14

De Russische Koude Oorlogs-gewoonten

MOSKOU – Een paar weken geleden heeft Michail Gorbatsjov – de laatste leider van de Sovjet-Unie en de man die meer dan wie dan ook heeft gedaan om een einde te maken aan de Koude Oorlog – tegen het Duitse dagblad Bildgezegd dat het mogelijk is “alle kenmerken van een nieuwe Koude Oorlog in de wereld van vandaag te ontwaren.” De Verenigde Staten “hebben Rusland daar al in getrokken,” aldus Gorbatsjov, in een poging “hun triomfalistische ideeën te verwezenlijken.”

Maar is de huidige vijandschap tussen de VS en Rusland werkelijk “nieuw”? En is het geloofwaardig de schuld in overweldigende mate bij de VS te leggen, zoals Gorbatsjov en zeker het Kremlin geneigd zijn te doen? Om deze vragen te beantwoorden moeten we te rade gaan bij de geschiedenis – en lang vóór de “IJzeren Gordijn-toespraak” van Winston Churchill uit 1946 beginnen.

In feite dateert de vijandige relatie tussen Rusland en het Westen van ruim een eeuw vóór de Koude Oorlog. In de jaren twintig van de 19e eeuw kwam Rusland niet alleen als de voornaamste winnaar uit de Napoleontische oorlogen tevoorschijn, maar ook als de meest conservatieve – of beter gezegd: reactionaire – kracht in Europa. Onder de tsaren Alexander I en Nicolaas I stond het land klaar om ieder teken van een wederopleving van de “revolutionaire ziekte” die de monarchieën van het continent infecteerde de kop in te drukken.

Tegen 1830 was de kloof tussen de landen van de “Heilige Alliantie” (Rusland, Pruisen en Oostenrijk) en de rest van Europa diep. En toen Rusland twee “kleuren”-revoluties – de Poolse opstand van 1830-'31 en de Hongaarse revolutie van 1848-'49 – onderdrukte, werd die kloof alleen nog maar dieper. Beide interventies leidden tot een enorme golf van anti-Russische sentimenten op het continent.

Om de positie van Rusland te versterken keek Nicolaas I naar de orthodoxe volkeren op de Balkan en in het Ottomaanse Rijk, en zijn minister van Marine, Alexander Mensjikov, eiste in 1853 dat Rusland werd aangesteld als de officiële beschermheer van de twaalf miljoen orthodoxe burgers van het Ottomaanse Rijk. Toen die eis werd afgewezen, bezetten Russische troepen het door het Ottomaanse Rijk gecontroleerde Moldavië en Wallachije – een stap die  uiteindelijk tot de Krimoorlog leidde, die Rusland in 1856 op spectaculaire wijze verloor. In mijn ogen markeert dat verlies het einde van een eerste, grofweg dertigjarige Koude Oorlog tussen Rusland en Europa.

Wat de meeste mensen zien als de Koude Oorlog begon bijna een eeuw later, na de Tweede Wereldoorlog, toen de Sovjet-Unie, die zijn invloedssfeer wilde uitbreiden, communistische regeringen installeerde van Polen tot Bulgarije. In 1946 begon de Sovjet-Unie Griekenland te destabiliseren, en bij de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken, die werd opgericht bij de overeenkomst van Potsdam in 1945, eiste het Kremlin de zeggenschap over Tripolitania in Noord-Afrika – een eis die door de westerse leiders werd verworpen. Het jaar daarop verhinderde de Sovjet-Unie dat haar satellietstaten deelnamen aan het Marshall Plan, bedoeld om de Europese economie na de oorlog te herstellen. Jozef Stalin kondigde vervolgens een blokkade af van West-Berlijn, in een mislukte poging om naleving van dat besluit af te dwingen.

De Koude Oorlog bracht de Sovjet-Unie en de VS op de rand van een oorlog over Korea in de jaren vijftig en over Cuba in 1962. Maar net als in de 19e eeuw ging de confrontatie grotendeels over de controle over Europa, wat wordt geïllustreerd door de Sovjet-interventies in Hongarije in 1956 en Tsjechoslowakije in 1968.

De Koude Oorlog kwam eind jaren tachtig ten einde nadat de Sovjet-Unie een “beperkte” perifere oorlog had verloren, die veel weg had van de Krimoorlog uit de 19e eeuw. De oorlog in Afghanistan in de jaren tachtig putte tenslotte het militaire en economische potentieel van de Sovjet-Unie uit, waardoor zij zich gedwongen zag haar satellietstaten in Europa vaarwel te zeggen en uiteindelijk in elkaar stortte.

De Koude Oorlog van vandaag de dag lijkt in veel opzichten op de twee eerdere confrontaties. Om te beginnen wijst Rusland, zoals het geval was in de jaren twintig van de 19e eeuw en de jaren veertig van de 20e, op agressieve wijze westerse waarden af, en verzet het zich tegen de VS. Hoewel niemand dreigt Rusland aan te vallen, wordt anti-westerse hysterie opnieuw gebruikt om de aandacht af te leiden van binnenlandse economische problemen en de steun voor de leider van het land te consolideren.

Zo roept het Rusland van president Vladimir Poetin zichzelf, net als het Rusland van tsaar Nicolaas I, uit tot beschermheer van het orthodoxe geloof en de Russische (overeenkomstig de 19e-eeuwse Slavische) wereld. Deze claim heeft het Kremlin voorzien van een kant-en-klare rechtvaardiging voor de destabilisering van buurlanden als Oekraïne en de ondersteuning van afscheidingsbewegingen van Moldavië tot Georgië, terwijl het land openlijk oproept tot de onderdrukking van “kleurenrevoluties” in de nabije buurlanden.

Dit duidt op een cruciaal aspect van de huidige Koude Oorlog: het Westen “trekt” niemand hierin mee. In feite ging het bij alle drie de confrontaties sinds de 19e eeuw om Russische actie, veroorzaakt door binnenlandse problemen, die leidde tot Europese of westerse pogingen om tot strategische indamming te komen. Vandaag de dag reageert het Westen op de Russische annexatie van de Krim en de bezetting van de Donbas-regio in het oosten van Oekraïne, net zoals het Westen reageerde op de annexatie van Wallachije in 1853 en de blokkade van West-Berlijn in 1948.

Bovendien bestond het westerse kamp bij alle drie deze confrontaties uit diverse “natuurlijke bondgenoten,” terwijl Rusland altijd op eigen houtje of met kleinere satellieten heeft gehandeld. Alle drie de keren hebben de Russische leiders een bereidheid tentoongespreid om anderen de schuld te geven van dwaasheden die uit binnenlandse problemen voortkwamen, alle potentiële bondgenoten en sympathisanten van zich te vervreemden, en de menselijke en economische hulpbronnen van het land te verkwisten. Op basis van deze geschiedenis lijkt het waarschijnlijk dat de Russische pogingen om vermeende vijanden in toom te houden alleen maar zullen leiden tot economische ineenstorting en politieke chaos, waardoor de elites van het land gedwongen zullen worden hun geopolitieke aspiraties te laten varen en zich met dringende binnenlandse kwesties bezig te houden.

In dit opzicht kan de Amerikaanse president Donald Trump deels gelijk hebben als hij zegt dat “iedereen op het juiste moment wel bij zinnen zal komen.” Maar het tweede deel van zijn claim – dat “er sprake zal zijn van duurzame vrede” – negeert de volledige geschiedenis van de Russische relatie met het Westen. Vroeg of laat zal de hele cyclus opnieuw van start gaan.

Vertaling: Menno Grootveld