanen begrijpen dat hun landen de problemen waarvoor zij staan niet in hun eentje kunnen oplossen, zijn ze het vertrouwen kwijt in de gedachte dat Europa het antwoord is. Want buiten de voortdurende economische problemen is de EU tot nu toe niet in staat gebleken een gemeenschappelijke oplossing te vinden voor de escalerende vluchtelingencrisis, die coherent, stevig en in lijn met de Europese waarden is.

De EU is op zichzelf prima in staat om deze problemen het hoofd te bieden. Maar wat de EU daarvoor nodig heeft – méér integratie – is precies datgene waaraan de meeste Europeanen hun steun niet meer willen verlenen. Het lijkt waarschijnlijk dat slechts een grote onmiddellijke bedreiging, zoals een oorlog met Rusland, hen ertoe zal aanzetten meer bevoegdheden over te dragen aan Europese instellingen waarin zij het vertrouwen zijn verloren.

Fake news or real views Learn More

De zeventig jaar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog vormen slechts een klein deel van de geschiedenis van Europa – zeker niet lang genoeg om de manier te veranderen waarop mensen naar zichzelf of hun land kijken. Het gevaar is dat een periode van zeventig jaar wél net lang genoeg is om de Europeanen het zicht te laten verliezen op de reden waarom zij in de eerste plaats naar integratie streefden. Als dat het geval is, is het soort verheerlijking van het verleden dat in het gerenoveerde Rijksmuseum te zien is een heel slecht voorteken.

Vertaling: Menno Grootveld