1

Waarom moeten we financieel inclusieve economieën inrichten?

SEATTLE – Het thema van de G20-top, die het afgelopen weekend gehouden werd in het Duitse Hamburg, was “vormgeven aan een onderling verbonden wereld.” Toen de leiders aan het werk togen, trokken veel van de onderwerpen die doorgaans al in de schijnwerpers staan – klimaatverandering, terrorismebestrijding, handel – de meeste aandacht. Er is echter ook een minder bekend onderwerp dat níet minder belangrijk is voor het zeker stellen van de voorspoed in de wereld: digital financial inclusion, het op digitale financiële netwerken aansluiten van zoveel mogelijk mensen.

Vandaag de dag hebben zo'n twee miljard volwassenen nog steeds geen toegang tot zelfs maar de meest basale financiële diensten. Digital financial inclusion gaat over het uitbreiden van de toegang tot de formele economie door elektronische financiële instrumenten – zoals bankrekeningen, waar mensen toegang tot hebben via hun mobiele telefoon – op grote schaal betaalbaar te maken en beschikbaar te stellen.

Als de armen gebruik gaan maken van deze diensten, gebeuren er twee dingen. In de eerste plaats beheren ze op doelmatiger wijze hun geld – met nieuwe manieren om te sparen, betalingen te doen, krediet te verkrijgen of verzekeringen af te sluiten. In de tweede plaats besteden ze minder tijd aan het verrichten van eenvoudige financiële transacties, en méér aan productieve werkzaamheden of het runnen van hun eigen bedrijfjes. Bovendien versterken extra inkomsten en besparingen de weerbaarheid van arme mensen tegen financiële schokken, die bijvoorbeeld voortvloeien uit onverwachte medische kosten of een mislukte oogst.

Er is geen tekort aan bewijsmateriaal voor het transformatieve effect op economieën van digital financial inclusion. In Kenia heeft “mobiel geld,” dat gebruikers in staat stelt betalingen te doen via sms-berichten, bijvoorbeeld geholpen naar schatting 194.000 huishoudens aan de extreme armoede te laten ontsnappen. De doorbraak daar werd gedreven door veranderingen in het spaargedrag en grotere beroepskeuzemogelijkheden, met name voor vrouwen.

Naarmate meer landen zulke veranderingen ervaren, verbeteren de vooruitzichten voor aanhoudende economische groei dramatisch. Uit recent onderzoek blijkt dat het uitbreiden van de toegang tot digitale financieringsinstrumenten het bbp van ontwikkelingslanden in 2025 met naar schatting $3,7 bln kan laten oplopen.

Maar om de vruchten te kunnen plukken van digital financial inclusion is effectief beleid op nationaal niveau nodig. Vorig jaar publiceerde de G20 het rapport “High-Level Principles for Digital Financial Inclusion,” dat zich richt op acht van de meest succesvolle strategieën die door nationale overheden over de hele wereld zijn geadopteerd. Een nieuw G20-rapport dat dit voorjaar is verschenen onderzoekt deze strategieën verder en laat zien hoe je principes kunt omzetten in actie.

China is op dit terrein een voorloper geweest, door aan te tonen hoe je een evenwicht kunt aanbrengen tussen innovatie en risico. Toen online betalingssystemen als Alibaba’s Alipay voor het eerst opdoken, werden de toezichthouders geconfronteerd met een heel nieuw soort financiële dienstverlener. In plaats van meteen al met een hele batterij regels te komen, keken ze en leerden ze om te kijken welke soorten regelgeving nodig waren. Dit gaf de providers de kans vaste grond onder de voeten te krijgen en zich te ontwikkelen. Deze aanpak heeft Alipay geholpen 's werelds grootste online betalingsplatform te worden.

Vernieuwingen op het gebied van het toezicht elders zijn de oplossing voor een ander probleem: het gebrek aan persoonlijke identificatiemiddelen voor nieuwe rekeninghouders. Dit is een algemeen probleem in veel ontwikkelingslanden, en heeft ervoor gezorgd dat honderden miljoenen mensen zich niet hebben kunnen opgeven voor financiële diensten. Om deze hindernis uit de weg te ruimen hebben Tanzania en Mexico systemen geïmplementeerd die niets anders vergen dan een telefoonnummer voor het openen van een zeer eenvoudige rekening. In beide landen zijn deze programma's succesvol geweest; in Mexico werden de eerste twee jaar bijvoorbeeld ruim negen miljoen nieuwe rekeningen geopend.

Daarnaast lanceert India een grootschalig digitaal identificatieprogramma, waarbij vingeradrukken en andere biometrische gegevens worden verzameld. Sinds dat programma zes jaar geleden van start ging zijn al ruim één miljard digitale profielen gecreëerd; vandaag de dag is ruim een derde van deze profielen gekoppeld aan bankrekeningen.

Toch benadrukt het meest recente rapport van de G20 ook een aantal problemen. “Interoperabiliteit” – het vermogen van klanten om onderling transacties te verrichten, ook al maken ze gebruik van verschillende platforms – is vandaag de dag bijvoorbeeld slechts op een paar markten de norm. Overheidsbeleid om dit aan te pakken zou het klantgemak helpen vergroten en de operationele kosten voor providers helpen verlagen. Gebruikers met weinig tot geen ervaring met de omgang met online-betalingssystemen zouden ook profiteren van de omarming van beleid dat de financiële geletterdheid verbetert.

De rapporten van de G20 maken alles bij elkaar genomen duidelijk dat digital financial inclusion een krachtig instrument is voor de aanpak van de armoede. Maar rijkere landen kunnen eveneens profiteren, omdat digital financial inclusion, mits goed ten uitvoer gelegd, de consumentenactiviteit en de handel stimuleert.

Onder het voorzitterschap van China heeft de G20 vorig jaar van het verbeteren van de toegang tot digitale financiële diensten een mondiale prioriteit gemaakt; dat zal onder het voorzitterschap van Duitsland zo blijven. Deze focus zal de toegang tot de wereldeconomie helpen verbeteren voor de miljarden die dit het hardst nodig hebben – met name de armen, ouderen en vrouwen in de ontwikkelingslanden.

De wereld is beter gaan begrijpen hoe financial inclusion precies werkt, en hoe digitale technologie dit proces kan versnellen. Dat is goed nieuws voor de mensen zonder bankrekening. Maar het op de agenda van een topconferentie plaatsen van dit onderwerp is niet genoeg. Om de innovatie gaande te houden zijn er plaatselijke oplossingen nodig voor mondiale problemen. Zoals de leiders in China, Kenia, Mexico en veel andere landen al hebben ontdekt, komt een economie die iedereen omvat uiteindelijk allen ten goede.

Vertaling: Menno Grootveld