0

Onafhankelijkheid qua immunisatie

WASHINGTON, DC – De eerste jaren van deze eeuw is de mondiale volksgezondheid onstuimig verbeterd. Internationale donoren – of het nou nationale regeringen zijn zoals de VS door middel van zijn PEPFAR-programma, of nieuwe internationale financieringsmechanismen zoals het Global Fund to Fight tegen AIDS, Tuberculosis, and Malaria, en Gavi, the Vaccine Alliance – hebben miljarden dollars geïnvesteerd in programma’s voor nationale ziektebestrijding en zorgsystemen en zo miljoenen mensen het leven gered.

Maar nu krijgen een aantal landen die hebben geprofiteerd van deze programma’s met een nieuwe uitdaging te maken: het vasthouden van de vooruitgang die ze hebben geboekt wanneer de externe hulp wordt ingetrokken. Uiteindelijk is het op basis van deze transitie dat de initiatieven van donoren – en de gezondheidshulp als geheel – zullen worden beoordeeld.

Neem Gavi, the Vaccine Alliance. Opgericht in 2000 door een partnerschap van grote donoren, internationale organisaties, en voorlopers uit de vaccin-industrie is het doel van Gavi om ’s werelds armste landen te helpen nieuwe levensreddende vaccins te introduceren en om hun immunisatieprogramma’s te verbeteren. Wanneer het jaarlijkse per capita inkomen van een land boven een bepaald niveau stijgt – momenteel is dat 1580 dollar – komt het niet meer in aanmerking voor steun van Gavi.

Natuurlijk stopt Gavi dan niet direct alle financiering. De intrekking van steun wordt over een periode van meerdere jaren uitgesmeerd. Tijdens deze transitieperiode verhogen landen in hoog tempo hun financiële bijdrage aan hun immunisatieprogramma’s en bereiden zich voor om de volle verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Deze aanpak, die Gavi in staat stelt om zijn middelen te concentreren op de landen die het het meest nodig hebben, wordt sinds 2010 gebruikt, maar krijgt nu een grote test te verduren: een derde van de drieënzeventig landen waar Gavi hulp verleent zit of middenin het transitieproces of heeft dit net volbracht. Deze groep omvat landen zo verschillend als Armenië, Bhutan, Honduras, en Vietnam, zowel als India en Nigeria, die de grootste geboortecijfers hebben.

Het Gavi-model ligt nu onder het vergrootglas. Welke landen zullen in staat zijn om de vaccins die geïntroduceerd werden met steun van Gavi kunnen blijven aankopen en aanbieden?

Net zo belangrijk is of dit engagement op lange termijn volgehouden zal worden. Wanneer gesneden wordt in nationale begrotingen, zal immunisatie dan een beschermde status genieten, samen met andere essentiële zorg? Zullen landen in staat zijn om nieuwe levensreddende vaccins te introduceren wanneer deze beschikbaar worden? Zullen ze de monitoring van ziekten in stand houden en verbeteren, zodat uitbraken snel opgespoord en aangepakt kunnen worden? Of zal financiële druk in sommige landen leiden tot tekorten aan vaccins, afname van immunisatiedekking, of in het slechtste scenario zelfs tot het geheel uit nationale programma’s laten van vaccins, waardoor de zwaarbevochten vooruitgang van de afgelopen jaren ongedaan gemaakt zal worden?

De antwoorden op deze vragen zijn niet alleen voor deze landen zelf belangrijk, maar ook voor hun buurlanden, die in gevaar zouden kunnen komen door immunisatie terug te schroeven. Besmettelijke ziekten respecteren tenslotte geen nationale grenzen. De recente epidemie van gele koorts in Angola bijvoorbeeld verspreidde zich naar zijn veel armere buurland, de Democratische Republiek Congo. De ervaringen van landen die zijn ‘gepromoveerd’ van Gavi-steun zullen ook belangrijke lessen bieden voor andere nationale gezondheidsprogramma’s en hun begunstigden.

Met zoveel op het spel moeten internationale organisaties doen wat ze kunnen om landen voor te bereiden op het ‘leven na Gavi.’ Voor sommige van deze landen, vooral zij die nieuwe vaccins hebben overgenomen, is het verkrijgen van een afdoende en duurzame financiering  een van de meest uitdagende onderdelen van de transitie. Alhoewel immunisatieprogramma’s slechts een relatief klein deel van zorgbegrotingen vormen en een uitzonderlijk hoog economisch rendement hebben, vereist het veilig stellen van de benodigde financiering zorgvuldige planning.

Een nieuwe gereedschap kan landen die met dit probleem worstelen helpen. Immunization Financing: A Resource Guide for Advocates, Policymakers, and Program Managers verschaft informatie over het inschatten van de kosten van immunisatie, het afwegen van de voor- en nadelen van verschillende bronnen van financiering, het vormgeven van aankoopstrategieën, en het navigeren van beleidsprocessen. Het schrijft niet één juiste weg vooruit voor, maar biedt in plaats daarvan relevante informatie en analytische expertise. Landen kunnen opties evalueren op basis van hun eigen omstandigheden, en actievoerders kunnen de goede vragen stellen.

Met steun van Gavi zijn sinds 2000 bijna 580 miljoen kinderen gevaccineerd en zijn meer dan acht miljoen toekomstige sterfgevallen voorkomen. Deze indrukwekkende vooruitgang mag gevierd worden, maar alleen wanneer landen de transitie vanuit Gavi-steun succesvol kunnen volbrengen kunnen ze er zeker van zijn dat toekomstige generaties een zelfde gezondheidsbescherming zullen genieten.

Vertaling Melle Trap